Welcome to Credible

Welkom op Credible! Leuk dat je langs komt! Kijk gerust eerst even rond op het forum en als je ergens op wilt reageren maak dan een account aan! We hopen dat je het naar je zin hebt en mocht je vragen hebben neem dan contact op met ons!

bEngel

Johannes 1:1 De anarthrous constructie

86 berichten in deze discussie

De anarthrous constructie in Johannes 1:1

De eerste zin van het Johannes evangelie wordt door vele christelijke gelovigen aangevoerd als een bewijstekst voor de Godheid van de Messias Jeshua en is daarmee een van de belangrijkste argumenten bij de rechtvaardiging van de triniteitsdoctrine.

Laten we eens nagaan of deze gedachte bij nadere bestudering stand houdt.

Johannes 1:1 betreft een samengestelde zin opgebouwd door uit drie korte zinnen (zinsdelen), welke verbonden worden met het nevenschikkend voegwoord ‘en’ (Grieks ‘kai’).

In het Grieks staat het volgende:

[A] á¼Î½ á¼€Ïχῇ ἦν ὠλόγος, καὶ ὠλόγος ἦν Ï€Ïὸς τὸν θεόν, [C] καὶ θεὸς ἦν ὠλόγος

[A] en archee een ho logos, kai ho logos een pros ton theon, [C] kai theos en ho logos

De vertaling van de eerste twee zinsdelen(A en B) worden nagenoeg unaniem vertaald met

'In het begin was het Woord, en het Woord was bij God'

Het vertalen van deze twee zinsdelen zijn dan ook betrekkelijk eenvoudig en hebben geen lastige grammaticale complexiteit in zich.

Een veelvuldig punt van discussie is echter wat de juiste vertaling van het derde zinsdeel zou moeten zijn.

Vooral de vertaling in de NWV van de Jehova's getuigen is daarbij spraakmakend.

Welnu, laten we daarom eens inzoomen op de vertaling van Joh 1:1C.

καὶ θεὸς ἦν ὠλόγος

kai theos en ho logos

Vertaald staat hier: ‘en Theos was de Logos’.

De diverse vertalingen laten de volgende variaties zien:

1) en het woord was God.

2) en het woord was een god.

3) en een god was het woord.

4) en god was het woord.

5) en goddelijk was het woord.

Laten we eerst eens kijken naar de volgorde van de woorden in de brontekst.

Wat daarbij direct opvalt is dat Logos aan het einde van het zinsdeel staat en niet aan het begin.

Er staat dus in ieder geval niet: ‘en het Woord was God’ of 'en het Woord was een god'

Hierdoor vervallen onmiddellijk de eerste 2 alternatieven.

Men kan zich afvragen waarom, zonder enige grammaticale reden c.q. onderbouwing, in verreweg de meeste vertalingen de woorden Theos en Logos zijn verwisseld/omgedraaid.

Anarthrous constructie

Zoals zojuist opgemerkt zien wij dat theos (θεὸς ‘God’) vooraf gaat aan logos (λόγος 'woord'), waarbij het ‘theos’ (θεὸς ‘God’) in de zogenaamde anarthrous constructie staat.

Dat wil zeggen dat het naamwoord geen voorafgaand lidwoord heeft zoals 'de' of 'het'.

Deze constructie wordt in het Koin Grieks o.a. gebruikt om een woord een kwalificerende functie, en in het bijzonder de functie van predikaatsnomen, te geven.

Aangezien het Grieks alleen bepaalde lidwoorden kent, wordt deze constructie in vertalingen ook vaak benut in situaties waarbij het Nederlandse onbepaalde lidwoord ‘een’ gebruikt wordt.

De vraag die wij ons moeten stellen is of het woord θεὸς (theos) gelezen moet worden als god, een god of als goddelijk.

Om hier een antwoord op te geven moeten we de zin ontleden in onderwerp en gezegde.

Wanneer we de zin ontleden zien we dat theos hier het onderwerp is, ‘was’ is het werkwoord en “ho logos†is het gezegde.

Theos staat hier voorop.

Dit wijst erop dat ‘theos’ tevens als kwalificatie van ‘ho logos’ optreedt.

Indien Johannes had willen zeggen dat het woord ‘een god’ is en hij ‘god’ dus als soortnaam of geslachtsnaam had gebruikt, zoals dit gebeurt in bijv. Exodus 22:8-9 en Psalmen 82, zou hij de gewone volgorde van subject en predikaat hebben aangehouden.

De zin zou dan luiden: ‘kai ho logos en theos’, en niet: ‘kai theos en ho logos’.

Ter verduidelijking van het voorafgaande een overdreven letterlijke vertaling:

‘In het begin was het woord, en het woord was bij de God, en God was het woord’

In half Grieks is het makkelijker om te zien wat er hier aan de hand is. Er staat:

‘In het begin was de logos, en de logos was bij de theos, en theos was de logos’

In de laatste zinsdeel: ‘…, en theos was de logos’ zijn er twee opvallende dingen aan de hand.

Het eerste is, zoals gezegd, dat het onderwerp en het gezegde van de zin van plaats verwisseld zijn; het tweede is dat ‘theos’ zonder lidwoord verschijnt (en dus anarthrous is).

Die twee dingen hangen onderling nauw samen. In deze zin: ‘en theos was de logos’ is ‘de logos’ het onderwerp van de zin en ‘theos’ is het gezegde.

Met andere woorden: ‘theos’ wordt hier gezegd van ‘de logos’.

Predicatieve werking

Er wordt dus van de logos, het woord, gezegd dat hij theos is, echter niet!, en dat is uiterst belangrijk, dat hij de theos is.

‘God’ (‘theos’) heeft hier een predikatieve functie. Dat is een functie als gezegde (predikaatsnomen) van de zin en niet de functie om een bepaald zijnde of een bepaalde persoon aan te wijzen.

