TTC 1.585 Geplaatst 10 oktober Rapport Share Geplaatst 10 oktober (bewerkt) 6 minuten geleden zei Tortelduif: E = mc² In een vacuüm? Op basis van je bericht dacht ik aan iets praktischer, iets dichter bij huis. 10 oktober bewerkt door TTC Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Tortelduif 20 Geplaatst 10 oktober Rapport Share Geplaatst 10 oktober 11 minuten geleden zei TTC: In een vacuüm? Op basis van je bericht dacht ik aan iets praktischer, iets dichter bij huis. Niet per se, het verklaart waarom bij kernreacties enorme hoeveelheden energie kunnen vrijkomen uit een relatief kleine hoeveelheid materie. In mijn tuin ben ik inmiddels begonnen aan een verzameling stokken en stenen. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
TTC 1.585 Geplaatst 10 oktober Rapport Share Geplaatst 10 oktober 6 minuten geleden zei Tortelduif: Niet per se, het verklaart waarom bij kernreacties enorme hoeveelheden energie kunnen vrijkomen uit een relatief kleine hoeveelheid materie. In mijn tuin ben ik inmiddels begonnen aan een verzameling stokken en stenen. Ja, die uitspraak, om het simpel te houden. Maar dat zou volgens hem pas van toepassing zijn voor WOIV. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Tortelduif 20 Geplaatst 10 oktober Rapport Share Geplaatst 10 oktober 2 minuten geleden zei TTC: Ja, die uitspraak, om het simpel te houden. Maar dat zou volgens hem pas van toepassing zijn voor WOIV. Voor het geval ik WOIII overleef, wat uiteraard mijn intentie is. Mocht blijken dat ik plots niet meer weet hoe pijlen, bogen en speren te maken. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
TTC 1.585 Geplaatst 10 oktober Rapport Share Geplaatst 10 oktober 4 minuten geleden zei Tortelduif: Voor het geval ik WOIII overleef, wat uiteraard mijn intentie is. Mocht blijken dat ik plots niet meer weet hoe pijlen, bogen en speren te maken. Moest je dat vergeten kan je het nog altijd aan Hopper vragen, die houdt alles bij in z'n clowd. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Tortelduif 20 Geplaatst 10 oktober Rapport Share Geplaatst 10 oktober 3 minuten geleden zei TTC: Moest je dat vergeten kan je het nog altijd aan Hopper vragen, die houdt alles bij in z'n clowd. Laten we hopen dat die dan nog niet uit de lucht is geschoten. Heldere wolk. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
TTC 1.585 Geplaatst 10 oktober Rapport Share Geplaatst 10 oktober (bewerkt) 6 minuten geleden zei Tortelduif: Laten we hopen dat die dan nog niet uit de lucht is geschoten. Heldere wolk. Bedachtzaamheid is altijd gepast, sommigen kunnen zelfs hoop uit de lucht schieten. Meestal komt er dan een reeks citaten achteraan, over liefde en ethiek en zo van die dingen. Toegegeven, het is veel te melig voor deze wereld. 10 oktober bewerkt door TTC Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Tortelduif 20 Geplaatst Rapport Share Geplaatst CNN is niet echt pro-Trump te noemen; dat klinkt wel door in hun analyses. Ik heb daar echter zo mijn eigen ideeën over, die ik tegenover de hunne stel: Bondgenoten zijn geen liefdadigheidsinstellingen Europa is boos omdat Trump andere prioriteiten stelt. Maar wie verwacht dat Amerika onbeperkt de lasten van de wereld draagt, moet zich eerst afvragen hoeveel verantwoordelijkheid hij zelf bereid is te nemen. Er is grote verontwaardiging over de koers van Donald Trump ten aanzien van Oekraïne en Rusland. Wanneer Washington de militaire steun aan Kyiv beperkt, de levering van Patriot-raketten onder druk komt te staan of de toegang tot Starlink wordt beperkt, klinkt vanuit Europa de kritiek dat Amerika zijn bondgenoot in de steek laat. Maar laten we de zaak