Spring naar bijdragen

Onderscheidingsvermogen, is de weg nu smal, lang, breed en/of kort?


Aanbevolen berichten

  • Antwoorden 7,7k
  • Created
  • Laatste antwoord

Top Posters In This Topic

Top Posters In This Topic

Popular Posts

Ik hoop dat je je alleen op dit forum zo uitdrukt, anders voorzie ik een enkeltje GGZ instelling.   Hoewel, ze hebben in de meeste instellingen ook internet. Kunnen Hopper en/of TTC dit bevestigen?

Spinazie (Spinacia oleracea) is een plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae). Spinazie is verwant aan onder andere ganzenvoet en melde. Het is een snelgroeiende, eenjarige als bladgroente gebruik

Wat met pincet ontrafeld wordt, gaat met de bezem de prullenmand in.

Posted Images

20 minuten geleden zei IKBENANDERS:

Ná dit citaat staat in De filosofie van de vrijheid … DOEN! (Willem Daub, VOK, 2025) :

“Vandaag de dag is de overtuiging gemeengoed dat introspectie geen betrouwbare kennis kan opleveren, maar deze wordt niet door iedereen gedeeld. In het bijzonder blijkt dit uit een viertal betrekkelijk recente teksten, namelijk Bayne en Montague (2011), Breyer en Gutland (2016), Petitmengin (2007), of Strube (2010). De auteurs van deze teksten beweren dat er in ons actieve denken elementen te observeren zijn met een eigen fenomenologie, één die niet zintuiglijk van oorsprong is. Deze fenomenologie verdient daarom de benaming ‘cognitieve fenomenologie’ en moet worden onderscheiden van wat we ‘sensorische fenomenologie’ zouden kunnen noemen.

Dat onderscheiden is geen sinecure. Steven Crowell heeft daar twee keer negen pagina’s voor nodig (2016, p. 183, What Is It to Think?). In de eerste negen volgt hij Husserl en onderscheidt eerste-orde denken (object-gericht) en tweede-orde denken (op de eigen denkactiviteit gericht, zoals bij het observeren van het denken ook gebeurt). Daarbij komt hij over het begrip ‘betekenis’ tot de volgende conclusie (2016, p. 192): ‘De cognitieve fenomenologie op dit tweede[-orde] niveau zou net zomin controversieel moeten zijn als de fenomenologie van sensorische, kinesthetische en affectieve “qualia” op het eerste [-orde] niveau. Betekenis is de “quale” van de ervaring van waarheid.’

Zonder op de details van het voorgaande in te kunnen gaan, volgen we Crowell in de tweede negen pagina’s. Daarin sluit hij aan bij Hannah Arendt, die onderscheid maakt tussen kennen (Erkennen, cognitie) en denken. Het kennen is volgens haar die eerste-orde, object-gerichte, zintuiggebonden activiteit die de waarnemingswereld constitueert en categoriseert. Denken is een veel vrijere activiteit, die zich opent voor gehelen, voor de totaliteit van alle mogelijke begripssamenhangen. Het is die zintuigvrije, ‘luisterende’ denkactiviteit die zij beschrijft en die ze deelt met Petitmengin (2007) en met wat ik hieronder als het observeren van het denken probeer aan te duiden.

Meer concreet is daarvan het idee dat zich achter het discrete, lineair-argumentatieve denken waar we mee vertrouwd zijn altijd continue beeldprocessen afspelen en dat dit een ander soort innerlijke beelden zijn dan de zintuiglijke reminiscenties of associaties waar de sensorische fenomenologie betrekking op heeft. Dit andere soort beeldervaren in het denken verdient onze aandacht: het kan de lineaire argumentaties waaraan we gewend zijn niet vervangen, maar deze wel verrijken.

Hoe gaat het observeren van het denken in haar werk? Bij het observeren van het denken moet je ten eerste het gebruikelijke onderscheid tussen een denkend subject en een te kennen object loslaten. Jijzelf en de door jou te observeren denk-act zijn immers geen twee onderscheiden entiteiten.