Dat is dan ook de reden waarom het lidwoord is weggelaten.

Dit is vergelijkbaar met het geval dat ik van Socrates zeg dat hij mens is.

Ik laat dan het lidwoord bij ‘mens’ weg, want Socrates is niet de mens, maar mens. D.w.z. Socrates is menselijk qua wezen of aard.

Wil ik nu bovendien juist het mens-zijn van Socrates beklemtonen, dan kan ik dit doen door de volgorde van onderwerp en gezegde om te keren en te zeggen: ‘Mèns is Socrates’, in plaats van: ‘Socrates is mens’.

Wanneer ik echter zeg ‘Socrates is de mens’, of ‘De mens is Socrates’, dan gaat de zin óf betekenen dat er maar één mens is, namelijk Socrates, óf dat Socrates zoiets is als de mens bij uitstek, de exemplarische mens.

In de context van de proloog van Johannes zou dit betekenen dat het woord de enige God, of de God bij uitstek, is.

Om op het laatste even door te gaan:

Indien ‘theos’ hier een lidwoord zou hebben en er stond: ‘en de theos was de logos’, dan zou ‘de theos’ het onderwerp zijn, en dan zou de zin betekenen dat God het woord zou zijn, en wel op zo’n wijze dat God helemaal zou opgaan in het woord-zijn.

En wanneer ‘de logos’ als het onderwerp zou worden beschouwd, dan zou de zin betekenen dat het woord de God zou zijn.

Beide lezingen zouden erop neerkomen dat Johannes de bedoeling zou hebben gehad de identiteit van God nader toe te lichten en met deze zin zou willen verklaren dat het woord de ware God is.

Maar dit staat er niet!!!, en dit zou ook wringen met het eerder gestelde dat het woord bij God is (Joh 1:1b).

Orthodoxe (trinitarische) theologen hebben gelijk wanneer zij zeggen dat het feit dat het predikaat zonder lidwoord (anarthrous) is niet betekent dat het onbepaald is, en ‘een god’ zou betekenen.

Het betekent niet ‘een god’, juist omdat het hier niet een persoon betekent of aanwijst, maar een kwalificatie, een eigenschap.

Dat men juist hier veelal niet aan denkt komt omdat orthodoxe theologen er meest reeds van uitgaan dat ‘het woord’ een persoon aanduidt.

Wie dat onbedacht aanneemt, komt inderdaad voor het dilemma te staan te moeten vertalen: ‘en het woord was God’, zoals de traditie doet, of met een onbepaald lidwoord: ‘en het woord was een god’, zoals bijv. de Jehova-getuigen doen.

Eenmaal in bovenstaande dilemma verzeild geraakt is het niet zo moeilijk om aan te tonen dat de vertaling: ‘en het woord was een god’ niet erg geslaagd is, want deze vertaling zwakt juist het God- of goddelijk zijn van het woord af, door via het generieke gebruik van het woord ‘god’, van het woord een mindere godheid te maken, terwijl Johannes nu juist de volstrekte goddelijkheid van het woord benadrukt, door ‘theos’ voorop te plaatsen.

Met deze wetenschap vervalt dus ook het 3e alternatief en staande voor dat dilemma is dus de traditionele vertaling heel begrijpelijk.

Wanneer men echter niet a priori er van uitgaat dat met ‘het woord’ of ‘de logos’ een persoon bedoeld is, komt ook dat laatste dilemma helemaal niet op.

Het is duidelijk dat de realiteit ‘woord’ of ‘logos’ als zodanig geen persoon is.

Juist daarom ligt hier de mogelijkheid van personificatie voor de hand, evenals bij een begrip als ‘sophia’, ‘wijsheid’.

Johannes zegt dat het woord ‘bij’ God is, wat op een personificatie kan wijzen, maar ook een kernachtige aanduiding kan zijn van het feit dat het woord zich in de sfeer van God ophoudt

Met het vooropzetten van ‘theos’ in: ‘en theos was de logos’, valt de klemtoon bijgevolg op ‘theos’.

Het God-zijn van het woord is dus wat hier beklemtoond wordt.

Maar omdat ‘theos’ hier anarthrous is en een predikatieve functie heeft, dus een functie als gezegde, betekent dit dat hier niet gesteld wordt dat de logos de persoon van God is, zoals in ‘Mèns is Socrates’ook niet gesteld wordt dat Socrates de persoon ‘mens’ is.

Veeleer wordt er gezegd dat de term ‘God’ de essentie of het wezen uitdrukt van de logos, en dus weergeeft wat of van welke aard de logos is.

Dat kunnen we in het Nederlands alleen weergeven met een bijvoeglijk naamwoord: ‘goddelijk’.

Dit levert de volgende vrije vertaling, of parafrase, op voor Johannes 1:1:

‘In het begin was het woord, en het woord was bij God, en [geheel en al] goddelijk [van aard] was het woord’. Deze vertaling geeft de betekenis van het Grieks nauwkeurig weer.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Je lepelt goed op wat je hebt geleerd, want Grieks gestudeerd heb je niet. Dit is al de tweede keer vlgs mij dat je t over Koin Grieks hebt. Is dat iets met munten ofzo? Ik ken wel Koine Grieks ;)

Er staan wel meer schrijffouten in.

Ik zal ze voor jouw plezier laten staan.

...en nee ik heb geen Grieks gestudeerd, maar wel goed opgelet op school, en ook geleerd om goed te luisteren naar mensen die weten waar ze over spreken.

Maar heb je ook nog inhoudelijk commentaar, wijsneus?

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Moelijk he kritiek? Wellicht zie je ooit nog eens in dat t beter is om je eigen mening te vormen adhv eigen studie van n complex iets als n klassieke taal.

:Y

Het zou fijn zijn als je met links zou komen die deze exegese weerlegt.