eens vanuit een ander perspectief bekijken. Wat als Trump niet zozeer Oekraïne afwijst, maar simpelweg de Amerikaanse belangen opnieuw tegen elkaar afweegt? De Verenigde Staten hebben te maken met meerdere strategische uitdagingen. Wanneer een conflict met Iran een groter beroep doet op Amerikaanse militaire voorraden, ontstaat er concurrentie om middelen die niet onbeperkt beschikbaar zijn. Patriot-raketten kunnen niet tegelijkertijd op twee plaatsen worden ingezet. Militaire productie kan niet van de ene op de andere dag onbeperkt worden opgeschaald. En ook de Amerikaanse economie en energievoorziening spelen mee bij het bepalen van de prioriteiten. Een regering die in zulke omstandigheden keuzes maakt, handelt niet noodzakelijk uit vijandigheid tegenover Oekraïne. Ze kan eenvoudigweg tot de conclusie komen dat andere belangen op dat moment zwaarder wegen. Dat is geen bijzonder revolutionaire gedachte. Het is hoe internationale politiek doorgaans werkt. Europa wil de voordelen, maar wie draagt de lasten? Hier wordt het Europese standpunt interessant. Europa wil dat Oekraïne overeind blijft, maar is voor bepaalde cruciale militaire capaciteiten nog altijd afhankelijk van de Verenigde Staten. Wanneer Washington zijn aandacht naar een ander conflict verlegt, blijkt hoe kwetsbaar die afhankelijkheid is. Natuurlijk heeft Europa redenen om zich zorgen te maken over de gevolgen van een Russische overwinning of een vredesakkoord dat Moskou te veel voordeel oplevert. Maar wie stelt dat de verdediging van Oekraïne essentieel is voor de Europese veiligheid, moet daar ook consequenties aan verbinden. Het is niet voldoende om te verklaren dat Oekraïne gesteund moet worden. Er moeten ook wapens, munitie, productiecapaciteit, logistiek en financiële middelen beschikbaar zijn. Europa kan bovendien besluiten niet deel te nemen aan de oorlog met Iran. Daar kunnen goede juridische, politieke en strategische redenen voor bestaan. Maar die keuze heeft wel consequenties. Wanneer de Verenigde Staten daardoor meer militaire middelen voor het Midden-Oosten moeten reserveren, kan Europa niet vanzelfsprekend verwachten dat de Amerikaanse steun aan Oekraïne onaangetast blijft. Dat is geen verwijt aan Europa omdat het niet automatisch iedere Amerikaanse militaire operatie ondersteunt. Het is wel een pleidooi voor realisme. Wie zelf bepaalt aan welke conflicten hij deelneemt, moet accepteren dat zijn bondgenoot eveneens eigen prioriteiten stelt. De wereld is geen liefdadigheidsinstelling We doen soms alsof internationale samenwerking voornamelijk draait om gedeelde waarden. Vrijheid, democratie, vrede en solidariteit worden daarbij voorgesteld als universele beginselen die landen vanzelfsprekend tot gezamenlijk handelen zouden moeten bewegen. Maar waarden verklaren niet alles. Ook economische belangen, militaire veiligheid, invloedssferen en geopolitieke concurrentie spelen een grote rol. De Verenigde Staten zijn geen liefdadigheidsinstelling die verplicht is overal ter wereld dezelfde inspanning te leveren, ongeacht de kosten of de eigen veiligheidsbelangen. Hetzelfde geldt voor Europa. Oekraïne heeft zijn eigen nationale belangen en Rusland handelt eveneens vanuit zijn eigen strategische doelstellingen, al kunnen die laatste rechtstreeks botsen met de soevereiniteit van Oekraïne. Dat betekent niet dat iedere beslissing die een land in zijn eigen belang neemt daarom verstandig, rechtmatig of moreel verdedigbaar is. Het betekent wel dat we internationale politiek niet kunnen begrijpen zonder rekening te houden met eigenbelang. Wanneer Trump besluit Amerikaanse middelen anders in te zetten, moeten we daarom niet alleen