Spring naar bijdragen

Hetairos

Members
  • Aantal bijdragen

    1.066
  • Geregistreerd

  • Laatst bezocht

Alles door Hetairos geplaatst

  1. Het 'ervaren' (gaandeweg openbaar worden van) zegeningen, is afhankelijk van de weg waarop iemand zich in het hier en nu van z'n bestaan bevindt, neem ik aan .
  2. Je bedoelt hier wellicht in God, niet dat een banaan geel ziet. Ik weet echter niet wat meer of minder fundamenteel is. Nee, ik bedoel: 'Wat bewijst het feit dat je gelooft'; het bewijs is het proces zelf. NB: Definieer 'geloof'. Ik denk zelf, dat 'geloof' of 'geloven' in de Bijbel anders wordt gedefinieerd dan in ons spraakgebruik. Als wij zeggen 'ik geloof' dan bedoelen we iets als 'ik neem aan, dat ...'. Het 'geloof' of 'geloven' in de Bijbel, lijkt daarentegen, m.i., altijd verbonden te zijn met het goddelijke (geestelijk en onzienlijke) en een zeker weten uit te
  3. Onzin. De Bijbel bevat woorden die Jezus en Paulus spraken tot - en schreven aan hun tijdgenoten. De Bijbel bevat géén gedachten of ideeën; die ontstaan in het bewustzijn van een lezer. Die gedachten en ideeën zijn dus individueel en uniek en concreet niet overdraagbaar. De Bijbel is dus concreet hetzelfde als ieder ander document: vastgelegde woorden en zinnen, waar iedere lezer z'n eigen gedachten en ideeën in terug projecteert. Dat heet interpreteren.
  4. Ik weet inhoudelijk niets te zeggen over ‘de wetten van Mendel’; dat laat ik liever over aan hen die er meer verstand van hebben. Het woord ‘wet’ is door de mens bedacht om de communicatie in woord en geschrift eenvoudiger te maken. De mens wil dus met dit woord iets uitdrukken. De vraag is dat, wat de mens met het woord ‘wet’ wil uitdrukken? Dat iets onveranderlijk is? Maar dat weten we feitelijk niet! Alles in de wereld is aan verandering onderhevig. We kunnen echter van mening zijn, dat er iets niet meer verandert. En dus noemen we het een wet. Als iemand het woord ‘wet’ gebruikt, wil
  5. Om maar ‘s met de fundamentele vraag te beginnen, voordat we zoeken naar antwoorden op jouw subvragen: Wat is het bewijs dat iemand gelooft?
  6. Dit ben ben ik het met je eens, maar we kunnen nooit het wezenlijke van het wonder aan een ander mens overbrengen; we kunnen enkel maar in beelden en labels spreken/schrijven/communiceren. Spreken/schrijven/communiceren wordt van nature beperkt door ons menszijn en geldt dus ook voor de geest (de zetel van ons bewustzijn). De uitingen van ons bewustzijn worden standaard beperkt door onze zintuigen. Dat geldt zowel voor de zender, als voor de ontvanger van de boodschap. De menselijke geest zit als het ware in een keurslijf, die hem belemmerd aan het wezenlijke deel te krijgen: vandaar
  7. Wetten zijn 'onveranderlijk', omdat ze deel uitmaken van de 'veranderlijke' - tijd en ruimte. Wetmatigheid (onveranderlijkheid) van een wet is dus afhankelijkheid van de wetmatigheid die voor tijd en ruimte geldt. Over alles, dat zich in 'onze' tijd en ruimte bevindt, kunnen we over nadenken, Over alles wat zich buiten onze tijd en ruimte bevindt kunnen we niet nadenken. Ik schreef eerder, dat dit 'niet-denken' over hetgeen 'wat zich buiten onze tijd en ruimte bevindt' resulteert in een besef dat we iets niet-kunnen. Met andere woorden: we missen iets, maar kunnen hier geen naam aan
  8. Hoezo 'sowieso'? Waarden zijn per definitie niet tijdloos, want veranderlijk. Verandering en (de) tijd zijn twee kanten van dezelfde medaille. In de (samen)stelling: "Universele waarden zijn tijdloos", plaats je het begrip 'waarden' buiten het begrip 'tijd' en wordt jouw stelling: "Sowieso zijn universele waarden tijdloos" onbegrijpelijk. De enige vraag die dan nog overblijft is: "waar heb je het over?"
  9. Wat is een wonder? Is dat niet een afwijking die aantoont dat een 'wet' die men heeft opgesteld rond de een stelling, nog steeds theorie is? Er is nu dus een reden om met onderzoeken bezig te blijven, hetzij dan dat je óf wilt aantonen, dat het ingebrachte argument niet geldig is óf dat er wellicht nog meer geldige argumenten in te brengen zijn. De aanwezigheid van de, tot nu toe enige afwijking (Jezus is opgestaan), noopt tot onderzoek in twee richtingen: Er zijn meer opstandingen (wellicht nog toekomst?) of de opstanding van Jezus is niet geldig als argument. Maar daarmee ben je te