Maar het ziet er niet naar uit dat dit van jou zal komen.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Moelijk he kritiek? Wellicht zie je ooit nog eens in dat t beter is om je eigen mening te vormen adhv eigen studie van n complex iets als n klassieke taal.

:Y

Het zou fijn zijn als je met links zou komen die deze exegese weerlegt.

Maar het ziet er niet naar uit dat dit van jou zal komen.

Het onderwerp houdt je nogal bezig, concludeer ik uit: http://bengelonline.wordpress.com/2013/04/25/109/

Als jij ook deze bEngel bent, dan zeg je:

Het is duidelijk dat de realiteit ‘woord’ of ‘logos’ als zodanig geen persoon is. Juist daarom ligt hier de mogelijkheid van personificatie voor de hand, evenals bij een begrip als ‘sophia’, ‘wijsheid’. Johannes zegt dat het woord ‘bij’ G-d is, wat op een personificatie kan wijzen, maar ook een kernachtige aanduiding kan zijn van het feit dat het woord zich in de sfeer van G-d ophoudt, wat nog versterkt gezegd wordt door de daaropvolgende zin, die ik hierboven besproken heb: « en het woord was G-d ».

Uit Joh. 1:1c is dus geen bewijs te ontlenen voor de stelling dat de Messias een goddelijke persoon zou zijn. Integendeel, een nauwkeurige exegese van dit vers maakt duidelijk dat Joh. 1:1c handelt over de aard van de logos en stelt dat het woord goddelijk van aard is, zonder een tweede goddelijke persoon te zijn. De logos is als zodanig geen tweede persoon in G-d, maar is het woord van G-d, dat wil zeggen: G-ds gedachte, zijn voornemen of raadsbesluit, welke vlees wordt, namelijk een concrete menselijke gestalte aanneemt, in Messias Yeshua. De Messias is geen tweede goddelijke persoon, maar is de menselijke persoon waarin het woord van G-d belichaamd wordt.

Laten we nu eens uitgaan van die gedachte. Past die uitleg dan uit hetgeen volgt? En hebben de Apostelen het ook op die manier uitgelegd (als "personificatie")? Of denken die Apostelen bij dit al toch aan een "persoon als zodanig"?

Stelling: "In zijn proloog duidt Johannes de "Logos" aan als "volledig behorend tot Gods invloedssfeer", als "beeld" van Gods gedachten, voornemen, raadsbesluit. En in die zin duidt hij dat Woord aan als "goddelijk van aard".

Vraag: Verschilt die uitleg dan wezenlijk van de uitleg van het "orthodoxe christendom", dat stelt dat Messias Jezus naast een menselijke natuur ook een (volledig) goddelijke natuur heeft?

Onderzoek:

Johannes 1; tot waar gaat de gedachte op, dat dat Woord een personificatie is van "Gods gedachten, voornemen, raadsbesluit"? Laten we voor het begrip "Woord" eens invullen "Gods spreken":

"1 In het begin was "Gods spreken", "Gods spreken" was bij God en goddelijk was "Gods spreken". 2 Het was in het begin bij God. 3 Alles is door "Gods spreken" ontstaan en zonder "Gods spreken" is niets ontstaan van wat bestaat. 4 In "Gods spreken" was leven en het leven ("Gods spreken") was het licht voor de mensen. 5 Het licht ("Gods spreken") schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

6 Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. 7 Hij kwam als getuige, om van het licht ("Gods spreken") te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. 8 Hij was niet zelf het licht ("Gods spreken"), maar hij was er om te getuigen van het licht ("Gods spreken"): 9 het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10 "Gods spreken" was in de wereld, de wereld is door "Gods spreken" ontstaan en toch kende de wereld "Gods spreken" niet. 11 "Gods spreken" kwam naar wat van hem was, maar wie van "Gods spreken" waren hebben hem niet ontvangen. 12 Wie "Gods spreken" wel ontvingen..."

Tot zover zou ik nog best kunnen meegaan met de stelling... Maar nu wordt het lastiger:

"... en in de naam van "Gods spreken" geloven, heeft "Gods spreken" het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13 Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.

14 "Gods spreken" is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben de grootheid gezien van "Gods spreken", de grootheid van de enige Zoon van de Vader."

Bij die "naam van het Woord" kom ik "in de problemen". Johannes zal hier, gelet op vers 14 en verder, dan "Messias Jezus" bedoelen. Maar zie je Hem dan (slechts) als de mens waarin "Gods gedachten, voornemen, raadsbesluit een concrete menselijke gestalte aannemen", dan kom je voor de vraag te staan: hoe kan "de naam van een concreet mens" ons redden??

Want dan komt me via uitspraken van Petrus (Handelingen 2:17-21 en vers 38-39; en vooral ook Hand 4:12 - daar is hij nog stelliger!) een profetisch woord in gedachten van Joël:

Dan zal ieder die de naam van JHWH aanroept ontkomen:

op de Sion, in Jeruzalem, is een toevlucht te vinden,

zoals JHWH heeft beloofd.

Petrus kent de uitspraak van Joël, want hij citeert hem volledig. Maar stelt "de naam van het Woord" volledig op één lijn met "de naam van JHWH", voor wat betreft "die enige Naam die wij tot ons behoud kunnen aanroepen".

Messias Jezus is dan (in de ogen van deze apostel) méér dan enkel een "concrete gestalte aangenomen hebbend 'gedachten, voornemen, raadsbesluit van God'". Hij valt op dit punt volledig samen met JHWH... Wellicht niet "naar zijn menselijke natuur" (uitgaande van de gedachte "geen mens kan God zijn"), maar wél naar zijn goddelijke natuur...

Let wel: ik zeg dit niet om die twee naturen "tegen elkaar uit te spelen" (want er wordt terecht geleerd dat "beide naturen ongescheiden en onvermengd zijn").