vragen of die beslissing Oekraïne benadeelt. We moeten ook vragen welke Amerikaanse belangen ermee worden gediend, welke risico's Washington probeert te beperken en welke gevolgen de beslissing op langere termijn kan hebben. Het is volkomen mogelijk om de Amerikaanse afweging te begrijpen en tegelijkertijd vraagtekens te plaatsen bij de uitkomst. Wolvenroedels en bondgenootschappen Een vergelijking met wolven maakt het onderliggende principe inzichtelijk. Wolvenroedels zijn sociale groepen die in de eerste plaats op samenwerking binnen hun eigen groep zijn aangewezen. Tussen verschillende roedels kunnen de verhoudingen variëren van vermijding en rivaliteit tot tijdelijke tolerantie. Het feit dat twee roedels onder bepaalde omstandigheden naast elkaar bestaan of een gemeenschappelijk belang hebben, betekent niet dat hun belangen volledig samenvallen. Zo werkt het op een andere, veel complexere manier ook tussen staten. Landen kunnen samenwerken omdat ze een gemeenschappelijke tegenstander hebben, economische voordelen delen of dezelfde veiligheidsdoelen nastreven. Maar die samenwerking maakt hen niet tot één politieke eenheid. Zodra de omstandigheden veranderen, kunnen ook de prioriteiten veranderen. Het verschil is uiteraard dat staten verdragen sluiten, verplichtingen aangaan en rekening moeten houden met hun internationale reputatie. Een bondgenoot die herhaaldelijk zijn afspraken niet nakomt, kan het vertrouwen verliezen waarop toekomstige samenwerking berust. Ook dat is eigenbelang: betrouwbaarheid kan op lange termijn meer opleveren dan een onmiddellijk voordeel. Maar het uitgangspunt blijft dat samenwerking niet hetzelfde is als onvoorwaardelijke solidariteit. Een gedeeld belang kan de basis vormen voor samenwerking, zonder dat daarmee alle afzonderlijke belangen verdwijnen. De werkelijke les voor Europa Het grootste probleem voor Europa is misschien niet dat Trump zijn prioriteiten verandert, maar dat die verandering zo duidelijk maakt hoe afhankelijk Europa nog altijd is van Amerikaanse militaire capaciteit. Een zelfstandig Europa zou beter in staat moeten zijn om zijn eigen veiligheidsbelangen te beschermen, ook wanneer Washington zijn aandacht elders nodig heeft. Dat vereist meer dan hogere defensiebudgetten. Het vraagt om productiecapaciteit, strategische voorraden, gezamenlijke planning en de politieke bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen. Dat is kostbaar. Maar afhankelijkheid heeft eveneens een prijs. Die prijs wordt zichtbaar wanneer een bondgenoot besluit dat zijn eigen belangen tijdelijk elders liggen. Europa mag daarom best kritiek leveren op de Amerikaanse koers. Het mag waarschuwen voor de gevolgen van een overeenkomst die Rusland beloont voor territoriale veroveringen of Oekraïne onvoldoende veiligheidsgaranties biedt. Maar die kritiek wordt overtuigender wanneer Europa zelf bereid is de middelen te leveren die nodig zijn om zijn eigen veiligheidsdoelen te verwezenlijken. Een bondgenootschap kan immers niet duurzaam functioneren wanneer de ene partij verwacht dat de andere vrijwel alle risico's en kosten draagt. Eigenbelang is niet hetzelfde als kortzichtigheid Er is nog een belangrijk onderscheid. Wie stelt dat uiteindelijk het eigenbelang telt, zegt niet noodzakelijk dat landen uitsluitend op korte termijn moeten denken. De Verenigde Staten kunnen op korte termijn militaire capaciteit vrijmaken door minder middelen aan Oekraïne te leveren. Maar als daardoor Rusland sterker uit de oorlog komt en de Europese veiligheid verslechtert, kan dat later juist Amerikaanse belangen schaden. Omgekeerd kan Europa nu investeren in defensiecapaciteit die pas over jaren volledig beschikbaar is, maar daarmee op termijn minder afhankelijk worden van Amerikaanse beslissingen. Eigenbelang moet daarom niet alleen worden beoordeeld aan de hand van wat een land vandaag wint, maar ook aan de hand van de wereld die het morgen helpt creëren. Dat geldt voor Washington, Brussel, Kyiv en Moskou. Slot: samenwerking vraagt om realisme De verontwaardiging over Trump is begrijpelijk vanuit het perspectief van Oekraïne en van Europeanen die vrezen voor hun veiligheid. Maar verontwaardiging alleen is geen strategie. Wie internationale samenwerking wil begrijpen, moet accepteren dat landen hun eigen belangen afwegen en dat die belangen niet altijd samenvallen. Bondgenootschappen kunnen langdurig en waardevol zijn, maar zijn niet immuun voor veranderende omstandigheden. De vergelijking met wolvenroedels herinnert ons aan dat eenvoudige beginsel: samenwerking tussen groepen maakt hun belangen niet identiek. Zolang er voldoende gemeenschappelijke belangen bestaan, kan samenwerking standhouden. Wanneer die belangen uiteenlopen, komt de onderlinge verhouding onder druk te staan. Europa moet daarom niet alleen vragen waarom Amerika zijn prioriteiten verandert, maar vooral waarom het voor zijn eigen veiligheid zo afhankelijk is geworden van de prioriteiten van een ander. Want bondgenoten zijn geen liefdadigheidsinstellingen. En wie zijn veiligheid grotendeels aan een ander uitbesteedt, moet er rekening mee houden dat die ander op een dag andere belangen zwaarder laat wegen. Dat is geen pleidooi voor cynisme. Het is een pleidooi voor strategisch realisme. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Tortelduif 20 Geplaatst Rapport Share Geplaatst Stop met reageren, begin met jagen: waarom bombarderen alleen geen oorlog wint De strijd tegen de Houthi's in Jemen legt een fundamenteel probleem van moderne oorlogsvoering bloot. Westerse landen beschikken over geavanceerde vliegtuigen, oorlogsschepen en precisiewapens, maar slagen er desondanks niet vanzelfsprekend in om een relatief bescheiden bewapende tegenstander duurzaam uit te schakelen. Hoe is dat mogelijk? Een deel van het antwoord ligt in de manier waarop deze strijd wordt gevoerd. Tegenover goedkope drones en raketten worden kostbare onderscheppingsraketten ingezet. Tegenover verspreide militaire structuren staan bombardementen die weliswaar schade aanrichten, maar niet noodzakelijk de organisatie als geheel uitschakelen. De aanvaller beschikt over een overweldigende militaire macht, maar de tegenstander kan met beperkte middelen een langdurige en kostbare uitputtingsslag afdwingen. Dat roept een fundamentele vraag op: voeren we deze oorlog eigenlijk wel op de juiste manier? De economische asymmetrie van oorlog De Houthi's hoeven de Verenigde Staten of andere westerse landen niet militair te verslaan. Ze hoeven slechts voldoende dreiging te blijven uitoefenen om de internationale scheepvaart te ontregelen en hun tegenstanders tot voortdurende militaire reacties te dwingen. Een relatief goedkope drone kan een kostbare militaire operatie noodzakelijk maken. Een raketaanval kan leiden tot de inzet van dure luchtverdedigingsmiddelen. Een bedreigde zeeroute kan schepen dwingen om te varen via langere routes, met extra brandstofkosten, vertragingen en hogere verzekeringspremies als gevolg. De verhouding tussen de gemaakte kosten en de aangerichte schade is daardoor niet vanzelfsprekend in het voordeel van de militair sterkste partij. Natuurlijk kan een dure onderscheppingsraket een verstandige investering zijn wanneer daarmee een schip en zijn bemanning worden gered. Maar wanneer de verdediger structureel veel meer uitgeeft