Ten tweede moet je omschakelen van een categoriserende en asserterende naar een vragende, ontvankelijke denkhouding. Observeer je zo enige tijd volkomen wakker, maar innerlijk zwijgend een denkspoor, dan zul je zien dat dit zich oprekt als onder een tijd-lens en dat het eidetisch wordt – dat er zich beelden gaan tonen. Laat me dit aan de hand van een paar voorbeelden toelichten.

Neem het begrip GROOT. Neem dit om te beginnen in je ‘normale’ abstracte bewustzijn. Zet je ‘normale’ geconcentreerde aandacht om in een aanschouwende modus. Het begrip trekt nu uit zichzelf andere begrippen aan, zoals VER, WIJD, of UITGESTREKT, maar bijvoorbeeld ook GROOTS of GROOTMOEDIG. Er voegen zich ook beelden bij, zoals een groot gebouw, de Eiffeltoren, de zee of het uitspansel. We noemen dat ‘associaties’ en dat is niet per se verkeerd, maar waar het hier om gaat is iets anders, namelijk de manier waarop het begrip zich uit zichzelf ontwikkelt. In woorden ontwikkelt het begrip zich bijvoorbeeld uit zichzelf als GROOT, GROTER, GROOTST. In beelden gaat dat zo ongeveer als volgt (de beschrijving kan hier uiteraard alleen suggestief zijn): je bewustzijn ontploft in een licht explosie naar het oneindige, verdwijnt naar boven toe, en komt dan van onder je uit het oneindige terug als een diepzwart samengekrompen punt, vergezeld van het woord KLEIN.

Of neem de logische afleidingsregel modus ponens. Bij het denken van de abstracte vorm hiervan (‘zijn P → Q en P afleidbaar, dan is ook Q afleidbaar’), gebeurt niet veel. Bij een concrete vorm, waarin de twee premissen ‘Is iemand een mens, dan is hij sterfelijk’, ‘Socrates is een mens’ worden gevolgd door de conclusie ‘Socrates is sterfelijk’, ontvouwt zich een interessanter beeld dat we misschien het best kunnen karakteriseren als een beweeglijk Venn-diagram. Een lichte, bijna alomvattende ruimte opent zich. Linksboven openbaart zich als in een tekstballon, meer gevoelsmatig dan volledig als tekst: ‘Alle mensen hebben eigenschappen’. Daaronder staat een opsomming, waarvan het eerste item benadrukt wordt, namelijk ‘Sterfelijk’. Helemaal rechtsonder verschijnt een klein donker bolletje met de naam ‘Socrates’, daaronder net zo als bij de opsomming het ene woordje ‘Sterfelijk’. Daarbij voegt zich dan de gevoelsgedragen begripsinhoud (Felt Meaning) in statu nascendi: ‘Modus Ponens maakt de inclusierelatie expliciet.’ Dan richt je je aandacht zo dat het duale begrip observeerbaar kan worden. Modus Ponens bevindt zich in een lichte bewustzijnsruimte; daarin vormt zich nu een donkere kern. Die donkere kern wordt beweeglijk, als een soort walnoot werpt die zijn schalen af en daar staat INDUCTIE. Inderdaad, Modus Ponens is een vorm van DEDUCTIE, de gedachtengang gaat van het algemene naar het bijzondere; bij INDUCTIE gaat die van het bijzondere naar het algemene.

Je kunt zulke denkprocessen op je eentje proberen te observeren, maar veel productiever is het om dit gezamenlijk te doen, in groepsverband. Dan moet je op zoek gaan naar de objectieve elementen die zich geleidelijk aan in de procesgang ontvouwen. Een daarvan hebben we bij het voorbeeld van GROOT al gezien, namelijk dat het gehele denkproces bestuurd lijkt te worden door de wetten van de projectieve meetkunde [In tegenstelling tot de klassieke Euclidische meetkunde (waar concepten als afstand en hoeken centraal staan), richt projectieve meetkunde zich uitsluitend op de onderlinge relaties tussen punten en lijnen.]. Voor wie daarmee niet vertrouwd is, de projectieve meetkunde is algemener dan de Euclidische meetkunde, omdat ze het oneindige omvat. Verder is ze door en door duaal, elke stelling waarin een punt voorkomt kun je vervangen door eenzelfde stelling rond een vlak. Die allesdoordringende dualiteit maakte haar ook geschikt om het golf-deeltje dualisme in de kwantummechanica te beschrijven. Die is oorspronkelijk door Paul Dirac in deze aanschouwelijke meetkundige vorm geformuleerd. Later werd dit vertaald in de lineaire algebra en daarmee is het beeldkarakter verloren gegaan.