Dus: uitgaande van de gedachte van de evangelist Johannes, dat een mens gered (= in zijn taal "kind van God") kan wordt door "geloof in de naam van het Woord", ontkom ik hier (wil ik het profetisch en apostolisch getuigenis recht doen) niet aan de conclusie dat Messias Jezus wel een "goddelijke natuur" moet hebben. Want was Hij enkel "een mens" geweest, dan zou het aanroepen van zijn Naam ons niet kunnen redden...

Maar in dat geval is er geen essentieel verschil tussen een vertaling als "God was het Woord" of een "goddelijk was het Woord" in Joh 1:1. In beide gevallen ontmoeten we in mens Jezus Christus tevens JHWH. Tot op die hoogte, dat we daarbij kennismaken met de enige Naam die ons kan redden... Want het is bijzonder opmerkelijk dat de apostel Petrus, voor wat betreft de uitwerking van het aanroepen van die Naam, geen énkel onderscheid aanbrengt tussen de naam "Messias Jezus" en "JHWH"... Want had hij dat wél gedaan, en hield hij die uitspraak van Joël even goed in gedachten, dan had hij met nadruk en veel "ondubbelzinniger" moeten leren dat men via Jezus JHWH aan het werk zag in de wereld, en dat men dus vooral JHWH moest aanroepen om gered te worden... En niet een schepsel, al was het "de meest verheven en volmaakte uitdrukking van Gods gedachten en raadsbesluit"...

Dan zou er op de Ecclesia die bouwt op "de Petra" (Petrus, of zijn belijdenis - dat laat ik hier mooi in het midden) geen zegen rusten. Immers:

U zult geen beelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde. Buig u niet voor hen neer en bewijs hun geen goddelijke eer, want Ik, de HEER uw God, Ik ben voor hen die Mij haten een jaloerse God die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen, tot de derde en vierde generatie.

(NB: zie deze bijdrage als een "toegift", want voor de rest zal ik in de komende tijd op zijn hoogst een "meelezer" zijn op het forum...)

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Jehovah's Getuigen komen vaak ook met deze argumentatie omtrent Johannes 1:1, namelijk dat het bepaalde lidwoord ontbreekt, en omdat er dus geen "ho theos" staat, zou je niet kunnen zeggen "het Woord was God", maar zou je moeten zeggen "het woord was een god" of "het woord was goddelijk". Probleem is echter dat Johannes niet het Grieks van Homerus sprak waarin die redenatie *wellicht* zou kloppen, maar Koine Grieks, en het is een feit dat Johannes zo vaak het bepaalde lidwoord voor theos (God) weglaat terwijl hij wel "God" bedoelt en niet "een god".

Trouwens waar slaat de vertaling "goddelijk" op (implicerende dat Jezus NIET God is), terwijl de Bijbel duidelijk zegt dat er buiten God überhaupt geen god is?

Jesaja 44:6 Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God. (SV)

Zie ook dit filmpje waarin het duidelijk wordt uitgelegd:

http://www.youtube.com/watch?v=sm8ri7_BoWM

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Jehovah's Getuigen komen vaak ook met deze argumentatie omtrent Johannes 1:1, namelijk dat het bepaalde lidwoord ontbreekt, en omdat er dus geen "ho theos" staat, zou je niet kunnen zeggen "het Woord was God", maar zou je moeten zeggen "het woord was een god" of "het woord was goddelijk". Probleem is echter dat Johannes niet het Grieks van Homerus sprak waarin die redenatie *wellicht* zou kloppen, maar Koine Grieks, en het is een feit dat Johannes zo vaak het bepaalde lidwoord voor theos (God) weglaat terwijl hij wel "God" bedoelt en niet "een god".

Trouwens waar slaat de vertaling "goddelijk" op (implicerende dat Jezus NIET God is), terwijl de Bijbel duidelijk zegt dat er buiten God überhaupt geen god is?

Jesaja 44:6 Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God. (SV)

Zie ook dit filmpje waarin het duidelijk wordt uitgelegd:

http://www.youtube.com/watch?v=sm8ri7_BoWM

Bijna de hele context van johannes 1:1 en sterker nog het hele johannes evangelie staat vol met verwijzingen naar de goddelijkheid van Jezus. Dat is een heel belangrijk en steeds terugkerend thema in dit evangelie.

Dus waarom zou Johannes alleen bij vers 1:1 opeens 'een' god gebruiken?

Terecht dat je hier op wijst, en een interessant filmpje :)

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Hallo allemaal,

dit is zoals ik Johannes' proloog begrijp:

'Het woord' komt van de Griekse woorden o λογος. Het woord λογος verwijst naar alles wat te maken heeft met gedachten en spraak. λογος begint in gedachten, en kan geuit worden in woorden. Het woord λογος verwijst op geen enkele manier naar een persoon in Johannes. De gedachte dat dit 'een persoon' is, namelijk Jezus in zijn voormenselijk bestaan, is een slechte conclusie van Johannes' woorden. Neem dit in gedachten:

We lezen in Johannes 1:3 het volgende over 'dit woord':

Alle dingen zijn door het woord gemaakt, en zonder dit woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is.

De Bijbel laat ons op verschillende plaatsten zien hoe God schiep, namelijk door zijn gesproken woord. We lezen in Psalm 33:6 'Door het woord van YHWH is de hemel gemaakt, door de adem van zijn mond het leger der sterren' en in Psalm 33:9 'Want Híj spreekt en het is er, Híj gebiedt en het staat er'. In Romeinen 4:17 staat dat God 'in het leven roept wat niet bestaat' en in Hebreeën 11:3 'dat de wereld door het woord van God geordend is'. Ook staat er: 'toen Híj het gebood, werden zij geschapen.. Psalm 148:5.