dan de aanvaller, zonder de dreiging wezenlijk te verminderen, ontstaat een probleem. Wie uitsluitend reageert op iedere nieuwe aanval, laat bovendien de tegenstander bepalen wanneer en waar middelen moeten worden ingezet. Het initiatief moet worden teruggenomen Mijns inziens vraagt dit om een andere strategische benadering. Niet uitsluitend reageren, maar actief het initiatief naar je toe trekken. Een tegenstander die zelf bepaalt wanneer hij toeslaat, beschikt over een belangrijk voordeel. Hij kan zijn middelen concentreren op een moment dat hem uitkomt, terwijl zijn tegenstander voortdurend rekening moet houden met nieuwe aanvallen. Een actieve strategie probeert die verhouding om te keren. De tegenstander moet niet langer ongestoord zijn eigen plannen kunnen uitvoeren, maar voortdurend rekening houden met de gevolgen van zijn handelen. Dat betekent niet dat een krijgsmacht zonder onderbreking moet aanvallen. Het betekent dat zij het initiatief niet vrijwillig uit handen geeft. Militaire druk, betrouwbare inlichtingen, bescherming van de scheepvaart en samenwerking met lokale partners moeten onderdeel zijn van een samenhangend beleid. Mobiliteit kan daarbij een belangrijke rol spelen. Een statische strijdmacht is gemakkelijker te observeren en kan op den duur voorspelbaar worden. Mobiele eenheden kunnen zich aanpassen aan veranderende omstandigheden en voorkomen dat zij volledig afhankelijk worden van vaste posities. Maar mobiliteit alleen is geen strategie. Zonder betrouwbare informatie, logistieke ondersteuning en een duidelijk politiek doel kan een mobiele strijdmacht evengoed verstrikt raken in een eindeloze achtervolging. Gerichte uitschakeling: de organisatie achter de strijders Israël laat zien hoe belangrijk inlichtingen en gerichte aanvallen op leiders van vijandelijke organisaties kunnen zijn. Het uitschakelen van een belangrijke functionaris kan de coördinatie verstoren, specialistische kennis verloren laten gaan en andere leiders dwingen meer aandacht te besteden aan hun eigen veiligheid. Dat is wezenlijk iets anders dan lukraak bombarderen. Het gaat om het treffen van personen die een belangrijke functie vervullen binnen de organisatie. Toch moeten we ons niet laten verblinden door spectaculaire resultaten. Het uitschakelen van een leider betekent niet automatisch dat zijn organisatie verdwijnt. Een beweging met een sterke opvolgingsstructuur kan zich herstellen. Een nieuwe leider kan opstaan, taken kunnen worden verdeeld en de werkwijze kan worden aangepast. Bovendien bewijst het uitschakelen van een politieke functionaris niet zonder meer dat ook de militaire slagkracht wezenlijk is verminderd. Het doel moet daarom niet zijn om zoveel mogelijk kopstukken uit te schakelen, maar om vast te stellen of de organisatie daardoor daadwerkelijk minder goed in staat is haar doelen te verwezenlijken. De vergelijking met kanker en georganiseerde misdaad Hier doet zich een probleem voor dat we ook kennen uit de bestrijding van georganiseerde misdaad. Wanneer een criminele leider wordt gearresteerd, kan zijn organisatie uiteenvallen. Maar als de financiële infrastructuur, de logistieke verbindingen, de afzetmarkt en de netwerken van medeplichtigen intact blijven, kan een opvolger de vrijgekomen positie innemen. Hetzelfde geldt voor gewapende bewegingen. Wie uitsluitend de zichtbare leiders aanpakt, loopt het risico dat de onderliggende organisatie blijft functioneren. De vergelijking met kanker is in dat opzicht verhelderend. Het verwijderen van een tumor is niet hetzelfde als het wegnemen van alle ziektehaarden. Maar de vergelijking kent ook een grens: een politieke of religieuze overtuiging is geen kwaadaardige cel die operatief kan worden verwijderd. Mensen kunnen vanuit uiteenlopende overtuigingen deel uitmaken van een beweging, en die overtuigingen verdwijnen niet wanneer de leiders worden uitgeschakeld. Daarom moet het onderscheid helder blijven. Het gaat niet om het vernietigen van een bevolking of het uitwissen van een gedachtegoed, maar om het ontmantelen van het vermogen van een gewapende organisatie om geweld uit te oefenen en haar wil aan anderen op te leggen. Een ideologie kun je niet bombarderen Dit is misschien wel de belangrijkste les. Je kunt een organisatie militair verslaan, maar daarmee verdwijnt haar ideologie niet. Mensen die zich door een overtuiging laten leiden, kunnen de strijd voortzetten nadat hun leiders zijn verdwenen. Soms kan militair geweld hun overtuiging zelfs versterken, vooral wanneer burgers worden getroffen en de tegenstander zich als slachtoffer van buitenlandse agressie kan presenteren. Een bombardement kan een gebouw vernietigen. Het kan wapens onbruikbaar maken en militaire infrastructuur beschadigen. Maar het kan niet rechtstreeks de overtuiging vernietigen die iemand ertoe brengt opnieuw de wapens op te nemen. Daarom moet militaire actie worden verbonden met een politieke strategie. De Houthi's beschikken niet alleen over wapens, maar ook over een machtsbasis binnen Jemen. Wie hun militaire capaciteit wil beperken, moet rekening houden met de verdeeldheid onder hun tegenstanders, de positie van de lokale bevolking en de mogelijkheid dat een opvolgende organisatie dezelfde rol gaat vervullen. Zonder een geloofwaardig alternatief bestuur kan een militair succes tijdelijk blijken. De werkelijke maatstaf voor succes De strijd tegen de Houthi's zou daarom niet moeten worden beoordeeld aan de hand van het aantal bombardementen, vernietigde doelen of uitgeschakelde leiders. De relevante vraag is of hun vermogen om aanvallen uit te voeren duurzaam afneemt, of de internationale scheepvaart veiliger wordt en of de kosten van de bestrijding in verhouding staan tot de behaalde resultaten. Dat vraagt om een combinatie van inlichtingen, gerichte militaire druk, kosteneffectieve verdediging, internationale samenwerking en een politiek plan voor Jemen. Waar militaire operaties noodzakelijk zijn, moeten ze een concreet doel dienen. Waar diplomatie aantoonbaar een einde aan aanvallen kan maken, mag die mogelijkheid niet worden genegeerd. Het initiatief behouden betekent immers niet dat iedere situatie met geweld moet worden beantwoord. Het betekent dat je zelf de voorwaarden probeert te scheppen waaronder de tegenstander zijn doelen niet langer kan verwezenlijken. Conclusie: bestrijd het vermogen, niet alleen de symptomen De Houthi's hoeven de oorlog niet conventioneel te winnen om hun tegenstanders grote schade toe te brengen. Ze kunnen voordeel behalen door hun tegenstanders te dwingen steeds opnieuw kostbare middelen in te zetten, terwijl zijzelf hun organisatie en overtuiging in stand houden. Een strategie die uitsluitend bestaat uit bombarderen en reageren op aanvallen dreigt daardoor in een uitputtingsslag te veranderen. Een effectievere benadering begint met een andere vraag: wat maakt het voor deze organisatie mogelijk om steeds opnieuw dezelfde dreiging voort te brengen? Daar ligt de kern van de zaak. Niet iedere tegenstander kan met militaire overmacht tot capitulatie worden gedwongen. Niet iedere ideologie kan worden uitgeroeid. Maar de middelen waarmee een organisatie geweld uitoefent, kunnen wel degelijk worden beperkt. De echte overwinning is niet dat je de tegenstander vandaag uitschakelt, maar dat hij morgen niet opnieuw in staat is dezelfde dreiging te vormen. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Tortelduif 20 Geplaatst 42 minuten geleden Rapport Share Geplaatst 42 minuten geleden Israël, Iran en het gevaar van een kat in het nauw De confrontatie tussen Israël en Iran dreigt uit te groeien tot een keiharde machtsstrijd, waarbij de inzet inmiddels verder lijkt te gaan dan het uitschakelen van militaire dreigingen. Wanneer het omverwerpen van het Iraanse regime een expliciet doel wordt, verandert ook de aard van het conflict. Het gaat dan niet langer uitsluitend om afschrikking, maar om de vraag welk politiek systeem uiteindelijk in Teheran aan de macht blijft. Israël heeft een eigen manier van oorlog voeren. Het land hecht traditioneel veel waarde aan inlichtingen, snelle besluitvorming en het uitschakelen van dreigingen voordat deze volledig operationeel worden. Zodra de Israëlische inlichtingendiensten aanwijzingen zien dat een tegenstander een aanval voorbereidt of zijn militaire positie versterkt, kan Israël besluiten toe te slaan voordat die dreiging werkelijkheid wordt. Vanuit Israëlisch perspectief is dat begrijpelijk. Een land dat zich omringd weet door vijandige partijen en herhaaldelijk met raketaanvallen wordt geconfronteerd, wil niet wachten totdat de eerste inslagen vallen. Toch schuilt daarin ook een groot gevaar. Wanneer vermoedens over vijandelijke intenties voldoende worden om militaire aanvallen te rechtvaardigen, kan het onderscheid tussen verdediging en preventieve oorlogsvoering steeds verder vervagen. Iran beschikt over meer dan zijn eigen leger Iran voert zijn machtsstrijd bovendien niet uitsluitend met reguliere strijdkrachten. Teheran heeft jarenlang relaties opgebouwd met gewapende organisaties en politieke bondgenoten in verschillende landen. Denk aan Hezbollah in Libanon, bepaalde sjiitische milities in Irak, de Houthi's in Jemen en Palestijnse gewapende organisaties. Met dit netwerk kan Iran tegenstanders op meerdere fronten onder druk zetten. Het hoeft daarvoor niet noodzakelijk een conventionele oorlog te winnen. Het kan proberen Israël en zijn bondgenoten langdurig bezig te houden, militaire middelen te verspreiden en de economische en politieke kosten van een conflict op te voeren. Wanneer Iran zich werkelijk existentieel bedreigd voelt, ligt het voor de hand dat het probeert zijn regionale netwerk zo veel mogelijk te benutten. Verschillende groeperingen zouden hun aanvallen kunnen intensiveren, terwijl andere juist terughoudend blijven om hun eigen positie niet op het spel te zetten. Het is immers geen vanzelfsprekendheid dat al deze organisaties als één centraal aangestuurde strijdmacht zullen optreden. Maar zelfs gedeeltelijke coördinatie kan voldoende zijn om de situatie aanzienlijk ingewikkelder te maken. Een kat in het nauw maakt rare sprongen Hier ligt misschien wel het grootste gevaar van een strategie die gericht is op regimewisseling. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Dat geldt ook voor politieke regimes die vrezen dat hun voortbestaan op het spel staat. Een regering die denkt dat zij uiteindelijk toch ten val zal worden gebracht, kan besluiten dat terughoudendheid geen zin meer heeft. Waar een beperkte confrontatie normaal gesproken nog ruimte laat voor onderhandelingen, kan een strijd om het politieke voortbestaan juist leiden tot roekelozer gedrag. Iran zou bijvoorbeeld kunnen besluiten harder terug te slaan, regionale bondgenoten actiever in te zetten of risico's te nemen die het onder andere omstandigheden zou vermijden. Ook kan het regime de binnenlandse repressie opvoeren en iedere oppositie afschilderen als steun aan een buitenlandse vijand. Daarmee ontstaat een paradox: militaire druk kan een tegenstander verzwakken, maar kan hem tegelijkertijd motiveren om harder terug te vechten. Hoe overtuigder Teheran raakt dat Israël niet alleen zijn militaire capaciteit wil beperken, maar het hele politieke systeem wil vernietigen, hoe kleiner mogelijk de ruimte wordt voor een compromis. De gevaarlijke logica van preventief toeslaan Een ander risico is dat beide partijen steeds meer gaan handelen op basis van wat zij verwachten dat de ander zal doen. Israël vermoedt dat Iran een aanval voorbereidt en slaat toe. Iran concludeert vervolgens dat wachten gevaarlijk is en probeert Israël eerder te treffen. Israël beschouwt die reactie als bevestiging van zijn eerdere vermoedens en voert de militaire druk verder op. Zo kan een escalatiespiraal ontstaan waarin beide partijen menen dat zij slechts preventief handelen, terwijl hun acties de tegenstander juist aansporen om hetzelfde te doen. Dat betekent niet dat Israël iedere dreiging onbeantwoord moet laten. Het betekent wel dat preventief optreden niet zonder risico is, zeker wanneer de doelstelling verschuift van het voorkomen van een concrete aanval naar het beëindigen van een volledig politiek regime. Een militaire overwinning is bovendien nog geen politieke oplossing. Het verzwakken van de Revolutionaire Garde, het vernietigen van raketinstallaties of het uitschakelen van militaire commandanten garandeert niet dat het Iraanse machtsapparaat instort. En zelfs als het huidige regime zou verdwijnen, volgt daar niet automatisch een democratisch en stabiel Iran uit. Wat komt er na de confrontatie? Wie het Iraanse regime wil zien verdwijnen, moet zich daarom ook afvragen wat daarna moet gebeuren. Wie bestuurt het land? Hoe wordt voorkomen dat een machtsvacuüm ontstaat? En hoe groot is het risico dat interne machtsstrijd, repressie of gewapend verzet de plaats innemen van het huidige systeem? Dat zijn geen argumenten om het bestaande Iraanse regime te ontzien. Het zijn vragen die bepalen of militaire successen uiteindelijk ook politieke resultaten opleveren. De Iraanse bevolking is daarbij niet hetzelfde als haar machthebbers. Het is van belang onderscheid te maken tussen de staat, het regime en de mensen die onder dat regime leven. Een confrontatie die bedoeld is om de bevolking meer vrijheid te geven, kan haar doel voorbijschieten wanneer burgers uiteindelijk de zwaarste prijs betalen. Slot: succes is meer dan de vijand verslaan Ik wens Israël succes bij het verwezenlijken van zijn doelstellingen. De invloed van het Iraanse regime en zijn steun aan gewapende organisaties vormen al jarenlang een factor in de instabiliteit van het Midden-Oosten. Het is begrijpelijk dat Israël die dreiging wil aanpakken. Maar succes moet uiteindelijk aan meer worden afgemeten dan het aantal vernietigde installaties of uitgeschakelde commandanten. De werkelijke vraag is of de dreiging op langere termijn afneemt, of de bevolking meer vrijheid krijgt en of een grotere regionale oorlog kan worden voorkomen. Wie een tegenstander in het nauw drijft, moet rekening houden met de mogelijkheid dat deze onverwacht en buitengewoon hard terugslaat. Dat risico is extra groot wanneer het niet meer alleen gaat om militaire macht, maar om het voortbestaan van een regime. De uitdaging voor Israël is daarom niet alleen om de confrontatie militair te winnen, maar om te voorkomen dat een overwinning op het slagveld uitmondt in een nog langduriger en gevaarlijker conflict. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Aanbevolen berichten
Join the conversation
You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.