Het voorgaande levert dan hypothesen als de volgende op: elk denkproces gaat in zeven fasen door vier lagen. Een abstract begrip (1) ontwikkelt zich in een beweeglijk beeld (2), dat in een specifiek gebaar, geste (3) uit het bewustzijn verdwijnt in een diepere laag (4), in het duale gebaar terugkeert (5), het meetkundig duale beeld toont (6) en zich dan als het duale woord (7) in je ‘normale’ abstracte bewustzijn manifesteert (GROOT keert terug als KLEIN).

Als je je bewustzijnsonderzoek niet met een begrip begint, maar met een onderzoeksvraag, dan kan die in fase (5) terugkeren als een nieuw inzicht. (Dat wordt ook beschreven in Theory U van Otto Scharmer, die deze denkprocessen geëxternaliseerd heeft tot een groepsproces.) Het is een veel beschreven moment in ons denkproces dat kunstenaars en wetenschappers goed kennen. Het is een niet zozeer emotioneel als wel een met objectief waarheidsgevoel doordrongen in verschijning treden van een nieuw inzicht. Fysicus Richard Feynmann stelt dat zo’n nieuw inzicht als waar voelt, het inzicht is reeds aanwezig, al moeten de formules nog worden uitgeschreven. Claire Petitmengin noemt zo’n gebeuren een Felt Meaning, een Betekenisgeladen Gevoel.

Waarom wordt de hierboven beschreven beeldfase in het denken zo stelselmatig veronachtzaamd? Eeuwenlang heeft in de natuurwetenschap bijvoorbeeld gegolden dat je beschrijvingen algebraïsch moesten zijn, beeldloos. Maar ook veel Oosterse meditaties sluiten beelden uit. Het zou zomaar kunnen zijn dat dit alles een belemmering heeft opgeworpen tegen het juiste begrip van beelden in ons denken en dus een belemmering tegen een juist inzicht in onze denkprocessen.”

Het lijkt een beetje als zeggen dat niets bestaat, waarin deze tekst kan verschijnen. 

2 minuten geleden zei Hopper:

Hele lappen teksten copy pasten is geen kennen.

Kan je beter naar een wormgat zoeken, ongeveer hetzelfde.

Link naar bericht
Deel via andere websites
21 minuten geleden zei IKBENANDERS:

 

Dat onderscheiden is geen sinecure. Steven Crowell heeft daar twee keer negen pagina’s voor nodig (2016, p. 183, What Is It to Think?). In de eerste negen volgt hij Husserl en onderscheidt eerste-orde denken (object-gericht) en tweede-orde denken (op de eigen denkactiviteit gericht, zoals bij het observeren van het denken ook gebeurt). Daarbij komt hij over het begrip ‘betekenis’ tot de volgende conclusie (2016, p. 192): ‘De cognitieve fenomenologie op dit tweede[-orde] niveau zou net zomin controversieel moeten zijn als de fenomenologie van sensorische, kinesthetische en affectieve “qualia” op het eerste [-orde] niveau. Betekenis is de “quale” van de ervaring van waarheid.’

 

Om je een beetje op weg te helpen: dit is je reinste flauwekul.

Link naar bericht
Deel via andere websites
12 minuten geleden zei TTC:

Het lijkt een beetje als zeggen dat niets bestaat, waarin deze tekst kan verschijnen. 

Kan je beter naar een wormgat zoeken, ongeveer hetzelfde.

De tekst gaat volgens mij over het observeren van zintuigelijke zaken vs. het observeren van het actieve denken. De vraag is natuurlijk: kan je het actieve denken wel observeren, want zo zegt Rudolf Steiner (en zo is ook onze ervaring): ik kan niet denken én tegelijkertijd ook dit denken observeren; ik kan het wel achteraf (het gedachte observeren), wat natuurlijk net hetzelfde is.

bewerkt door IKBENANDERS
Link naar bericht
Deel via andere websites
2 minuten geleden zei IKBENANDERS:

De tekst gaat volgens mij over observeer van zintuigelijke zaken vs. observeren van het actieve denken. De vraag is natuurlijk: kan je het actieve denken wel observeren, want zo zegt Rudolf Steiner en zo is ook onze ervaring: ik kan niet denken én tegelijkertijd dit denken ook observeren; ik kan wel achteraf het gedachte observeren, wat natuurlijk iets anders is.

Is dat niet diegene die tot een complex systeem met 84 verschillende waarheidsperspectieven kwam? 

Link naar bericht
Deel via andere websites
1 minuut geleden zei IKBENANDERS:

De tekst gaat volgens mij over observeer van zintuigelijke zaken vs. observeren van het actieve denken. De vraag is natuurlijk: kan je het actieve denken wel observeren, want zo zegt Rudolf Steiner en zo is ook onze ervaring: ik kan niet denken én tegelijkertijd dit denken ook observeren; ik kan wel achteraf het gedachte observeren, wat natuurlijk iets anders is.

Je hoeft het denken in het geheel niet te observeren.  Je hoeft slechts één ding te begrijpen en dat is dat denken het denken over iets anders is.  En dat je het denken zelf nooit en te nimmer zult kunnen observeren.   Je kunt ook geen gedachte achteraf observeren , want iedere observatie is 'nu'.

Deze man klets flauwekul van de bovenste plank (daar onder ligt niks) en als jij inziet waarom hij onzin kletst, dan schiet je al een heel eind op.   Observeren is altijd object gericht.   Je kent de objecten, maar je bent geen object.

Kort lesje zelfkennis: de meeste mensen kennen zichzelf als object.  En het kennen zelf valt niet te kennen.  (Of het onderscheidingsvermogen kun je niet onderscheiden) (om on topic te blijven)

Kortom: de mens kent zichzelf niet, want de kenner is onkenbaar.    En deze laatste zin die ik schrijf is onwaar, de kenner is wel kenbaar, maar niet middels het kennen.

Link naar bericht
Deel via andere websites
1 uur geleden zei Hopper:

Je hoeft het denken in het geheel niet te observeren.  Je hoeft slechts één ding te begrijpen en dat is dat denken het denken over iets anders is.  En dat je het denken zelf nooit en te nimmer zult kunnen observeren.   Je kunt ook geen gedachte achteraf observeren , want iedere observatie is 'nu'.

Deze man klets flauwekul van de bovenste plank (daar onder ligt niks) en als jij inziet waarom hij onzin kletst, dan schiet je al een heel eind op.   Observeren is altijd object gericht.   Je kent de objecten, maar je bent geen object.

Kort lesje zelfkennis: de meeste mensen kennen zichzelf als object.  En het kennen zelf valt niet te kennen.  (Of het onderscheidingsvermogen kun je niet onderscheiden) (om on topic te blijven)

Kortom: de mens kent zichzelf niet, want de kenner is onkenbaar.    En deze laatste zin die ik schrijf is onwaar, de kenner is wel kenbaar, maar niet middels het kennen.

Daarnaast zinspeelt de tekst op een verschil tussen argumentatief-denken (aristotelisch) vs. beeld-denken (platonisch). Het idee is dat er een beeldende-denkstroom achter de argumentatieve-denkstroom schuil gaat. Die beeldende-denkstroom is voor alle talen gemeenschappelijk, de argumentatieve niet. Kunnen we vanuit de stroom van het argumentatieve denken in de beeldende-denkstroom stappen? Ja, dat kunnen we, en wel door meditatie.  De argumentatieve-beeldstroom vindt plaats in het gespiegelde denken (het aan de hersenen gebonden denken). De beeldende-denk-stroom vindt daarbuiten plaats (deze wordt doorgaans aan de achterzijde van het hoofd ervaren). Om de term ‘het gespiegelde denken’ enigszins te kunnen vatten zul je moeten aannemen dat het bewustzijn ontstaat in de hersenen alwaar de geest op die plaats tegen de materie botst. Dat gebeurt in/bij de beeldende-denkstroom niet. Wij leren het zintuigelijke eigenlijk alleen maar kennen met/in de argumentatieve-denkstroom, wat op zijn best halve waarheden oplevert. Om dichter bij ‘de waarheid’ te komen zullen we de beeldende-denkstroom moeten opzoeken. In beide denkstromen is ons onderscheidingsvermogen toepasbaar.

In de beeldende-denkstroom is sprake van geestelijk waarnemen; bij zintuigelijk waarnemen hoort de argumentatieve-denkstroom. Deze laatste werpt een hindernis/muur op bij het kunnen waarnemen van de beeldende-denkstroom. Om deze muur af te breken zal men de argumentatieve-denkstroom het zwijgen moeten opleggen. Dit kan men doen door zich ergens intens op te concentreren (bv. op de zin ‘de wijsheid leeft in het licht’) en de inhoud waarop men zich concentreert daarna ook weer uit het bewustzijn te verwijderen. Overigens kan men dit niet in één dag bewerkstelligen.

bewerkt door IKBENANDERS
Link naar bericht
Deel via andere websites
6 minuten geleden zei Hopper:

Je hoeft het denken in het geheel niet te observeren.  Je hoeft slechts één ding te begrijpen en dat is dat denken het denken over iets anders is.  En dat je het denken zelf nooit en te nimmer zult kunnen observeren.   Je kunt ook geen gedachte achteraf observeren , want iedere observatie is 'nu'. Deze man klets flauwekul van de bovenste plank (daar onder ligt niks) en als jij inziet waarom hij onzin kletst, dan schiet je al een heel eind op.   Observeren is altijd object gericht.   Je kent de objecten, maar je bent geen object. Kort lesje zelfkennis: de meeste mensen kennen zichzelf als object.  En het kennen zelf valt niet te kennen.  (Of het onderscheidingsvermogen kun je niet onderscheiden) (om on topic te blijven) Kortom: de mens kent zichzelf niet, want de kenner is onkenbaar.    En deze laatste zin die ik schrijf is onwaar, de kenner is wel kenbaar, maar niet middels het kennen.

Wegredeneren wat tijdlos is kan echter wel, de getuigenissen legio.

Link naar bericht
Deel via andere websites
1 uur geleden zei TTC:

Je kunt ook geen gedachte achteraf observeren , want iedere observatie is 'nu'.

Je kunt het gedachte wel achteraf observeren, en wel in het nu.

Citaat

Observeren is altijd object gericht.

Een gedachte of herinnering is ook een object, zei het immaterieel.

Citaat

het kennen zelf valt niet te kennen

Het ‘kennen’ (van de wereld en onszelf) vindt plaats door ‘waarnemen’ én ‘begrippen’ bij elkaar te voegen. Dat doen we automatisch. We kunnen niet naar een boom kijken zonder het begrip ‘boom’ en dan de ‘boom’ leren ‘kennen’. Een ‘boom’ zonder het begrip ‘boom’ zegt ons niets.

bewerkt door IKBENANDERS
Link naar bericht
Deel via andere websites

Join the conversation

You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.

Gast
Antwoord op deze discussie...

×   Plakken als rijke tekst.   Opmaak herstellen

  Er zijn maximaal 75 emoticons toegestaan.

×   Je link is automatisch geïntegreerd.   In plaats daarvan als link tonen

×   Je voorgaande bijdrage is hersteld.   Tekstverwerker leegmaken

×   Je kunt afbeeldingen niet direct plakken. Upload of voeg afbeeldingen in vanaf URL.


×
×
  • Nieuwe aanmaken...

Belangrijke informatie

We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat. Lees ook onze Gebruiksvoorwaarden en Privacybeleid