In Genesis 1:3 staat: God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. Lees Genesis hoofdstuk één door, en zie hoe God alles 'zei' en 'het was zo'. God schiep alles door zijn gesproken woord.

Johannes had precies hetzelfde woord in gedachten toen hij Johannes 1:3 opschreef, namelijk Gods gesproken woord. Zijn λογος. Door Gods λογος is alles geschapen en zonder Gods λογος is niks geschapen wat geschapen is.

Johannes zegt in vers 14:

En het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

Dat 'vlees' is inderdaad Jezus, maar om de conclusie te trekken dat daarom 'het woord' in Johannes 1:1 en 1:3 een persoon is, is een hele verkeerde conclusie. Wat bedoeld Johannes met 'het woord is vlees geworden'?

Leg het volgende naast elkaar:

YHWH zegt door Mozes tegen het volk Israël:

Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal YHWH, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren...Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken. En met de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal het zó zijn:Ãk zal rekenschap van hem eisen - Deuteronomium 18:15, 18-19

Jezus is deze profeet. YHWH deed deze profeet opstaan, en Jezus is degene die 'de woorden' van God spreekt.

Wat zegt Jezus in Johannes 12:49-50?

Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet. En Ik weet dat Zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zoals de Vader Mij gezegd heeft.

Wat zegt de schrijver van Hebreeën ons?

Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon

het woord is vlees geworden

Dat is wat Johannes ons zegt. Jezus sprak de woorden van God, hij sprak Gods λογος op aarde. Gods gedachten en wil werd bekend gemaakt door Jezus Christus, Jezus was Gods λογος op aarde.

Jezus zegt telkens weer hoe zijn woorden niet van hem waren, maar van God de Vader: YHWH.

'Want Hij Die God gezonden heeft, spreekt de woorden van God' - Joh 3:34

'Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft' - Joh 5:24

'Zijn woord hebt u niet blijvend in u, omdat u Hem niet gelooft Die Hij gezonden heeft' - Joh 5:38

'Mijn onderricht is niet van Mij, maar van Hem Die Mij gezonden heeft.' - Joh 7:16

'Als iemand de wil heeft om Zijn wil te doen, zal hij van dit onderricht weten of het uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek.' - Joh 7:17

'De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken.' - Joh 14:10

'en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft.' - Joh 14:24

Johannes 1:1 zegt ons:

...en het woord was bij God (het woord was pros God)

Trinitariërs en Jehovah's Getuigen leggen dit uit alsof persoon 1 bij persoon 2 was, oftewel dat Johannes twee personen in gedachten had in zijn proloog. Het woord 'bij' (het woord was bij God) is een vertaling van het Griekse woord pros. Wat lezen we in heel veel profetische boeken in het oude testament? Juist, dat 'het woord van God' tot een profeet kwam. In de Septuagint (Griekse vertaling van het OT) lezen we:

'Het woord van YHWH dat kwam pros Micha....'

'Het woord van YHWH kwam pros Jona...'

'Het woord van YHWH dat gekomen is pros Joël...'

Johannes had één persoon voor ogen toen hij zijn proloog opschreef, namelijk God de Vader. Geen twee personen zoals Trinitariërs en Jehovah's Getuigen beweren. Ik vindt het op z'n minst vreemd hoe mensen beweren dat God schiep door zijn gesproken woord EN door een persoon, namelijk Jezus in zijn voormenselijk bestaan.

Alleen God de Vader is schepper, Hij schiep alles door zijn gesproken λογος.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Ik vind uberhaupt dat christenen zich te veel druk maken om zulke ingewikkelde en verheven zaken. Als Jezus de mensen toesprak, sprak Hij bijna altijd over heel concrete, 'simpele' dingen. Alledaagse edoch cruciale dingen, over hoe je elkaar behandelt enzo.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Ik vind uberhaupt dat christenen zich te veel druk maken om zulke ingewikkelde en verheven zaken. Als Jezus de mensen toesprak, sprak Hij bijna altijd over heel concrete, 'simpele' dingen. Alledaagse edoch cruciale dingen, over hoe je elkaar behandelt enzo.

Hoe bedoel je Mystic... Het is toch belangrijk dat we in kennis toenemen? Je hebt wel gelijk, Jezus stelde trouwens dat hij in gelijkenissen sprak omdat dat te verstaan zou zijn (oké, heel vrij vertaald, en te lui om de schriftplaats op te zoeken :$)

Verder is het alweer wat weggezakt mijn klassiek Grieks (al moet ik het over een maand allemaal weer oprakelen :$) maar eerst en vooral is het niet altijd heel duidelijk in het Grieks wat het onderwerp is in een zin met een hulpwerkwoord omdat zowel het onderwerp als het lijdend voorwerp in de nominatief staan. Omdat op te lossen dacht ik dat ze vaak het bepaald lidwoord weglaten om te weten wat het onderwerp in de zin is. Het is ook niet zo dat je er zomaar mag vanuit omdat er geen bepaald lidwoord staat, dat er een onbepaald lidwoord wordt bedoeld, hiervoor is er ALTIJD interpretatie nodig.

De triniteit gaat ook niet uitsluitend om schriftplaatsen... Maar om het feit b.v. dat de bijbel stelt dat Jezus de eniggeboren zoon van God is. Sesboué geeft hierover trouwens een mooie uitleg, uit een mens wordt b.v. een mens geboren, dus wat zou er uit een God geboren kunnen worden? Inderdaad een God, daarom dat de Niceaanse formule ook zo uitdrukkelijk spreekt over het feit dat Jezus niet geschapen, maar geboren is... Dus dan heb je ofwel met een polytheïsme te maken, of is Jezus een deel van die goddelijkheid.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Volgens mij is de Bijbel er heel duidelijk in dat God tegelijk Schepper zowel als Verlosser is van de in zonde gevallen schepping.