  10. Je hebt daarin natuurlijk gelijk. Maar stel nu dat nummer 101 ineens een afwijking laat zien en dat je de oorsprong hiervan niet meer kunt herleiden. Dit is, naar mijn mening, de reden waarom de mens überhaupt iets onderzoekt: Niet om afwijkingen daadwerkelijk aan te tonen, maar om aan te tonen dat afwijkingen mogelijk zijn. Zodra de afwijking is aangetoond (bewezen) is onderzoek in feite niet meer nodig, tenzij je nu dan wilt weten hoeveel afwijkingen er nu mogelijk zijn. Het vinden van afwijkingen is niet anders dan het gevolg van het uitbreiden van de parameters (argumenten). Zola
  11. Je trekt een terechte conclusie, DBI. Alles wat ik over God schrijf kun jij in de prullenbak gooien. Maar doe dat dan en ouwehoer er verder niet over.
  12. Je hebt gelijk; Door jouw onbegrijpelijke argumentatie heb ik me inderdaad op het verkeerde been laten zetten. Dat doet overigens niets af van de inhoud van wat ik schrijf. Ter informatie: ik schrijf reacties op jouw berichten niet om jou van een antwoord te voorzien, maar puur om de mee-lezers een alternatieve mening mee te geven.
  13. De duisternis "komt tot bewustzijn? Van zichzelf?" Alweer zo'n poging om te verhelderen? Het tegendeel is waar: je 'schept' chaos en verwarring. Als ik even niet let op wat jij allemaal schrijft, begrijp ik uit wat de Bijbel mij duidelijk maakt, dat mensen zich in een informatie-duisternis kunnen bevinden. Sommigen van die mensen, verlangen echter naar een uitweg uit die informatie-duisternis. Anders gezegd: ze willen iets weten (iets dat ze blijkbaar in - en dankzij de duisternis niet te weten (kunnen) komen). Het licht is informatie (de Logos, het woord van God). Die informatie kan
  14. Ik heb geen flauw idee wat je bedoelt met "bent u gekend?": Door wie? Door wat? Je vraagt aan mij in feite een onderscheid te formuleren tussen: "gekend zijn" en "niet gekend zijn". Dat onderscheid kan ik onmogelijk overwegen, dus schrijf je als de wind waarvan ik niet weet in welke richting die blaast. In feite zijn jouw redenaties als wervelwinden; die nemen je een tijdje mee en laten je dan, op dezelfde plek!, in stukken vallen. Gelukkig weten deze destructieve winden (oprispingen ) inmiddels te herkennen. Het is inmiddels wel duidelijk dat "het niet jouw bedoeling is om te verheld
  15. Dan raad ik die enkeling aan de weg te kiezen die Jezus Christus openstelt. Op die weg wordt hij (die enkeling) niet geconfronteerd met z’n smartelijke pijnen en hoeft hij niet meer te lijden om wat hij niet is, maar kan hij zich verblijden over wat hij zal worden. Ondertussen (dus en in het hier en nu, heden, van z’n bestaan) wordt hij in z’n lijden vertroost: Johannes 4:14 (NBG1951) “maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuw
  16. Velen staan voor de deur, slechts de enkeling gaat het bruidsvertrek binnen. Als je dus niet weet achter welke deur zich het bruidsvertrek bevindt, heb je een nog groter probleem. Jij denkt echter ook nog, dat de deur waar velen voor staan, juist niet de deur is van het bruidsvertrek! De ‘velen’ gaan echter nog uit van het (vermeende) democratisch beginsel, dat niet iedereen zich kan vergissen. Er is in feite maar één manier om daar achter te komen en dat is daadwerkelijk het vertrek binnen gaan. Zolang iemand voor een deur blijft staan, zal hij nooit zeker weten of hij voor de
  17. Ook voor een ‘natuurwet’ geldt hetzelfde: Deze geldt zolang het tegendeel wordt aangetoond. Dat aantonen kun je echter enkel maar in het kader waarbinnen de ‘wet’ is gedefinieerd. De ‘realiteit (werkelijkheid!) van de geest’ is een kader en de ‘realiteit (werkelijkheid) van het geschapene/het natuurlijke of zichtbare’ is een ander kader. Als je wilt spreken over ‘wet’, zul je het eerst moeten zijn over het kader, waarbinnen je het begrip gebruikt. Anders praat je ‘per definitie’ langs elkaar heen. Voorbeeld: Een wet is dat niemand de dood kan terugdraaien. vraag is nu dus wel: binnen
  18. Dat is de huidige situatie, maar niet de toekomstige. Dat wil God wel. Een bruid en bruidegom leven tijdelijk in verschillende situaties, zolang ze nog niet concreet getrouwd zijn.
  19. Ik wil je de volgende stelling voorleggen: “Je denkt (bent overtuigd van) dat het idee God een verzinsel is. Daarnaast denk je dat ieder mens dat ook weet, maar niet wil toegeven.” Ben je het eens met deze stelling? Ik ‘zie’ dat niet. We ‘zien’ dus verschillend (we ‘kijken’ anders).. Nu is mijn vraag aan jou: “Is dat wat jij ‘ziet’ van grotere waarde dan dat wat ik ‘zie’. En waarom vind je dat?” Het hangt er maar vanaf, wát de mensen lezen. Maar meer nog hangt het af van de reden waarom ze er iets over willen lezen.
  20. Maar Hetairos, als er zaken geen wet waren, hoe kunnen we dan opmeten of iemand te snel rijdt om die te bekeuren? Een wet bestaat uit een set regels die we hebben opgesteld. Waarom? Omdat we zien dat de zaken aan verandering onderhevig zijn. Conclusie: een wet is een eenheid waaraan we de verandering afmeten. Immers, die controle zou niet nodig zijn als de zaken niet zouden veranderen. Een wet maakt het mogelijk om te straffen, omdat we daarin overtredingen hebben omschreven. De vraag is echter, overtreedt de delinquent dankzij de wet of ondanks de wet? We leggen iets in e
  21. Leg eens uit? Als alles is geschapen. Hier kan er dan iets zijn dat niet is geschapen, laat staan dat de mens daar besef van heeft....? God heeft alles geschapen. God zelf is niet-geschapen. De mens maakt deel uit van dat wat is geschapen. Het denken van de mens is ook onderdeel van het geschapenen. De logische consequentie is dan dat het denken van de mens zich enkel maar bezig kan houden met het geschapene en geen besef heeft van dat wat niet is geschapen, God dus. Overigens is dit, naar mijn mening, ook de conclusie van Emmanuel Kant. PS: De mens kent een ingeschapen verlange
  22. Die conclusie deel ik niet; ik schreef wel ‘dat het een cirkelredenering lijkt’. Het is geen cirkelredenering, omdat de waarheid van deze stelling extern (door God zelf!) wordt geleverd. Het punt is dat dit bewijs niet ‘wetenschappelijk’ kan worden aangetoond. Daarvoor schiet de wetenschap, blijkbaar, tekort. Ik vraag me af waarom überhaupt iemand een theorie bedenkt? Is het niet altijd om ‘uit te komen’ bij een conclusie die men al vermoedt? Daarom wordt een theorie altijd getoetst! Dat is overigens de reden waarom de stelling “God bestaat” niet wetenschappelijk kan worden ‘bewi
  23. Waarom wil je een uitzondering maken voor jouw God en Jezus? En hen niet voegen bij de andere "bedachte goden"? Hoi Paul1982, Waarschijnlijk zal ik in gedeelten reageren op jouw bericht. Door omstandigheden ben ik niet in staat om me langdurig te concentreren op het beantwoorden. Eerste reactie: Johannes 14:16 (NBG1951) “En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn,” Johannes 14:26 (NBG1951) “maar de Trooster, de heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen bre
  24. Ik ben van mening dat alleen de God, die zich openbaart in Jezus Christus, de absolute maatstaf (Bron) van het goede en rechtvaardige is. Daarnaast ben ik óók van mening, dat deze God, de Bron of Schepper is van alles dat is geschapen. Dat lijkt een cirkelredenering, maar ik wil er enkel maar mee zeggen, dat de mens, als onderdeel van dat wat is geschapen, géén besef heeft van iets dat niet is geschapen en daar dus op geen enkele wijze uit zichzelf over kan ‘na’denken. Hetzij dan dat de Schepper hem informeert (inhoudelijk materiaal verstrekt om over ’na’ te denken. Andere? goden, ontstaa
  25. Zo is dat, maar er zijn wel onveranderlijke bewezen zaken. Dat hangt af van de context waarin dat bewijs wordt geleverd. Ook een 'wet'* is altijd een theorie; er is altijd een mogelijkheid dat een wet niet geldig is. Daarom onderzoekt de mens alles en voortdurend! Onderzoeken is ook deel van de menselijke natuur zolang deze functioneert. Je bent je niet altijd hiervan bewust. Pas op het moment, dat er twijfel (de wil tot het stellen van vragen!) opkomt, wordt het onderzoeken gestart. * = Wat is een 'wet'? Is het niet meer of minder dan een set regels die proefondervindelijk (con
×
×
  • Nieuwe aanmaken...

Belangrijke informatie

We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat. Lees ook onze Gebruiksvoorwaarden en Privacybeleid