Het Oude Testament maakte zeer duidelijk dat er maar één Redder was voor de mens en dat is God. De eerste christenen wisten dat het Oude Testament dat stelde. Toch beleden zij dat Jezus de Verlosser was, dat Jezus redt.

Volgens het Nieuwe Testament redt Jezus zijn volk van hun zonden. Lees bijvoorbeeld Mat.1:21 en Hand.4:12.Door niemand anders kunnen wij worden gered, want Zijn Naam is de enige op aarde die de mens redding biedt. Heb.2:10 zegt "Hij is de bereider van hun redding". Luc.2:11 "Hij is de Messias, de Heer".

God is Schepper en Verlosser. Buiten God is er geen Verlosser. De Bijbel is daar duidelijk over. Kijk maar:

Jes.43:10 Gij zijt, luidt het woord des HEREN, mijn getuigen, en mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben; vóór Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn. 11 Ik, Ik ben de HERE, en buiten Mij is er geen Verlosser.
Rom.11:26 De Verlosser zal uit Sion komen,
Fil 3:20 Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten,

Dus: Buiten God is er geen Verlosser. De Here Jezus is de Verlosser. De Here Jezus is God. God is zowel Schepper als Verlosser.

De aard van Jezus Christus wordt ook nog eens bevestigd in het boek Openbaring.

Openbaring 1:8 8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Here God, die is en die was en die komt, de Almachtige.

De "Alfa en Omega" is duidelijk een titel voor JHWH.

Openbaring 21:4 en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. 5 En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig. 6 En Hij sprak tot mij: Zij zijn geschied. Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal de dorstige geven uit de bron van het water des levens om niet.
Openbaring 22:13 13 Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.

In het vers daaraan voorafgaand wordt nog maar weer eens een keer duidelijk naar wie die titel verwijst:

Op.22:12 Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is. 13 Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.
Openbaring 22:7 En zie, Ik kom spoedig. Zalig hij, die de woorden der profetie van dit boek bewaart!

En wie komt spoedig? :

Op.22:20 Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen, kom, Here Jezus!

Jezus Christus komt spoedig! En hier maakt Jezus Christus het messcherp duidelijk als volgt:

Op.22:12 Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is. 13 Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde. 14 Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad. 15 Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet.

16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden, om ulieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.

In vers 16 zien we dat "Alfa en Omega" een titel is voor Jezus Christus.

Openbaring 1:13 en daartussen iemand die er uitzag als een mens. Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst. Zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol of als sneeuw, en zijn ogen waren als een vlammend vuur. Zijn voeten gloeiden als brons in een oven. Zijn stem klonk als het geluid van geweldige watermassa’s. In zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard. Zijn gezicht schitterde als de felle zon. Toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste.Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

En in Ex.3:14 openbaart God zich daar aan Mozes (Ex.3:14) als "Ik Ben". Jezus noemt zich ook God, ook "Ik ben", bijvoorbeeld in:

Joh.8:58 Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben Ik. 59 Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar Jezus verborg Zich en verliet de tempel.

De Joden namen stenen op, omdat als iemand van zichzelf zei dat ie God is, dat voor de Joden godslastering was.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

In dit verband is een logos uit het apocriefe Thomasevanglie ook wel interessant om te noemen, zeker gezien de koppeling met het Oude Testament, nl. Exodus 3 en het verband met het Nieuwe Testament, namelijk Johannes 10.

Het gaat dan om logos 13 uit het Thomasevangelie:

Evangelie van Thomas, logos 13:

Jezus sprak tot zijn leerlingen:

Maak eens een vergelijking

en zegt mij, wiens

gelijke ik ben.

Simon Petrus sprak tot hem:

U bent gelijk een rechtvaardige engel.

Mattheüs sprak tot hem:

U bent gelijk een wijze denker.

Thomas sprak tot hem:

Meester, mijn mond kan in het geheel geen woorden vinden

om uit te spreken wiens gelijke u bent.

Jezus sprak:

Ik ben je meester niet meer,

want jij hebt gedronken,

jij hebt je bedronken uit de opwellende bron,

die ik heb aangeboord.

En hij nam hem terzijde, hij trok zich met hem terug,

hij sprak tot hem drie woorden.

Toen Thomas terugkwam bij zijn vrienden, vroegen die hem:

Wat heeft Jezus je gezegd.

Thomas sprak tot hen:

Als ik jullie een van de woorden zou zeggen,

die hij tot mij gesproken heeft,

zouden jullie stenen pakken en op mij werpen,

en vuur zou uit de stenen komen en jullie verteren.

Dit verhaal kennen we in grote lijnen op iets andere wijze en met een andere rolverdeling ook in de Bijbel, maar waar het mij om gaat is het vetgedrukte.

De drie woorden die Thomas uit de mond van Jezus hoorde zijn waarschijnlijk geweest ehejeh asher ehejeh: Ik ben die ik ben, een toespeling op de Naam JHWH. Dit zijn ook de woorden die de Heer in Ex.3:14 (zie mijn vorige bericht) vanuit het brandend braambos sprak tot Mozes. En in het Evangelie van Johannes, Joh.10:31, zegt de Here Jezus een equivalent daarvan in de uitdrukking: " de Vader en ik zijn één". De Joden komen vervolgens met stenen aanzetten en willen de Here Jezus stenigen.....

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Hoe bedoel je Mystic... Het is toch belangrijk dat we in kennis toenemen? Je hebt wel gelijk, Jezus stelde trouwens dat hij in gelijkenissen sprak omdat dat te verstaan zou zijn (oké, heel vrij vertaald, en te lui om de schriftplaats op te zoeken :$)

Ik ben n beetje n rare ;) Ik denk dat wij soms wel eens te veel bezig zijn met de Bijbel te bestuderen, en wat te weinig met te doen wat er in staat.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Denk dat dat wel meevalt. Veel gelovigen proberen gewoon een rechtvaardig, goed leven te leiden en sommigen vinden het daarbij erg boeiend om dieper in de materie te duiken. Net zoals er ook gelovigen bezig zijn met kunst, literatuur, liturgie, filosofie, wetenschap, etc. Ik zie niet in waarom dat verkeerd zou zijn.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Als dit forum (ik weet het, het is een discussieforum :) ) een afspiegeling is van de hoeveelheid tijd en energie die we in de eeuwige discussies over de islam, de eeuwige discussie met de JG, de Goddelijkheid van Jezus, de Comma Judeum etc steken enerzijds en in activiteiten direct ten behoeve van onze naaste anderzijds... Maar zoals men (jij volgens mij :P ) eerder aangaf, wellicht komt men daar hier niet voor en ontmoet men elkaar hier alleen voor de discussie. Maar zelfs dan, merk ik dat 'men' (lees: gemiddeld genomen) voornamelijk hier over 'de theorie' discussieert en veel minder graag over 'de praktijk'.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Hoe bedoel je Mystic... Het is toch belangrijk dat we in kennis toenemen? Je hebt wel gelijk, Jezus stelde trouwens dat hij in gelijkenissen sprak omdat dat te verstaan zou zijn (oké, heel vrij vertaald, en te lui om de schriftplaats op te zoeken :$)

Ik ben n beetje n rare ;) Ik denk dat wij soms wel eens te veel bezig zijn met de Bijbel te bestuderen, en wat te weinig met te doen wat er in staat.

Ik snap je redenering wel en soms vind ik dat ook, maar zoals Robert Frans ook al zegt, iedereen heeft zijn eigen kennis en interesses om bepaalde zaken in de de Bijbel uit te diepen. Kijk bv in het topic over de bigbang, daar doe jij ook levendig aan mee, omdat jij kennis en interesse erin hebt. Ik zelf snap er geen hout van en vind het verhaal in Genesis al voldoende voor mijzelf.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
En in Ex.3:14 openbaart God zich daar aan Mozes (Ex.3:14) als "Ik Ben". Jezus noemt zich ook God, ook "Ik ben", bijvoorbeeld in:
Joh.8:58 Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben Ik. 59 Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar Jezus verborg Zich en verliet de tempel.

De Joden namen stenen op, omdat als iemand van zichzelf zei dat ie God is, dat voor de Joden godslastering was.

Hallo,

God openbaart zichzelf niet als 'Ik ben', dat is een valse aanname van Trinitariërs.

In Exodus 3:14 staat dat God zegt: 'ego eimi ho on'

Dan zegt God tegen Mozes dat hij moet zeggen tegen de Israëlieten dat 'ho on' hem gezonden had.

Ego eimi betekend simpelweg 'ik ben' of 'ik ben het'. HO ON was degene die Mozes zond, niet 'ego eimi' (ik ben).

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
En in Ex.3:14 openbaart God zich daar aan Mozes (Ex.3:14) als "Ik Ben". Jezus noemt zich ook God, ook "Ik ben", bijvoorbeeld in:
Joh.8:58 Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben Ik. 59 Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar Jezus verborg Zich en verliet de tempel.

De Joden namen stenen op, omdat als iemand van zichzelf zei dat ie God is, dat voor de Joden godslastering was.

Hallo,

God openbaart zichzelf niet als 'Ik ben', dat is een valse aanname van Trinitariërs.

In Exodus 3:14 staat dat God zegt: 'ego eimi ho on'

Dan zegt God tegen Mozes dat hij moet zeggen tegen de Israëlieten dat 'ho on' hem gezonden had.

Ego eimi betekend simpelweg 'ik ben' of 'ik ben het'. HO ON was degene die Mozes zond, niet 'ego eimi' (ik ben).

Nee hoor, niks "valse aanname van Trinitariërs".

Ego eimi ho on betekent gewoon "Ik ben die ik ben".

Bovendien ga je totaal voorbij aan het gegeven dat de joden de Here Jezus erom wilden stenigen. En aan de rest van de aanwijzingen die ik heb aangestipt. En dat zijn er nog maar een paar. Hier staan nog wat meer zeer duidelijke aanwijzingen opgesomd: http://www.gkvpn.nl/attachments/article ... enheid.pdf

Een voorbeeldje:

Jesaja 9:5 Want een kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij rust op zijn schouders en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader en Vredevorst.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

God openbaart zichzelf niet als 'Ik ben', dat is een valse aanname van Trinitariërs.

Welkom Jcg! Bedankt voor je bijdrage. Laten we gelijk in het diepe springen. Ik heb geen moeite met het erkennen dat Jezus de mensenzoon is. Dat is Hij ook. Hij heeft zichzelf niet gevraagd om de drinkbeker voorbij te laten gaan, noch zichzelf gebeden voor de apostelen, noch de apostelen voorgehouden dat Hij Zelf discipelen selecteerde en hen ook daarom behouden zal. Integendeel, want Hij zegt nadrukkelijk dat wat de Vader Hem niet heeft toegevoegd, ook niet wordt behouden.

Maar wel heb ik moeite met je voorstelling van "valse aannames" en gepraat over "trinitariërs". Daarmee doe je denk ik tekort wat gewoon in de bijbel staat.

In Exodus 3:14 staat dat God zegt: 'ego eimi ho on'

Dan zegt God tegen Mozes dat hij moet zeggen tegen de Israëlieten dat 'ho on' hem gezonden had.

Ego eimi betekend simpelweg 'ik ben' of 'ik ben het'. HO ON was degene die Mozes zond, niet 'ego eimi' (ik ben).

De context leert toch dat wat je zegt niet volledig is. "Ik ben" is degene die Mozes moet zeggen die hem gezonden heeft, en God verklaart dat eerst met "Ik ben die Ik zijn zal".

Volgens mij is deze term een getuigenis tegen de eigenwilligheid. God regeert en daarom past de mens om zich te onderwerpen aan hoe God Zich openbaart. De mens maakt er maar wat van, maar God leert de mens hier anders: accepteer dat Ik Mij openbaar op Mijn methode en onderwerp je daaraan. Ik Bepaal Hoe IK ZAL ZIJN. Dat kan de mens niet opbrengen. Dat is te moeilijk. Te ingewikkeld. Te zwaar. Maar de moeite zit erin dat de mens echt niet accepteert dat God Zelf Bepaalt wat er gebeurt. In het bijzonder is de aanstoot die toen al bekend was, dat God zich nog zal gaan openbaren op een wijze die Jesaja en Jeremia doet uitspreken dat alleen dwazen het zullen kunnen vatten en ook aannemen. De Joden tot een ergernis en de Grieken tot dwaasheid.

En een kleine in het Koninkrijk van God, maar de grootste onder de profeten is Johannnes de Doper, en hij vraagt God concreet om Zich te openbaren, en hij laat aan Jezus vragen: Bent u het die komen zou?!

En Jezus antwoordt het antwoord dat ook de joden gold als antwoord: kijk en zie en rapporteer de feiten: lammen lopen, blinden zien, en het Koninkrijk van God wordt verheerlijkt. Zalig zijn zij die het aannemen en er niet over struikelen. Dat is de boodschap die voor Johannes moeilijk was. Die voor alle Joden nog steeds moeilijk is, Want zij moeten iets loslaten om weer tot God te kunnen komen. En dat is ook de boodschap voor jou en andere monotheïsten pur sang: Je kunt wel fantaseren over wat de gelovigen in Jezus Christus wel of niet scherp en goed zien, maar je kunt er niet omheen dat God een wonderlijk werk heeft gebracht waardoor wij als mensen in verwarringen geraken, en daaraan geen plaats kunnen geven in de ons bestaanbare perspectieven. En hoe je ook gaat sleutelen aan taal en definities, je moet erkennen dat Jezus Christus de Zoon van God, alle macht heeft gekregen om te oordelen de levenden en de doden en ook de Vredevorst is die zal komen om de bevrijding te brengen van Gods kinderen. Dat is namelijk niet van mij, maar dat zegt het Woord van God. Jezus zegt: als u mij dan niet aanneemt, neem dan tenminste het getuigenis van de werken aan die Ik heb verricht.

En ten tweede moet je erkennen dat een christen echt waarachtig een strikt monotheïst is, en dus nooit zal toestaan dat er een wig wordt gedreven tussen God en de verschijningen van God. Als jij een engel tot je ziet komen, wat zal dan je reactie zijn? Zul je de engel vervloeken omdat jij maar één God erkent? Maar dat is niet wat de braamstruik jou leerde. De braamstruik leert je om Gods Woord zuiver na te spreken en te accepteren dat als God zich openbaart, dat Hij ook Is die Hij Zich openbaart te Zijn. En dus ben jij gewend aan engelen en en een aartsengel. Maar dat is in de ogen van een buitenstaander al polytheïsme. Dus houd je liever verre van woordspelletjes over zaken die boven onze macht liggen, en accepteer dat God heeft geopenbaard, dat Hij Is Die Zich Zal Openbaren God te Zijn. Gods openbarend Zijn snoert alle tegenspraak de mond.

Christus is de mensenzoon. Christus is de Zoon van God. Christus is de Hogepriester. En Christus Zal Zijn de Vredevorst en Rechter. Dat verzint geen enkel christen in eigenwilligheid, maar dat leert het Woord van God, en dat spreekt een christen dus daarom ook trouw na. En dankbaar.

En de redelijke godsdienst in normaal menselijke begrijpelijkheden leert een christen dus dat een plan is uitgerold waarin God zal leven met de mens en dat doet door Zijn Zoon Christus. Juist om te voorkomen dat een mens aan deze openbaring in macht en kracht in Christus iets zal afdoen, heeft de christen erkend dat God in Christus een bestemming heeft gegeven, om Zelf te zullen Zijn. "Zullen zijn" is een getuigenis van de toekomst. Dat is de getuigenis als aan Mozes. God zegt het Zelf: Ik Ben nu, maar ik Zal Zijn op een andere wijze. En dat was vooropgezet. Vooropgezet in het paradijs, en daarvoor. Want God had het wonderlijke plan opgevat om met de mens te gaan samenleven. Maar dan wel alleen als de mens daarvoor ook zou kiezen uit liefde. Eerst om gelijk te willen zijn met God, En daarna ook alles op te willen geven voor God - om hem maar liefde en dankbaarheid en trouw te bewijzen. En de winst van deze fases van ontwikkeling is dat de mens wordt gelouterd als goud om tot Gods Heerlijk aangezicht te kunnen komen. En God van Zijn kant bleef niet afstandelijk als een onbereikbare God, maar bewees Zijn liefde ook door aan de mens gelijk te worden en Zichzelf een gedaante te geven van een mens. Om te worden als een mens.

Dat kan, want de mens is nu nog niet in zijn uiteindelijke eeuwige gedaante. Maar God in Christus is ook nog niet als Vredevorst bij de mens. Dat wonder van samenleven is nog een zaak van God DIE NOG ZIJN ZAL. Wonderlijk. Maar geheel voorspeld en logisch nuttig en doelmatig opgebouwd tot verheerlijking van God en tot heerlijke toekomst van de kinderen van God.

Goed, dat was misschien een schot voor de boeg dat ruimschoots over je schip heen vloog.

Kun je dan nu s.v.p. - als je geen vragen hebt - uitleggen wat je bedoelt met 'valse aannames'?

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites