Spring naar bijdragen

Aanbevolen berichten

Vrede zij met u. Hierbij presenteer ik de levens van de heiligen (uit de oosters-orthodoxe traditie van het christendom). De heiligen zien we als relatief voorbeeldige christenen, door wiens deugden en goede daden we laten ons inspireren en proberen die na te streven op ons eigen manier en in harmonie met onze omstandigheden. We vereren hen als mensen die door hun deugdzaamheid aan Christus God gelijk zijn geworden met Zijn hulp en vrijmoedigheid verkregen hebben van en bij God om voor onze redding te bidden.
Heiligenlevens voor elke dag, hier is de hyperlink -  Evenementen in 1 januari, 2022 › heiligen van de dag › – Orthodox Klooster in de Peel (orthodoxasten.nl) Het komt uit de boeken van de heiligenlevens, samengesteld, verkort en vertaald naar het Nederlands door priester-monnik Adriaan van het klooster St. Jan de Voorloper in Den Haag. Moge zijn ziel in vrede rusten.
En als je meer en uitgebreider wilt lezen, dan kan dat op een Engelstalige website Lives of the Saints

Hier zal ik af en toe opmerkelijk interessante voorbeelden daarvan presenteren. Als eerste voorbeeld het leven van Aventinus van 4 februari. Hier zien we hoe de heiligen omgingen met mensen die besmettelijk ziek waren. Ze hielden geen 1,5 meter afstand, droegen ook geen mondkapjes en lieten zich niet bang maken, maar groot was hun geloof en ze geloofden en vertrouwden op God dat zelfs de meest kleine dingen waren onder Zijn controle en ze zullen nooit ziek worden als God het niet wil. Het voorbeeld van hun groot geloof en liefde tot God en de naaste kunnen we navolgen op onze eigen manier.

"De heilige Aventinus, bisschop van Chateaudun, was een van de zonen van de graaf van Chateaudun onder koning Clovis. De kinderen werden opgevoed door hun oom, de bisschop van Chartres. De twee jongens werden door hem reeds jong tot priester en diaken gewijd. Toen de bisschop stierf, koos het volk deze priester, Solemnis, tot bisschop, maar zodra deze lucht van dit plan had gekregen, was hij buiten de stad gevlucht en had hij zich in het woud verborgen. Toen werd Aventinus tevoorschijn gehaald en tot bisschop geproclameerd. Hij werd naar de kathedraal gebracht en achtereenvolgens priester en bisschop gewijd. Toen Solemnis dit in zijn schuilhoek gewaar werd, dacht hij zich zonder gevaar weer in de stad te kunnen vertonen, maar opnieuw weergalmde de stad van het geroep: ‘SoIemnis axios, Solemnis axios!’ En de nog aanwezige bisschoppen uit de omgeving werden gedwongen hem als bisschop te wijden. Aventinus werd toen aangewezen als bisschop van Chateaudun, zijn geboortestad.
Toen hij daarheen op weg was, ontmoette hij een door melaatsheid zwaar verminkte man, in wie hij een andere broer van hem herkende, die door zijn ziekte buiten de maatschappij was geplaatst. Ondanks de algemene angst voor besmetting, die juist tegenover melaatsheid bijzonder diep ingeworteld was, viel Aventinus zijn broer wenend om de hals en hij kuste hem, diep bewogen door zijn ongeluk. Maar waar zijn tranen het gezicht van zijn broer nat maakten, kwam plotseling jong vlees tevoorschijn, dat uitgroeide tot hij geheel genezen was.
Over het bestuur van Aventinus is verder niet veel meer bekend dan dat hij zich dag en nacht inzette voor zijn kudde, en dat hij woonde in een kleine kluis aan de voet van de rotsen buiten de stad. Toen in 509 Solemnis stierf, nam hij ook de zaken van het bisdom Chartres waar, en in die hoedanigheid was hij een der ondertekenaars van het concilie van Orleans, in 511. Hij is waarschijnlijk niet lang daarna gestorven."

Ups, mijn excuses. Ik wou dit topic in het subforum Prikbord openen.

bewerkt door Modestus
Link naar bericht
Deel via andere websites
  • Modestus changed the title to Levens van de heiligen voor elke dag
  • Antwoorden 115
  • Created
  • Laatste antwoord

Top Posters In This Topic

Top Posters In This Topic

Popular Posts

Hetgeen de martelaren overkomt, doet me denken aan een getuigenis van een Russische jongen (ik denk dat hij opgeroepen was voor de dienst onder het toenmalige communisme) dat ik eens heb gelezen. Het

1 april De heilige Euthymios de wonderdoener van Suzdal. Hij was geboren te Nizjni Novgorod en werd reeds als jongen in het klooster van Suzdal opgenomen. In 1352 werd hij daar tot archimandriet

Heel interessant deze artikeltjes. Ik lees ze met veel plezier. Een vraagje: Stel je houdt dit een jaar vol, begin je dan opnieuw? Ik zie dat je per dag meerdere heiligen voorstelt. Of heb je dan alsn

De geleidelijke kerstening van Nederland en zijn volkeren nog lang voor de Reformatie, - misschien ook een interessante onderwerp. Eerste voorbeeld - het leven van de heilige Suitbertus.

"De heilige Suitbertus de Oudere, bisschop van de Friezen. Hij was een monnik uit Northumbrië, een leerling van de heilige Egbertus, met wie hij naar Ierland trok. Maar Egbertus was bijna bezeten van de Friezen die bekeerd moesten worden, en omdat die mogelijkheid voor hemzelf afgesloten bleef, wist hij dit verlangen over te dragen op Suitbertus, en hij gaf hem mee toen Willibrord in 690 naar de Friezen overstak. Zij gingen aan land bij Katwijk, aan de mond van de Rijn, en Willibrord vestigde zijn hoofdkwartier in Utrecht.
Twee jaar eerder had Pepijn van Herstal een grote overwinning behaald op Radboud, de koning van Friesland. Hij had hem tot vrede gedwongen en het land tussen Maas en Rijn in bezit genomen, de streek rond Leiden, Delft, Gouda, Den Briel, Dordrecht en Utrecht. Willibrord deed een beroep op de hulp van Pepijn en deze zond hem naar Rome voor een officiële missie-opdracht. Zijn werk had succes en vier jaar later zond Pepijn hem opnieuw naar Rome, nu met het verzoek Willibrord tot bisschop te wijden voor het nieuw-bekeerde volk. De wijding geschiedde in 696, en Willibrord vestigde zijn zetel in Utrecht, waarvan hij de eerste bisschop werd.
Intussen had Suitbertus in Neder-Friesland, dat wil zeggen in Zuid-Holland en Noord-Brabant, Gelderland en Cleve, met veel succes het missiewerk voortgezet. Nu wilde hij doordringen in het onbekende gebied aan de andere kant van de Rijn. Willibrord voelde eigenlijk niet zoveel voor de wat wilde plannen van de jonge, enthousiaste Suitbertus, maar terwijl Willibrord naar Rome was, zag Suitbertus zijn kans. Hij ging in 697 naar Engeland, om zich tot missiebisschop te laten wijden, zonder vaste standplaats, en trok toen de Rijn over naar het land der Brukten, tussen de Lippe en de Roer. Hij werd eerst vijandig afgewezen, maar hij wist het hart van de mensen te winnen door hun te laten zien hoe land vruchtbaar gemaakt kon worden, hoe graan kon worden verbouwd en hoe paardenteelt bedreven moest worden. Zo werd hij op den duur hun vertrouwde raadsman in alle praktische kwesties. Daarna begon hij hun over Christus te spreken en het Evangelie te verkondigen, en ook hierin werd hij toen vertrouwd, zodat zijn missiewerk vrucht begon te dragen.
Dit wekte echter de argwaan van het buurvolk, de Saksen, die dit zagen als een samenzwering met hun erfvijand, de Franken. Zij vielen Westfalen binnen en richtten een gruwelijke slachting aan. Suitbertus werd gevangen genomen en zo zwaar mishandeld dat hij bijna stervend was. Met behulp van enkele vrienden slaagde hij er echter in te ontsnappen, en met zijn monniken bereikte hij de Romeinse burcht op het Rijn-eiland Kaiserswerth bij Düsseldorf. Daar stichtte hij in 710 een klooster met het doel jonge monniken op te leiden om het werk onder de Germaanse stammen voort te zetten. Onophoudelijk hield ook hij zich met dit zware werk in de ontoegankelijke wouden en moerassen bezig, totdat hij stierf in 713." 

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-421/

Link naar bericht
Deel via andere websites

Een voorbeeld van christenvervolging die nog steeds actueel is in de islamitische landen.

"De heilige Lucrecia (Leocirtia) was een jong meisje uit moslim-ouders, maar door haar nicht Liliosa tot Christus gebracht. Toen haar ouders het bemerkten, probeerden ze haar met geweld tot de islam terug te brengen en zij werd zo slecht behandeld dat ze de vlucht nam. De priester van Cordova, de heilige Eulogius, wiens gedachtenis we vandaag ook vieren, bracht haar onder bij zijn zuster Amilone, die de geloften had afgelegd en in haar eigen huis een kloosterleven leidde.
De nasporingen van haar ouders noodzaakten Lucrecia herhaalde malen van verblijfplaats te veranderen. Dikwijls bracht ze de nacht door in een of andere kerk, waar ze uitrustte op een grafzerk en zich door bidden en vasten voorbereidde op het martelaarschap. Tenslotte werd ze ontdekt en gearresteerd met de heilige Eulogius.
De priester werd ter dood veroordeeld omdat hij een meisje had onttrokken aan het gezag van haar ouders om er een christin van te maken. Toen het meisje standvastig bleef in haar geloof, werd zij enkele dagen later onthoofd in 859"

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-82/

Link naar bericht
Deel via andere websites

De heilige Wulfram, bisschop van Sens en Medemblik, was geboren in de buurt van Fontainebleau. Zijn vader was een vertrouwensman van Dagobert I en Clovis II, en hij had hun grote diensten bewezen in verschillende oorlogen. Maar al was hij geheel in beslag genomen door het kampleven, toch zorgde hij dat zijn zoon een uitstekende opvoeding ontving, en toen Wulfram een duidelijke aanleg vertoonde voor het religieuze leven, liet hij hem de priesterstudie doen.
Maar Wulfram kreeg niet de kans om ongehinderd aan zijn verlangen naar een teruggetrokken leven van studie te voldoen: in 670 werd hij opgeroepen om dienst te doen aan het hof bij Clotarius III en Dirk III, tot aan de dood van zijn vader. In diezelfde tijd raakte de zetel van Sens vacant en Wulfram werd unaniem tot opvolger gekozen. In 693 werd hij bisschop gewijd. Hij bezette deze zetel slechts twee jaar en deed toen afstand ten bate van de oorspronkelijke bisschop van Sens, die uit ballingschap terugkeerde.
Wulfram trok zich enige jaren terug in de abdij van de heilige Wandril om zich voor te bereiden voor een nieuwe taak. Hij schonk al zijn bezittingen weg om de handen geheel vrij te hebben, en in 700 zeilde hij met enige monniken uit naar West-Friesland voor missiewerk. Er was daar een fort gebouwd in Medemblik, dat dienst deed als uitgangspunt. Hij trad vrijmoedig voor koning Radboud en kreeg verlof om het Evangelie te verkondigen. Het land was nog geheel overgegeven aan de afgodendienst en er werden afschuwelijke plechtigheden gehouden.
Daarbij werden kinderen opgehangen als offer aan Wodan of in zee vastgebonden aan staken tot zij verdronken in de opkomende vloed, als offer aan de zeegodin Ran, opdat zij geen stormvloed over het land zou zenden. Deze kinderen werden door loting genomen uit de adellijke geslachten. Wulfram protesteerde hevig, maar vergeefs. Dat waren nu eenmaal de gebruiken van zijn land, zei koning Radboud.
Eens zag Wulfram hoe zulk een jongen opgehangen werd, maar hij werd er niet bij toegelaten. Twee uur later brak het touw en het lichaam viel op de grond. Wulfram boog zich erover heen, bad vurig en het kind herleefde. De jongen hechtte zich met heel ziel aan zijn levensredder, ging later met hem mee en werd monnik in de abdij van Fontenelle. Deze Jona van Fontenelle is het ook die het leven van Wulfram heeft geschreven.
Dergelijke voorvallen maakten natuurlijk een diepe indruk en langzamerhand begon het volk tot het geloof te komen en liet zich dopen. In die tijd valt ook het bekende verhaal over koning Radboud die eveneens op het punt stond zich te laten dopen maar toen terugtrok omdat hij liever bij zijn voorouders in de hel wilde zijn dan zonder hen in de hemel. Deze geschiedenis staat echter niet in de oorspronkelijke levensbeschrijving. waarschijnlijker is dat Wulfram als Frank, dus behorend tot de stam van de erfvijand, niet de meest geschikte missionaris was voor deze streek. Later zullen de Angelsaksische, dus bloedverwante zendelingen zoals Wilfried en Willibrord, meer succes behalen. Toch zal ook het voorbereidende werk van Wulfram daarin een rol hebben gespeeld.
Nadat Wulfram zo 20 jaar in Friesland had gewerkt, verlieten hem zijn krachten. Hij trok zo haastig mogelijk terug naar Fontenelle en stierf daar in vrede, te midden van zijn broeders, in 720, waarschijnlijk tegen de 80 jaar oud.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-91/

Link naar bericht
Deel via andere websites

De heilige Liudger, bisschop van Munster, werd in 744 bij Utrecht geboren. Als kind was hij geïntrigeerd door de kunst van het schrijven. Hij verzamelde de witte vellen die van berkenbast kunnen worden afgetrokken, tekende daarop zwarte kriebels en vertelde trots dat hij boeken had geschreven. Wat te mogen leren, en toen hij ongeveer 12 jaar oud was, werd hij toevertrouwd aan abt Gregorius van de abdij in Utrecht. Daar zag hij ook de heilige Bonifatius, toen die al heel oud was.
De abdijkinderen waren dol op abt Gregorius, die werkelijk als een vader voor hen zorgde. De meesten waren zonen uit adellijke geslachten van alle omringende landen. God inspireerde hem tot een brandende liefde voor hen allen, en naast het onderricht ontving hij hen dagelijks elk afzonderlijk op zijn kamer om naar hun persoonlijke vragen en moeilijkheden te luisteren en Gods antwoord daarop te geven. Ook Liudger was onder hen bijzonder geliefd om zijn uitzonderlijke vriendelijkheid. Hij had een opgewekt uiterlijk al lachte hij weinig. Hij was voorzichtig en gematigd in al wat hij deed en was in zichzelf voortdurend bezig met teksten uit de Heilige Schrift, vooral met die waarin Gods lof bezongen wordt.
In 760, toen hij 16 jaar oud was, werd hij zelf monnik. Hij werd in 766 als metgezel meegegeven aan de bisschop van York, die enige plaatsvervangende monniken kwam zoeken voor de door hem naar Friesland gezonden missionarissen, die daar waarschijnlijk beter geaccepteerd werden dan zendelingen uit het vijandige Frankengebied. Hij was van tevoren diaken gewijd en kwam nu in aanraking met de beroemde Alcuin die zelf ook juist diaken was gewijd. De faam van zijn geleerdheid trok uit heel Europa studenten naar York waar hij doceerde, en ook Liudger was verrukt zijn colleges te horen. Slechts met tegenzin keerde hij na een jaar naar Utrecht terug. Hij vroeg aan abt Gregorius of hij opnieuw naar Alcuin mocht gaan om zijn studie te voltooien. Gregorius weigerde en schakelde zelfs Liudgers vader in om de jongeman te overtuigen, maar deze hield vast aan zijn wens, welke ten laatste werd ingewilligd. Hij kreeg studieverlof en bleef nu nog drieënhalf jaar in York. Pas toen daar een vete uitbrak tegen de Friezen, keerde hij, met alle goede wensen van Alcuin, terug als een nu zelf hooggeleerde monnik.
De kerk die door de heilige Lebuïnus gebouwd was in Deventer, was intussen door invallende Saksen met de grond gelijk gemaakt. Alberik, de opvolger van abt Gregorius, gaf Liudger opdracht de kerk weer op te bouwen boven het graf van de heilige. In een droom vond hij de juiste plek en aan het teruggevonden graf geschiedden veel wonderen. Dit is waarschijnlijk de nu nog bestaande crypte in de Lebuïnuskerk.
Een volgende opdracht was het afbreken van de nog bestaande heidense tempels in Friesland. Liudger vond daar veel kostbaarheden, waarvan Karel de Grote twee-derde deel voor zichzelf behield en de rest aan Alberik schonk.
In 778 werd Alberik bisschop gewijd in Keulen en hij liet tegelijkertijd Liudger tot priester wijden om hem als leraar uit te zenden naar Noord-Nederland. Hij bouwde daar een kerk op de plaats waar Bonifatius gedood was in Dokkum. Verder stond hij drie maanden per jaar aan het hoofd van de abdij in Utrecht, beurt om beurt met Alberik en nog twee anderen.
Zijn werk onder de Friezen droeg rijke vrucht, het bloed van Bonifatius had de weg erheen geëffend. Maar nadat hij zeven jaar daar had gearbeid werd de streek in 784 overvallen door Wittekind, de Saksenvorst, die de missionarissen verdreef en de afgodendienst weer invoerde. Liudger trok nu naar Rome en bezocht de abdij van de heilige Benedictus op de Monte Cassino, die als model moest dienen voor zijn eigen abdij die hij van plan was te bouwen in Werden. Toch schijnt hij zelf geen benedictijn geweest te zijn: zijn kloosters in Werden en Munster volgden de regel van de reguliere kanunniken.
Intussen had Karel de Grote eindelijk de definitieve overwinning behaald over de Saksen. Wittekind was gevlucht naar zijn schoonvader, de koning van Denemarken. Hij had een opstand georganiseerd die bloedig onderdrukt werd, en was eindelijk zelf christen geworden. Saksen en Friesland waren nu aan de keizer onderworpen. Het land werd bestuurlijk ingedeeld in districten elk met hun eigen bisschoppen, priesters en abten. In 787 keerde Liudger naar Friesland terug. Hij predikte in het land rond Groningen en bekeerde ook het eiland Helgoland, waar Willibrordus eens drie inlanders had gedoopt.
Na de volledige overwinning over de Saksen werd Liudger naar Westfalen gezonden. Hij bouwde een klooster op de plaats waar nu de stad Munster ligt, en hij trok zo energiek rond dat hij zelfs geen kap droeg, zoals zijn levensbeschrijving zegt. Reeds spoedig werd hij bisschop gewijd. Hij bestuurde de trotse Saksen met wijs oordeel en zachtheid, en zo won hij de harten die zich slechts onder zware dwang gebogen hadden voor de bevelen van Karel de Grote. Friesland was nog steeds onder zijn bestuur en ook werd hij door Karel de Grote aangesteld over een klooster in Brabant. Zo regeerde hij dus over drie volkeren, zoals hem eens in een droom was voorzegd.
Zoveel succes bracht natuurlijk ook jaloezie mee. Hij werd bij de keizer aangeklaagd om zijn gierigheid bij de aankleding van de kerken, en hij moest voor het hof verschijnen. Liudger kwam daar aan en ging ‘s morgens vroeg naar de kerk voor het officie. De keizer stuurde een kamerheer om hem te halen en Liudger beloofde te komen zodra hij klaar was. Dit antwoord bevredigde de keizer niet: nog tweemaal stuurde hij iemand om Liudger te halen maar telkens kregen zij hetzelfde antwoord. Toen hij kwam, vroeg de keizer hem natuurlijk wat dat voorstelde dat hij niet onmiddellijk kwam als hij ontboden werd. Liudger antwoordde: ‘God moet gesteld worden boven u, o koning, en boven alle mensen!’ Dit antwoord viel in goede aarde en de keizer riep uit: ‘Ik ben blij dat ge zijt zoals ik me u altijd heb voorgesteld, en ik beloof u dat ik nooit meer het oor zal lenen aan wie u belasteren.’
Zo legde Liudger ook eens een strenge boete op aan een priester die wegliep onder de metten om het smeulende vuur aan te blazen waarvan de rook de bisschop in het gelaat kwam; want hij wilde zijn geestelijkheid inscherpen dat zij zich door niets mochten laten storen wanneer zij het goddelijk officie baden.
Met zijn medewerking is het beroemde middeleeuwse leerdicht ‘Heliand’ geschreven, waarin de christelijke leer verbonden wordt met oud-Germaanse overleveringen. Daaruit blijkt met hoeveel fijngevoeligheid Liudger zijn missie-arbeid bedreef, die dan ook veel meer succes kende dan de ruwe dwangmethoden van Karel de Grote.
Toen hij zwak begon te worden, besteedde hij meer tijd dan ooit tevoren aan het lezen van de Heilige Schrift en het zingen van de psalmen en nu vierde hij dagelijks de goddelijke Liturgie. Op zijn laatste levensdag assisteerde hij heel vroeg in de morgen bij de heilige Mis in Coesfeld, waarbij hij de preek hield; ging toen in haast naar Billerbeck om daar de Mis te celebreren van 9 uur, waarbij hij eveneens preekte, ging daarna rusten en ontsliep zacht tegen de avond, 26 maart 809.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-97/

Link naar bericht
Deel via andere websites

Niet alle heiligen bleven gespaard van de besmetting, maar ze waren ook niet bang voor de dood, noch om anderen te besmetten. En dit vind ik een prachtige voorbeeld van geloof, dat sterker is dan de dood zelf en alle angst en bezorgdheid.

"De heilige martelaren van Alexandrië. Een grote pestepidemie trok door heel het Romeinse rijk, dertien jaar lang, van 249 tot 262. In het begin werd vooral Rome getroffen: daar stierven soms vijfduizend mensen op één dag. Hele streken raakten ontvolkt. Tegen het einde van die periode heerste de plaag vooral in Alexandrië. Er is nog een beschrijving van door bisschop Dionyssios die daar toen leefde. De stad was nog lijdend aan de gevolgen van een heftige burgeroorlog, die de stad zo gevaarlijk maakte dat men minder kans op een ongeluk had bij een wereldreis van oost naar west dan van de ene wijk van de stad naar de andere.
Maar nog veel erger was de pest die toen volgde: er was geen huis waar niet een dode te betreuren viel, overal hoorde je er het kermen van de onverzorgde zieken en de straten waren vergeven van de lijkenstank. Men durfde zijn beste vrienden niet meer te bezoeken, wie de ziekte kreeg, kon geen verzorging vinden. De stervenden werden op straat gesleept, maar niemand durfde de gestorvenen te begraven.
Toen kwamen de christenen tevoorschijn, die tijdens de heftige vervolgingen de stad uit gevlucht waren. Zij hadden geleefd in de woestijn of op wrakke schepen, ze waren afgemaakt als wilde dieren wanneer ze gevonden werden. Maar nu toonden ze zich openlijk en gingen de besmette huizen binnen om zieken te verzorgen en de doden te begraven. Velen van hen werden zelf slachtoffer van hun liefdewerk, maar hun moedig voorbeeld trok weer anderen naar de stad om hun arbeid voort te zetten, drie jaar lang, in 261, 262 en 263, tot de pest voorbij was. Terecht worden deze moedige slachtoffers vereerd als martelaren, zij hebben immers met hun leven getuigenis afgelegd van de liefde van Christus die in hun leefde, zodat zij hun leven gaven, niet slechts voor hun vrienden maar voor hun vijanden. Hun grote aantal is niet bekend, maar onder hen bevonden zich veel priesters en diakens. In latere eeuwen werd hun voorbeeld gevolgd door de monniken, die vanuit de woestijn naar de stad kwamen wanneer daar een besmettelijke ziekte heerste.
Patriarch Dionyssios die het allemaal had meegemaakt, schrijft in zijn paasbrief:
‘Voor allen is het nu de tijd om feest te vieren, maar voor ons is alles vervuld van tranen, overal heerst rouw en heel de stad kreunt door de menigte van doden en stervenden. Het is weer als in de tijd toen de eerstgeborenen van Egypte waren gedood: een eindeloze klaagzang weerklinkt, geen huis is er zonder dode. En dan nog zou ik wensen dat dit alles was, maar voordat de pest uitbrak, hoeveel ellende hebben we toen al niet moeten doorstaan! We werden weggedreven naar de verbanning, we werden vervolgd en ter dood gebracht. Toen kwamen de oorlog en de hongersnood, die ook de heidenen trof, evenzeer als ons. En nu worden we overvallen door deze pest, die voor de heidenen het verschrikkelijkste is wat hun kan overkomen, terwijl het voor ons meer een oefenschool is. Het grootste deel van onze broeders heeft zichzelf in geen enkel opzicht gespaard en heeft zich dag en nacht ingezet om te voorzien in de algemene nood, heeft onophoudelijk ook hun zieken verzorgd en hun alle liefde betoond. En velen van hen zijn, terwijl ze anderen beterschap brachten, zelf slachtoffer geworden. Juist de besten van onze broeders hebben zo hun leven gegeven, priesters en diakens en aanzienlijke leken. Zulk een dood, met zoveel vroomheid en vurig geloof, lijkt me niet ver af te staan van het echte martelaarschap. Onze mensen namen de lichamen van deze heiligen in hun blote handen en droegen ze aan hun borst; ze reinigden hun ogen en sloten hun mond; zij strekten de verwrongen ledematen en wasten en kleedden die lichamen voor de begrafenis, totdat ook aan henzelf die dienst moest worden verricht. Hoe anders ging het toe bij de heidenen. Wanneer iemand ziek werd dan durfden zelfs zijn beste vrienden zich niet meer bij hem te vertonen. De stervenden werden zonder meer op straat geworpen en de doden liet men onbegraven liggen om de panische angst die er heerste voor contact met hen die door de ziekte waren aangestoken.’"

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-420/

Link naar bericht
Deel via andere websites
  • 2 weeks later...

De kerstening van Hongarije en één persoon die dat beïnvloed heeft.

"De heilige Gisela, koningin en abdis. Zij is geboren rond 985, uit het beierse koningshuis. Haar oudere broer was de latere keizer Hendrik ll, die eveneens heilig verklaard is, evenals verschillende andere familieleden. Zij had haar zinnen erop gezet in het klooster te treden, maar toen in 996 om haar hand gevraagd werd voor de kroonprins van Hongarije, zag zij dit als een missie-opdracht voor het nog grotendeels heidense hongaarse volk. Op het feest van de Ontslaping der Moeder Gods, in het magische jaar 1000, werd zij tot koningin gekroond en gezalfd, samen met haar echtgenoot, Stefan. Deze was eerder in dit jaar in de Kerk opgenomen door de heilige Adalbert, maar zijn christelijke opvoeding kwam eigenlijk pas door Gisela tot stand. Door haar werd Stefan ertoe gebracht de bekering van zijn onderdanen als het voornaamste doel van zijn regering te zien, en het hongaarse volk, dat door zijn woeste en uitgestrekte rooftochten in verre omtrek gevreesd was, tot een medebewoner van het christelijk Europa te maken.
Toch kwam dit nog niet verder dan het beginstadium. Na de dood van Stefan kwam de partij der heidenen weer sterk naar voren. Gisela werd vervolgd en kwam zelfs in de gevangenis terecht, tot zij door Hendrik lll werd bevrijd. Zij kwam naar Beieren terug, waar zij haar laatste levensjaren doorbracht in het benedictinessenklooster Niedsernburg bij Passa, waar zij in 1045 tot abdis werd gekozen. Het jaar van haar dood is niet bekend.
Kort na haar dood begon haar verering, er kwamen grote bedevaarten tot stand naar haar graf."

Heiligen van de dag – Orthodox Klooster in de Peel (orthodoxasten.nl)

Link naar bericht
Deel via andere websites

21 maart

De heilige Jakobos de Belijder was een bisschop die door Konstantinos Kopronymos in ballingschap was gezonden wegens de iconenverering, en die daar ook gestorven is.

De heilige Thomas werd in 585 diaken van de heilige patriarch van Constantinopel, Johannes de vaster‚ en belast met het beheer van de goederen van de Grote kerk. Hierbij kwamen zijn bestuurstalenten scherp aan het licht, terwijl tegelijkertijd zijn heilige levenswijze een diepe indruk maakte. Toen keizer Fokas zocht naar een volkomen integere persoon voor de patriarchaatszetel‚ viel zijn keus op deze Thomas, en in 607 werd hij tot patriarch verheven. Onder zijn patriarchaat heerste rust op deze moeilijke post, en hij is in vrede ontslapen in het jaar 610, nadat hij de kerk drie jaar had bestuurd.
Hij wordt getypeerd door de volgende gebeurtenis. Tijdens een processie waren de draagkruisen op onverklaarbare wijze tegen elkaar gestoten en gebroken. Toen patriarch Thomas hiervan hoorde, wendde hij zich tot een in die tijd bekende monnik met profetische gaven, Theodoros Sykeotis (zie 22 april), en verzocht hem dringend te zeggen wat hiervan de betekenis was. Het antwoord was dat er tijden van ongeluk zouden aanbreken: verdeeldheid in het land, zodat christenen zouden strijden tegen christenen, en ook aanvallen van buitenaf, waarbij veel kerken verwoest zouden worden. Toen vroeg Thomas voor hem te bidden dat hij spoedig mocht sterven, opdat hij dit niet meer zou behoeven mee te maken. De heilige Theodoros weigerde aanvankelijk, maar naderhand gaf hij toe en schreef: ‘Wilt ge dat ik bij u kom of dat we elkaar bij God weerzien?’ De patriarch liet hem antwoorden: ‘Het is voldoende dat we elkaar bij God weerzien’. En vol vreugde ontsliep hij diezelfde dag.

De heilige Kyrillos (Beryllos of Viryllos), afkomstig uit Antiochië, werd door de apostel Petros tot bisschop van Catania (Sicilië) aangesteld. Hij predikte het christendom in woord en daad, en God bevestigde zijn prediking door wonderen zodat velen tot het geloof kwamen. Op zijn gebed werd een bron, die ondrinkbaar brak water leverde, tot een rijkelijk vloeiende bron van zuiver zoetwater. Kyrillos bereikte een hoge ouderdom en stierf in vrede.

45819_original.jpg Jacob en Serapion

De heilige Serapion doceerde aan de beroemde catechetenschool van Alexandrië. Hij werd bisschop van Thmuïs (in de Nijldelta) nadat hij als monnik in de Egyptische woestijn had geleefd. Hij was een vriend van de heilige Antonios de Grote (die hem op zijn sterfbed zijn rasso naliet), en een grote verdediger van de heilige Athanasios, met wie hij in briefwisseling stond en die vaak zijn raad inwon. Hij heeft ook verhandelingen geschreven over psalmen en over het Manicheisme, en nam deel aan het Concilie van Sardes in 343. In 356 werd hij, met vijf andere bisschoppen, door Athanasios naar Constantinopel gezonden om de zaak van de orthodoxie bij de keizer te bepleiten. Toen de Arianen aan de macht waren onder Konstantios, werd hij verbannen tot aan zijn dood, in 365. Hij was een scherpzinnig denker met grote studiezin en het wil wel iets zeggen dat de grote Hiëronymos hem ‘Serapion, de geleerde’ noemde. Nog geen eeuw geleden is er een Sacramentarion ontdekt van zijn hand, met gebeden voor de bisschopsliturgie.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-441/

Link naar bericht
Deel via andere websites
Geplaatst (bewerkt)

22 maart

De heilige Paulus, bisschop van Narbonne, en Afrodisios de Egyptenaar‚ eind 3e eeuw. Paulus was in de eerste helft van de 3e eeuw vanuit Rome naar Gallië gezonden voor de prediking van het Evangelie. Hij werd verschillende malen gefolterd maar verloor niet het leven, en hij werd de glorie van de stad Narbonne.

De heilige Deogratias, bisschop van Carthago, waarvoor hij gewijd werd in 454. De zetel was toen 14 jaar vacant geweest wegens de vervolging van de ariaanse Vandalenkoning Genserik. Toen deze in 455 Rome had geplunderd, kwam hij met ontelbare gevangenen naar Carthago, die als slaaf verkocht werden. Mannen, vrouwen en kinderen werden afzonderlijk verkocht, de gezinnen werden uiteengerukt en er ontstond een onnoemelijke ellende.
Deogratias was hierdoor diep ontroerd en zette heel zijn werkkracht in. Hij maakte alle kerkschatten van zijn bisdom te gelde en kocht de gevangenen vrij. Om de ongelukkigen onder te brengen, richtte hij de twee grootste kerken in als opvangcentrum. De vloer werd belegd met stro en er werden slaapplaatsen gemaakt voor de vele zieken. Hij was zelf dag en nacht in de weer om allen te verzorgen met voedsel en geneesmiddelen en hen zo nodig te verplegen. Hij was reeds oud, maar deze immense nood schonk hem nieuwe kracht. Wel ging deze overmatige krachtsinspanning ten koste van zijn gezondheid en na een jaar stierf hij in vrede, in 456. Genserik verbood verder alle bisschopswijdingen, dertig jaar lang, in heel Noord-Afrika‚ zodat daar na die periode nog maar drie orthodoxe bisschoppen in leven waren.

De heilige Lea was een adellijke Romeinse die leefde in de 4e eeuw. Na de dood van haar man deelde zij haar grote bezittingen uit aan de armen en leefde verder met enkele maagden in gemeenschappelijke armoede. Toen zij als een heilige gestorven was in 383, maakte Hiëronymos in de begrafenispreek een vergelijking tussen haar en haar eveneens overleden, nog heidense neef die een zelfzuchtig en slecht leven had geleid. Deze was nu van al zijn goederen beroofd en gedompeld in de duisternis. Maar de door de wereld verachte Lea heerste nu met Christus, verzadigd met de overvloed van Zijn goederen. En terwijl het kortstondige leven van plezier gevolgd werd door een eeuwigheid van smart, hadden de kortstondige kwellingen die Lea zichzelf had opgelegd, haar een eeuwigheid van geluk gebracht.

Gedachtenis van de overbrenging van de relieken van de heilige Harlindis (Herlinda, Gerlinde) en Relindis (Reinilda, Reinula), abdissen van Alden-Eyck‚ op 22 maart 1571 naar de Catharinakerk in Maaseyk. De feestdag van deze heiligen is op 13 februari.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Octavianus‚ aartsdiaken, met vele anderen door de Vandalen vermoord te Carthago; en Saturninus met 9 anderen in Noord-Afrika.

Eveneens op deze dag de heilige Benignus, 11e abt van Fontenelle, 723; lsaäk van Dalmatië, 4e eeuw; Avitus, kluizenaar in de Perigord, 518; Epatroditus, bisschop van Terracina, gewijd door de apostel Petros; en Benvenutus, bisschop van Osimo.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

basil2.png Basilius, priester uit Ankyra, eveneens de heilige van vandaag.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-442/

bewerkt door Modestus
Link naar bericht
Deel via andere websites

23 maart

201903211329526258.jpg?w=407

De heilige Lukas, een wees uit Adrianoupolis, werd knecht bij een koopman in Mytilene. Hij raakte in gevecht met een Turkse jeugdbende en doodde daarbij een van de jongens. Hij werd gegrepen en onder de dreiging met de doodstraf verloochende hij zijn geloof en ging over tot de islam. Toen hij volwassen geworden was, begreep hij welk een groot kwaad hij had gedaan. Hij wist te ontkomen naar de Athos, deed boete en werd monnik in de skite van de heilige Anna. Hij kon echter geen rust vinden voor zijn ziel. Bij zijn overgang tot de islam was hij besneden en dit merkteken aan zijn lichaam, waarmee hij voortdurend geconfronteerd werd, scheen hem ‘een zegel van de duivel toe, dat slechts door de marteldood zou kunnen worden verwijderd. Hij verliet daarom, met zijn geestelijk vader, de heilige berg en ging naar Mytilene. Daar werd hij spoedig herkend, terstond gevangen genomen en na zware folteringen opgehangen in 1802. Het lichaam bleef drie dagen aan de galg hangen. Nikeforos van Chios, die zijn leven heeft beschreven, zegt dat zijn lichaam door God begenadigd was: de ogen en de mond waren gesloten, het leek of hij sliep in plaats van dat hij gestorven was. Hij was blank als een lelie, en geen enkel verschijnsel van dode lichamen kwam bij hem voor: geen vlieg of insect kwam bij hem in de buurt. En het meest verwonderlijke was de onuitsprekelijk zoete geur die door zijn lichaam werd verspreid. Na drie dagen werd zijn lichaam in zee geworpen, maar in het geheim weer uitgehaald en begraven. Tot het jaar 1884 werden zijn beenderen verborgen in het dak van de kerk van de H. Symeon in Mytilene. Toen werden ze daar weggehaald, op bevel van Konstantinos Baliados, metropoliet van Mytilene, en bijgezet op het kerkhof. Er zijn van hem enige relieken bewaard gebleven, waardoor verschillende wonderen zijn gebeurd.

De heilige Basilios van Mangasea in Siberië was bediende bij een koopman. Hij was vroom, vlijtig en eerlijk, waar hij maar kon hielp hij armen en zieken, hij bad dagelijks zijn gebeden en ging trouw naar de kerk. Hij werd echter ruw behandeld en toen er eens ingebroken was, werd hij door de koopman van medeplichtigheid beschuldigd en met een sleutelbos doodgeslagen in 1602.
Om zijn echte gelovigheid stond hij reeds in aanzien bij de mensen, maar dit dramatische einde richtte heel bijzonder de belangstelling op hem. Het buitengewone is dat deze belangstelling niet langzamerhand wegstierf, maar steeds sterker werd, ook bij de jongeren die hem niet gekend hadden. Er gebeurden wonderen en allerlei gebedsverhoringen, en reeds na 50 jaren was zijn verering door geheel Siberië verbreid.

De heilige Victorianus en zijn medemartelaren. Hij was proconsul van Carthago en een van de rijkste mannen van Noord-Afrika. Onder de Vandalen-koning Hunerik had hij belangrijke posten bekleed, totdat deze ariaan besloot het geloof in de godheid van Christus uit te roeien. Hij bood Victorianus de hoogste posten en zijn bijzondere gunst aan wanneer hij ermee zou instemmen dat Christus een schepsel was. Maar Victorianus antwoordde: ‘Niets kan mij scheiden van het geloof en de liefde van onze Heer Jezus Christus. In vertrouwen op zulk een machtige Meester ben ik gereed om eerder alle kwellingen te verduren dan in te stemmen met de ariaanse godloosheid’. Dit antwoord wekte zozeer de woede op van de tiran: dat deze hem de wreedste kwellingen liet ondergaan. Langdurig moest hij lijden totdat hij tenslotte de kroon mocht winnen, in 484.
Nog andere namen worden bij deze vervolging genoemd: twee kooplieden die beiden Frumentius heetten, een arts, Liberatus, met zijn vrouw Germania en twee verder onbekende broers, die met buitengewone standvastigheid hebben geleden. Liberatus en Germania waren afzonderlijk opgesloten, en haar werd met veel stelligheid gezegd dat haar man had toegegeven. Germania zei toen dat zij een beslissing zou nemen wanneer ze hem had gezien. Zij werd bij hem gebracht voor het gerecht, en begon hem zijn afvalligheid te verwijten, maar het werd spoedig duidelijk dat het slechts leugens waren geweest. Toen zij dus beiden standvastig bleven, ondergingen zij hetzelfde lot.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-443/

Link naar bericht
Deel via andere websites

24 maart

De heilige Stefanos Xylinites leefde als een dwaas omwille van Christus. Hij zwierf naakt en barrevoets van plaats tot plaats, altijd onderweg, zonder zich rust te gunnen. Een dergelijke ascese gaat vaak gepaard met het charisma van profetie. Dikwijls kon hij de mensen voorzeggen wat er met hen zou gaan gebeuren, en zo zag hij ook zijn eigen einde vooruit. Zijn opdracht was vervuld en hij ging nu naar de berg Latros, waar hij met enkele andere asceten zijn laatste dagen in gezamenlijk gebed doorbracht. Daar is hij in vrede gestorven.

De heilige Domangart, bisschop van Slieve. Hij was de zoon van koning Domangart die zijn twee dochters in zee had laten verdrinken omdat zij christen waren geworden. De nog ongeboren Domangart werd gespaard en door zijn moeder als christen opgevoed; de vader was reeds spoedig gestorven. Over zijn verdere leven is niet veel bekend. Hij moet gestorven zijn in de eerste helft van de 6e eeuw.

De heilige Hildelitha, abdis van Barking, was een van de eerste Engelse vrouwen die haar maagdelijkheid wijdden aan de Heer. Zij werd opgevoed in een Franse abdij, toen nog de enige mogelijkheid. Later kwam zij als instructrice naar het nieuw gestichte klooster in Barking, waar Ethelburga de eerste abdis was en van wie zij de opvolgster werd. Zij genoot algemeen hoge achting om haar geleerdheid en vroomheid. Zij is gestorven in hoge ouderdom, tegen het jaar 720.

De heilige Jakobos de Belijder was een monnik van het Studionklooster. Toen de grote Theodoros van Studion in ballingschap gezonden werd, nam men Jakobos gevangen en hij werd hevig gefolterd om hem te doen verzaken aan het vereren van de iconen. Hij bleef echter standvastig in de orthodoxie en toen de iconoclastische keizer Leo gestorven was, kwam hij weer in het klooster terug. Hij overleed echter spoedig ten gevolge van de opgelopen verwondingen.

Ook nog op deze dag de heilige 8 martelaren te Caesarea in Palestina; Epigmenius, priester te Rome, onder Diokletiaan; Pigmenius, priester te Rome verdronken onder Juliaan de Afvallige; Marcus en Timotheus te Rome onder Antoninus; en Romulus en zijn broer Secundus te Mauretanië.

Eveneens op deze dag de heilige Martinos van Thebe, monnik; Artemios, bisschop van Thessalonika; Zacharias de vaster van het Holenklooster te Kiev, begin 14e eeuw; Latinus, bisschop van Brescia; en Seleukos, belijder in Syrië.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

24_03_PARTHENIOS_EK_MUTILHNHS_1.jpg Heilige Parthenios III, patriarch van Constantinopel.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-444/

Link naar bericht
Deel via andere websites
Geplaatst (bewerkt)

25 maart

bra.png

Verkondiging (Evangelismos) is het feest van het begin van het aardse leven van de Verlosser, het eerste ogenblik van de vleeswording van het goddelijk Woord, de Zoon van God. De Heilige Geest overschaduwt de Maagd Maria nadat deze haar toestemming gegeven had, en nu vloeit het goddelijk leven op deze plek naar binnen in de gehele mensheid. Op de meest radicale manier zoekt God het één worden met het menselijk geslacht, dus met ieder van ons. Want wij zijn niets slechts menselijke individuen, wij vormen een samenhangend geheel, een totaliteit. En juist daardoor is het mogelijk dat wij werkelijk verlost worden door dit handelen van God, het gaat ons rechtstreeks, persoonlijk aan, er is een directe verbinding tot stand gekomen, precies in ons vlees. God trad de mensheid binnen, Hij werd mens, geheel en al, maar daardoor heeft Hij de mensheid als het ware geïnfecteerd met Zijn Godheid. Wij zijn niet meer op dezelfde manier mens als vóór de komst van Christus, er is een volkomen nieuwe mogelijkheid in ons neergelegd, een oneindige horizon is voor ons ontsloten: wij mogen kinderen worden van God, wij zijn geroepen om broeders en zusters te zijn van de Zoon van God, Die ons daarom leerde bidden: Onze Vader!
Deze wonderbare werkelijkheid gaat elke aardse en menselijke maat en bevattingsvermogen volkomen te buiten: alleen een reeks van wonderen kon dit tot stand brengen. De goddelijke oneindigheid wordt besloten in een vrouwenlichaam; de almachtige Schepper wordt een passief klompje vlees, groeiend volgens de wetten der stoffelijke natuur; Hij Wiens aanblik voor elk schepsel dodelijk moet zijn, verbindt Zich tot één geheel met het lichaam waarin Hij te gast komt; Hij Die het heelal met de kracht van Zijn Wezen vervult, is nu aanwezig op een bepaald plekje in de stof; de eeuwige, Beginloze, begint nu te leven; de allesbeheersende Gebieder wordt een hulpeloos kind.
Niet zonder reden wordt het Woord vlees in een maagd. Hij is immers geheel en al Zoon van de hemelse Vader! Er zou een gebrokenheid zijn als Hij ook een aardse vader zou bezitten. Uit deze Ontvangenis door de overschaduwing van de Heilige Geest over een maagd zien wij op de duidelijkste wijze Zijn God-menselijke werkelijkheid: terwijl Hij volkomen mens wordt, blijft Hij geheel en al God. Zijn geboorte is daarom ook het gevolg van een initiatief van de kant van God, niet de bezegeling van wat in het menselijk verkeer toch altijd min of meer een toevalskarakter draagt. De belangrijkste grond is wel dat het hier niet gaat om het ontstaan van een nieuwe menselijke persoon, zoals dat bij een gewone geboorte het geval is. De persoon van Christus is niemand anders dan de tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid. Deze bleef Zichzelf gelijk, maar begon nu een menselijk bestaan.
Daardoor is in Hem het goddelijke zo volkomen verbonden met het menselijke; daardoor heeft Hij werkelijk de Godheid in de mensheid binnengebracht; daardoor konden wij ook wezenlijk worden verlost. En met aangrijpende schoonheid worden deze werkelijkheden tot uitdrukking gebracht in de zangen van het feest.
In Griekenland wordt deze dag ook gevierd als Bevrijdingsdag, omdat bisschop Germanos van Patras op deze dag in het jaar 1821 het teken gaf voor de opstand tegen het Turkse bewind.

De heilige Ireneos, bisschop van Sirmium in Pannonië (Hongarije) was gearresteerd en voor het tribunaal geleid. Heel zijn familie was aanwezig: moeder, vrouw, kinderen die zich aan hem vastklemden en hem smeekten hen toch niet te verlaten en zich te onderwerpen aan het keizerlijk edict. Maar Ireneos zei: ‘Onze Heer Jezus Christus heeft ons geleerd dat wie vader, moeder, vrouw of kinderen meer bemint dan Hem, dat die Hem niet waardig is. Daarom vergeet ik dat ik vader ben en man en zoon’. Toen werd hij veroordeeld om onthoofd te worden, in 304.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-445/

bewerkt door Modestus
Link naar bericht
Deel via andere websites

26 maart

saint-gabriel-the-archangel-icon-588.jpg

De heilige aartsengel Gabriël was Gods afgezant bij de geboorte zowel van Jezus van Nazareth als van de heilige Johannes de Voorloper. Zijn naam betekent ‘Kracht Gods’; hij behoort tot de zeldzame engelen van wie de naam genoemd wordt in de Heilige Schrift, zelfs herhaalde malen, want hij speelt ook een rol in de apocalyptische visioenen van de profeet Daniël (Dan. 8: 16 en 9: 21, en Lk. 1: 19 en 1: 26). Daniël aanschouwde een geheimzinnig visioen van geweldige grootheid en ruwe kracht. ‘En hij hoorde een menselijke stem roepen: Gabriël, geef hem de verklaring van het visioen. Daarop kwam hij naar mij toe, maar terwijl hij naderde, werd ik door zulk een vrees aangegrepen dat ik ter aarde viel en ik lag bewusteloos op de grond. Hij raakte mij aan en richtte mij weer op en zei: Ik ga u bekend maken wat er gebeuren zal in de eindtijd’.
De tweede keer was Daniël aan het bidden en beleed zijn zonden en die van het volk Israël. ‘Ik was nog aan het bidden toen Gabriël, de man die ik vroeger in een visioen had gezien, naar mij kwam toevliegen op de tijd van het avondoffer, hij sprak tot mij en gaf mij inzicht …’
Daarna horen we weer over hem bij Lukas die verhaalt hoe Zacharias als priester het wierookoffer opdroeg, terwijl het volk buiten stond te bidden. ‘Er verscheen hem een engel des Heren, staande aan de rechterkant van het wierookaltaar …’ Hij verkondigt hem dat hij een zoon zal krijgen, die een groot profeet zal zijn. Zacharias trekt zijn woorden in twijfel om de hoge ouderdom van hem en zijn vrouw. De engel gaf hem ten antwoord: ‘Ik ben Gabriël die voor Gods aangezicht sta, en ik ben gezonden om u die blijde boodschap aan te kondigen. Zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken tot op de dag waarop het gebeuren zal, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt; doch deze zullen op hun eigen tijd in vervulling gaan’.
Scherp contrasteert hiermee zijn optreden bij de Maagd Maria. Hij spreekt haar toe met die bijzondere groet: ‘verheug u, begenadigde, de Heer is met u’. Dan verkondigt hij haar Gods blijde Boodschap en wanneer dan ook zij uiteenzet waarom dat onmogelijk is, geeft hij haar uitvoerig uitleg, bekrachtigd door het teken aan Elisabeth, totdat zij haar ja-woord spreekt. En Maria vertrekt ogenblikkelijk om met eigen ogen dit teken te aanschouwen.
Zo krijgen we een indruk van wat we het karakter van Gabriël zouden kunnen noemen. De Schrift noemt hem een ‘man’, maar zegt tegelijk dat hij vliegt. Hij heeft de herhaalde opdracht om uitleg te geven van geheimvolle dingen, maar wanneer de menselijke twijfel te grof wordt, laat hij zich gelden met gezag. Maar tegenover de toekomstige moeder van de Heer treedt hij op met de grootste fijngevoeligheid.
Zijn synax wordt gevierd op de dag na de verkondiging omdat hij als het ware de drager was van het goddelijk Woord dat toegang zocht bij de Maagd Maria om Zich door middel van haar schoot te bekleden met ons menselijk vlees. Hij heeft daarmee de dankbaarheid gewonnen van allen die aan Christus willen toebehoren. Wij zingen daarom voor hem een eigen officie, maar als tropaar dat van het feest van de verkondiging.

Gedachtenis van Malchos, een kluizenaar in de woestijn Chalkis. Ondanks het verbod van zijn geestelijke vader ging hij naar Syrië, zijn vaderland. Onderweg viel hij in handen van een Ethiopiër die hem dwong met een christenvrouw te leven. Zij namen op een keer de gelegenheid waar om te vluchten, maar het werd al spoedig ontdekt en de achtervolgers zaten hen dicht op de hielen. Zij vluchtten toen een spelonk binnen waarin echter een leeuwin met haar jongen huisde. Deze richtte zich toen tegen hun achtervolgers en liet hen ongedeerd. Daarop konden zij weer verder trekken en zij eindigden hun leven elk in een klooster, 4e eeuw.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-446/

Link naar bericht
Deel via andere websites
Geplaatst (bewerkt)

27 maart

De heilige Johannes de ziener, geboren rond 305, was de beroemdste kluizenaar na de heilige Antonios. Hij wordt geprezen door alle bekende kerkvaders van Augustinus tot Rufinus. Hij was geboren in Lykopolis (Neder-Thebaïde) en werkte als timmerman tot hij 25 jaar oud was. Toen werd het verlangen naar een geheel aan gebed gewijd leven te sterk in hem en hij verliet de wereld. Hij stelde zich onder de leiding van een oude kluizenaar die geen banden van genegenheid wilde kweken, hem een harde opvoeding gaf en vaak zinloze taken opdroeg die Johannes zonder enige aarzeling ten uitvoer poogde te brengen, welke inspanningen dit ook vroeg.
Na de dood van zijn geestelijk vader trok Johannes gedurende 5 jaar langs de verschillende kloosters van Egypte, om het monastieke leven in al zijn facetten te leren kennen. Daarna keerde hij terug naar een spelonk waar het uitzicht geheel werd gevuld door een daar tegenover staande rots, in de buurt van zijn geboortestad. Hij was toen ongeveer 40 jaar oud en daar bracht hij heel de lange rest van zijn leven door.
Een uitspraak van hem luidde: ‘Omdat wij de lichte last geweigerd hebben van onszelf te berispen‚ moeten wij de zware last slepen van onszelf te rechtvaardigen’. En tegen zijn leerling zei hij: ‘Wanneer wij God, de Ene, eren, dan eren allen ons. Maar wanneer wij de Ene niet achten, dan zullen allen ons minachten en gaan wij onze ondergang tegemoet’. Bij een andere gelegenheid zei hij: ‘Het is noodzakelijk om zich iets van alle deugden eigen te maken. Elke dag wanneer wij opstaan moeten wij een aanvang maken met elk gebod van God, met volharding, vreze Gods en lankmoedigheid; met liefde tot God en met alle ijver van ziel en lichaam; nederig en standvastig in droefheid; waakzaam in voorbeden voor anderen onder zuchten; rein in woorden en onze ogen bedwingen; ons niet opwinden bij beledigingen en vredelievend zijn tegenover aangedaan kwaad; geen acht slaan op het tekort schieten van anderen, want we weten dat we zelf nog minder zijn; geen genoegdoening verschaffen aan onze stoffelijke wensen maar ons gewillig schikken naar ons kruis; strijd voeren om de armoede van geest te bewaren, om vast te houden aan onze goede voornemens, en ons daartoe sterken door vasten, inkeer en wenen; de strijd nooit opgeven tegen de bekoring; smeken om het juiste onderscheidingsvermogen; acht geven op de reinheid van onze ziel; eten op een wijze die een monnik past; onze innerlijke rust bewaren tijdens het werk; ons oefenen in nachtwaken, in het verduren van honger en dorst, van koude en te weinig kleding; ons uitputten in werk; het graf voor ogen houden, want elk ogenblik kan de dood ons overvallen’.
Op de vraag: ‘Wat is een monnik?’ antwoordde hij: ‘Zich volledig inzetten bij alles wat men doet, dat is een monnik’. Een ander woord van hem luidt: ‘Het is onmogelijk een huis te bouwen van boven naar beneden, we kunnen het alleen optrekken vanuit het fundament. En dit fundament dat is onze naaste. Eerst moeten wij onze naaste winnen en pas op die grondslag kunnen wij bouwen. Want Christus heeft immers gezegd dat alle geboden afhangen van onze verhouding met onze naaste’.
Hij is gestorven in 393, in de ouderdom van 90 jaar, waarschijnlijk op de 17e oktober, de dag waarop zijn gedachtenis wordt gevierd door de Koptische kerk.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Johannes en Baruchios, met het zwaard gedood; en Alexander de soldaat, ter dood gebracht te Drizipara in Pannonië (Hongarije), onder Maximiaan.

Eveneens op deze dag de heilige Kerykos, die het ascetische leven leidde bij Theodosiopolis in Thrakië; Paulos‚ bisschop van Corinthe, rond 885; Eutychios, een monnik; en Dominicus, 545, en Vedulphus, 580, bisschoppen van Arras.

AgiaLidia02.jpg Heilige Lydia

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-447/

bewerkt door Modestus
Link naar bericht
Deel via andere websites

28 maart

H.-Guntram-van-Bourgondi%C3%AB.jpg

De heilige Gontran (Gunthranus), koning van Bourgogne, kleinzoon van Clovis I, werd geboren in 525 en koning gekroond toen hij 36 jaar oud was, te Orléans.
Na een barbaarse beginperiode, die het leven kostte aan zijn beide broers, ontfermde hij zich over hun kinderen en begon hij oprecht te zoeken naar het welzijn van zijn onderdanen. Hij gebruikte de onderrichtingen van het Evangelie als richtsnoer voor zijn bestuur en hechtte de hoogste waarde aan goede betrekkingen met de bisschoppen. Hij steunde alom de kerkbouw en het oprichten van kloosters.
Toen een langdurige periode van slecht weer niet alleen algemene hongersnood veroorzaakte, maar er daarbij ook nog een pestepidemie uitbrak, achtte hij zich persoonlijk voor God verantwoordelijk, en hij trachtte door dag en nacht te bidden en te vasten Gods toorn af te wenden, terwijl hij alle maatregelen nam voor het verzorgen van de zieken.
Persoonlijke beledigingen, en zelfs moordaanslagen, vergaf hij gemakkelijk, maar de wreedheden van zijn officieren tegen anderen bestrafte hij streng. Hij is gestorven in het jaar 593, bijna 70 jaar oud, te Chalons-sur-Saône. De heilige Gregorius van Tours, die zijn leven heeft beschreven, verhaalt ook verschillende, op Gontrans voorspraak verkregen wonderen, waarvan hij getuige is geweest.

De ervaring van Taxiotis, die als soldaat een wild leven had geleid, maar tenslotte een goede vrouw had getrouwd en door haar invloed een beter leven was begonnen. Toen hij eens zijn tuin buiten de stad bezocht, viel hij echter terug in zijn oude zonde, met de vrouw van zijn werkman. Terwijl hij van haar wegging, werd hij door een gifslang gebeten en hij stierf. Aan het eind van de dag kwam hij weer bij en vier dagen later was hij zover genezen dat hij kon vertellen wat hem was overkomen. Hij was terecht gekomen in de strafplaats der overspeligen, en de demonen maakten zich reeds van hem meester, maar toen was er een engel verschenen die hem weer naar buiten had geleid. Hij mocht in Zijn lichaam terugkeren om die zonde uit te boeten.
Hij leefde nog 40 dagen in strenge boete-pleging, bezocht de ene kerk na de andere, sloeg met zijn hoofd tegen de deurposten en de drempels, heftig wenend, terwijl hij de verbaasde omstanders vertelde over de verschrikkelijke kwellingen die in de andere wereld te wachten stonden, en hun smeekte niet meer te zondigen en boete te doen. Zo stierf hij, verzoend met God, ten tweeden male.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Kastor en Dorotheos, te Tarsos in Kllikië; en Rogatus, Successus en 16 anderen in Noord-Afrika.

Eveneens op deze dag de heilige Gundelinde, abdis in de Elzas, 759.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-448/

Link naar bericht
Deel via andere websites

29 maart

De heilige Armogastes, Archinimos en Satur, die zware martelingen moesten ondergaan, hoewel niet tot de dood toe, nadat de Vandalenkoning Genserik van de orthodoxie naar het arianisme was overgegaan. Deze vervolging woedde, vooral in Noord-Afrika. De christenen mochten zelfs niet in hun eigen huis bidden.
Een van de eersten die gegrepen werden was Armogastes, die in dienst stond van de prins. Hij werd op allerlei wijzen gefolterd, maar tegen het oorspronkelijke plan in, niet onthoofd. Hij werd eerst naar de mijnen gezonden en toen teruggeroepen om hem nog meer in het publiek te onteren: hij werd tot veedrijver gemaakt.
Archinimos uit de stad Mascula werd in diezelfde tijd geroepen om Christus te belijden. Hij moest voor de koning zelf verschijnen en deze beloofde hem grote rijkdommen wanneer hij het geloof in de eeuwige Godheid van Christus zou afzweren. De koning leverde hem toen over in de handen der beulen, maar had hun tevens heimelijk bevolen niet tot het uiterste te gaan. zodat Archinimos in leven zou blijven.
Satur was de procurator van de bevelhebber Hunerik. Toen hij het arianisme niet wilde aanvaarden, dreigde Hunerik heel zijn bezit te confisceren, hem zijn slaven, kinderen en zelfs zijn vrouw te ontnemen en die in het openbaar aan een kameeldrijver uit te huwen. Satur bleef onwrikbaar maar zijn vrouw kwam hem smeken haar toch niet tot zulk een schande, en tot de zonde van bigamie te veroordelen. Satur hield haar toen voor dat de Heer gezegd heeft dat we niets boven Hem mogen stellen. En dat, als zij hem werkelijk liefhad, ze hem niet zou veroordelen tot de eeuwige dood. Hij werd dus tot de bedelstaf gebracht, en hij mocht zelfs de stad niet verlaten.
Om hun moedig getuigenis en om het lijden dat zij daarvoor hadden ondergaan in het jaar 463, werd aan deze belijders toch de eretitel ‘martelaar’ geschonken, al waren zij niet ter dood gebracht.

eadda4e7d645a7782b15606e12bde5ad.jpg

De heilige Markos, bisschop van Arethusa (op de Libanonberg), behoorde tot de voor semi-arlaans uitgescholden partij (evenals trouwens de heilige Kyrillos van Alexandrië), namelijk de bisschoppen die van ganser harte de orthodoxe overtuiging waren toegedaan dat Christus geheel en al God is, evenals de Vader, maar die aarzelend stonden tegenover het woord ‘eenwezenlijk’, omdat dit met zoveel hartstocht geladen was, zowel door de voorstanders als door de tegenpartij. Zij hoopten door deze nieuw gevormde uitdrukking te vermijden ook te vermijden dat de goedwillende maar niet geheel verlichte gelovigen in de armen van de echte ketters gedreven zouden worden.
ln het nog grotendeels heidense Arethusa had Markos de woede van de bevolking opgewekt door, onder bescherming van de Griekse soldaten, een, schitterende afgodstempel af te breken. Toen Juliaan de Afvallige de troon had bestegen, vaardigde deze een wet uit dat de afgebroken tempel vergoed of herbouwd moest worden. Markos zag geen kans het geëiste geld op te brengen, en evenmin wilde hij een afgodstempel bouwen, en hij vreesde voor zijn leven te midden van een opgehitste vijandige bevolking. Hij besloot daarom de vlucht te nemen, maar toen hij zich realiseerde dat dan de volkswoede zich over de andere christenen zou ontladen, keerde hij terug en stelde hij zich ter beschikking van de rechtbank.
De fanatieke menigte viel toen op hem aan, mishandelde en vernederde hem op alle mogelijke manieren tot hij, naakt en met wonden overdekt aan de insecten blootgesteld, te sterven lag. Markos had alle mishandelingen met de grootste kalmte ondergaan en de heidense stadsbestuurder bracht Juliaan onder het oog dat het een schande zou zijn als zij zich lieten overwinnen door de standvastigheid van zulk een krachteloze oude man. Daarop werd hij vrijgelaten: Juliaan wilde de christenen geen martelaar verschaffen.

Er bestaat nog een brief van de heidense retor Libanios, die bij de behandeling van een dergelijk geval waarschuwend schreef: ‘Als hij in zijn boeien sterft, bedenk dan goed wat de gevolgen zullen zijn, en dat er niet nog meer komen zoals Markos. Want die hadden ze opgehangen, gegeseld, de baard uitgerukt, maar alles verdroeg hij standvastig. En nu wordt hij vereerd als een god, en overal waar hij komt, vecht iedereen om hem te kunnen aanraken. Laat dit een waarschuwing voor ons zijn.’
En toen in Arethusa zelf de rust terugkeerde, was de bevolking zozeer onder de indruk gekomen van Markos’ heldhaftig gedrag, dat de meesten zich tot Christus bekeerden.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-449/

Link naar bericht
Deel via andere websites

30 maart

De heilige Johannes de zwijger werd monnik toen hij 18 jaar oud was. Ondanks zijn jonge jaren was hij vervuld van de diepe ernst van een rijpe persoonlijkheid en reeds 10 jaar later werd hij gekozen tot bisschop van Colonia (Romeins Armenië). Dit ambt vervulde hij gedurende 18 jaar, maar toen werd het verlangen naar een zuiver geestelijk leven te sterk. Hij nam afscheid van zijn diocees en ging op pelgrimstocht naar het Heilig Land. Na zijn bezoek aan de heilige plaatsen kwam hij in het klooster waar de heilige Sabbas aan het hoofd stond. Hij voelde zich gedrongen zich onder zijn leiding te stellen en vroeg dus om toegelaten te worden als novice.
De heilige Sabbas bemerkte weldra zijn begaafdheid en de diepte van zijn geestelijk leven en hij drong er bij hem op aan zich priester te laten wijden. Toen moest Johannes hem wel zeggen dat hij al bisschop was. Hij bleef wel in het klooster maar leefde verder in zijn cel als recluus, als ingeslotene, tot aan zijn dood in 557 of 558.

De heilige Apollos, Epafroditos, Kefas, Kesar en Sosthenes, uit de 70 apostelen. Zij waren medewerkers van de heilige Paulos. Apollos werd bisschop van Smyrna‚ Kesar bisschop van Dyrrachium (Dürres) en Epafroditos bisschop van Adriania.

00a43-minybu8x82i.jpg

De heilige Zacharias, bisschop van Corinthe, weigerde na een aanklacht wegens landverraad‚ de islam aan te nemen, en werd door de Turken veroordeeld tot de vuurdood. De christenen brachten echter geld bij elkaar om de rechter gunstig te stemmen, en toen werd Zacharias onthoofd, in 1684.

De heilige Quirinus de Tribuun, had dienst in de gevangenis waar paus Alexander I in hechtenis was. Hij werd door hem onderricht en gedoopt met heel zijn gezin, waaronder de heilige maagd Balbina. Onder keizer Hadrianus werd hij daarom gevangen genomen, bloedig verminkt naar het executieveld gesleept en daar tenslotte onthoofd in 130.

De heilige Secundus, graaf van Asti, was in het geloof onderricht door de daar gevangen priester Calocerus. Hij werd gedoopt in Milaan en vandaar naar Tortona gezonden om de heilige Mysteriën te brengen aan de heilige Martinianus, die daar gevangen zat. Hij was ook aanwezig toen deze de marteldood moest ondergaan en nam het lichaam mee om het te begraven. Om die reden werd hij gevangen genomen en toen bleek dat hij christen was. Hij werd op de pijnbank gespannen en vervolgens naar zijn woonplaats Asti teruggezonden. Daar werd hij, samen met Calocerus, onthoofd in het jaar 119.

Eveneens op deze dag de heilige Regulus, bisschop van Arles, gestorven in 130; Regulus, bisschop van Senlis, begin 4e eeuw; Eubula, moeder van de groot-martelaar Panteleimon, stierf kort voor de aanvang van de marteling van haar zoon, begin 3e eeuw; Johannes, patriarch van Jeruzalem; Joad‚ de profeet uit het 13e hoofdstuk van het Eerste Boek der Koningen; Mamertinus, abt te Auxerre, 462; Vero, monnik in Henegouwen, 9e eeuw; Pastor, bisschop van Orléans; en Clinius te Aquino.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-450/

Link naar bericht
Deel via andere websites
Geplaatst (bewerkt)

31 maart

De heilige Guido (Wido) van Pomposa, werd geboren in het jaar 970 te Casamar bij Ravenna. Tegen de wil van zijn vader verlangde hij ernaar tot de geestelijke stand te behoren. Daartoe ging hij naar Rome, maar hij kreeg een openbaring die hem zei naar Ravenna terug te keren. Daar trok hij in bij een heilige kluizenaar, Martinus, met wie hij drie jaar samenleefde. Deze stuurde hem toen naar de benedictijner-abdij te Pomposa. Enige tijd later kozen de monniken Guido als abt, en op uitdrukkelijk bevel van zijn geestelijke vader Martinus aanvaardde hij deze opdracht.
Achtenveertig jaar stond hij aan het hoofd van de abdij en hij bracht deze tot grote bloei. Het getal der monniken werd zo groot dat er een nieuw klooster gebouwd moest worden. Op zijn uitnodiging hield de heilige Petrus Damiani geregeld een toespraak voor de monniken en Petrus wijdde ook zijn geschrift ‘Over de Volkomenheid der Monniken’ aan Guido toe.
Toen hij het einde van zijn leven voelde naderen, trok hij zich in de eenzaamheid terug om zich weer volkomen aan het gebed te kunnen wijden. Toen echter keizer Hendrik II naar Italië kwam, wenste deze de beroemde monnik te zien. Met grote tegenzin begaf Guido zich op weg naar Piacenza, maar hij nam afscheid van de broeders en zei dat ze hem niet zouden terugzien. Hij is inderdaad onderweg gestorven, in het jaar 1046.

De heilige Balbina was bekeerd, samen met haar vader de heilige Quirinus de Tribuun (30 maart). Zij heeft de boeien van de heilige Petros gevonden, ter ere waarvan in Rome een kerk is gebouwd, ‘Ad Vincula’. Zij is gestorven in 132. In 590 bestond er in Rome een aan haar gewijde kerk, waaraan toen drie priesters waren verbonden, zoals blijkt uit hun ondertekening van een concilie-acte.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren: Theofilos, ter dood gebracht op Kreta; 38 martelaren; Menander; de profeet Amos, na veel martelingen gestorven in Thecua; Anesius, Cornelia, Felix en Theodoulus, met vele anderen ter dood gebracht in Noord-Afrika.

Eveneens op deze dag de heilige Renovatus, bisschop van Merida (Mende) en abt van het klooster te Cauliana, 633; Blasios, monnik in Amoria; Jona, metropoliet van Kiev, 1461 (zie ook 15 juni); Hypatios, arts, monnik in het Holen-klooster in Kiev, 14e eeuw; en Stefanos, monnik en wonderdoener.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

24dee3116352929627f5c77054f26cd1.jpg Jozef de aartsvader, 18de eeuw voor Christus. 

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-451/

bewerkt door Modestus
Link naar bericht
Deel via andere websites
Geplaatst (bewerkt)

1 april

De heilige Euthymios de wonderdoener van Suzdal. Hij was geboren te Nizjni Novgorod en werd reeds als jongen in het klooster van Suzdal opgenomen. In 1352 werd hij daar tot archimandriet gekozen van het klooster, toegewijd aan Christus de Verlosser, dat hij 53 jaar bestuurde en tot bloei bracht. Een eeuw later werd zijn graf geopend en zijn lichaam geheel ongeschonden teruggevonden.

De heilige Makarios, abt van Peleketa, was geboren te Constantinopel maar reeds als kind verloor hij zijn ouders. Hij werd toen opgevoed door een oom door wie hij waarschijnlijk ook het kloosterleven leerde kennen, want al vroeg ontwaakte in hem het verlangen monnik te worden. Hij wilde niet temidden van de verstrooiingen leven die het verblijf in de Keizerstad bood en ging daarom naar het klooster Peleketa op Triglia, toegewijd aan de heilige Johannes de Theoloog. Bij de monnikswijding ontving hij de naam Makarios.
Hij raakte bekend door zijn heilig leven en zijn medeleven met wie op een of andere wijze in nood verkeerden, en zijn gebed voor hen werd meermalen op wonderbare wijze verhoord. Hij werd priester gewijd en de monniken kozen hem tot hun geestelijke vader en tot abt.
ln het begin van de 9e eeuw herleefde de strijd om de iconen‚ toen Leo V, de Armeniër, keizer werd. Makarios werd met vele anderen in de gevangenis geworpen. Na de dood van keizer Leo werd hij uit de gevangenis bevrijd, maar toen hij bleef vasthouden dat de iconen vereerd moeten worden, werd hij verbannen naar het eiland Achousia in de Zee van Marmora, waar hij in de gevangenis is gestorven.

0401aabrahambulgaria.jpg Abraamios

De heilige Abraamios was een islamitische Bulgaar. Hij verdiende zijn levensonderhoud als handelaar en hij betoonde bijzondere gastvrijheid voor vreemdelingen en droeg op allerlei wijzen zorg voor de armen. Zijn hart ging open toen hij Christus leerde kennen en hij liet zich dopen. Dit werd nog getolereerd, maar toen hij op een jaarmarkt, waar dus vele vreemden kwamen, het christendom ging prediken, werd hij door een woedende menigte gedood, in 1229. Russische kooplieden brachten zijn lichaam mee naar Wladimir, waar hij in het klooster begraven werd.

De heilige Meliton, bisschop van Sardis (Klein-Azië). Hij was een van de bekendste Herders van de kerk in de 2e eeuw, een man van grote geleerdheid, die vooral werkte aan het bijeenbrengen van de boeken van de heilige Schrift op wetenschappelijke wijze. Hij stelde een lijst op van de boeken van het Oude Testament die door de gehele kerk als canoniek werden erkend. Door zijn zachtmoedig en warmhartig optreden wist hij de vrede te brengen in de kerk van Laodicea, die in onrust was door diepgaande meningsverschillen over de paasdatum. Hij schreef ook een apologie, om het christendom te verdedigen tegen de heidenen, die hij in het jaar 170 naar Rome bracht en aanbood aan keizer Marcus Aurelius.
Hij is in het jaar 177 in vrede gestorven.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-452/

bewerkt door Modestus
Link naar bericht
Deel via andere websites

2 april

De heilige Abundius, bisschop van Como van 445 tot 468. Om zijn geleerdheid en diplomatieke gaven werd hij door Leo de Grote als gezant naar Constantinopel gezonden voor het Concilie van 450.

De heilige Ebbe, abdis, met haar mede-martelaressen, monialen van het klooster te Coldingham, het beroemdste vrouwenklooster in Schotland. Toen dit belegerd werd door de Denen, die het land waren binnengevallen, waren zij niet zozeer beangst hun leven te verliezen, dan wel hun maagdelijkheid. Ebbe bedacht een drastische oplossing: zij sneed zich de neus en de bovenlip af, en de anderen volgden haar voorbeeld, terwijl zij zich allen in het kapittel verzamelden. De binnengedrongen barbaren lieten zich hierdoor inderdaad afschrikken. Zij staken daarop het klooster in brand zodat allen omkwamen in de vlammen, 870.

De heilige Longis (zijn naam wordt op 11 verschillende manieren geschreven), abt van Boisselière au Maine, kwam uit een adellijk heidens gezin in Duitsland. Hij raakte bevriend met iemand die met zoveel liefde over Christus sprak dat zijn hart daardoor geraakt werd. Hij trok daarom naar het christen Frankrijk en werd in Clermont gedoopt. Zijn enthousiasme werd groter naarmate hij meer over Christus leerde, hij kwam steeds vaker in de studiekring die zich rond de bisschop verzamelde, en weldra werd hij priester gewijd.
Er werd met veel eerbied gesproken over een heilige bisschop, Haduinus, in Maine, en Longis begaf zich daarheen. Haduinus raadde hem aan een pelgrimstocht te maken naar Rome, geheiligd door het bloed van zoveel martelaren en van de apostelvorsten Petros en Paulos, en op hun graf te bidden om zijn levensweg duidelijk te mogen zien. Toen hij in Maine terug was, met de relieken die hij uit Rome had meegebracht, bouwde hij in het dorp Boisselière een kluis met een kapel, toegewijd aan de heilige Petros. Zijn leven trok de aandacht van de nog heidense boeren uit de omgeving. Zij zochten hem op, spraken met hem en velen bekeerden zich. Verschillende van zijn bekeerlingen wilden zijn leven delen, en zo ontstond er een klooster onder zijn leiding. Hij is na een vruchtbaar leven gestorven in 653, toen hij 73 jaar oud was.

1MU10__63174.1503521099.jpg?c=2Musa

De heilige Musa was een klein meisje in Rome, in de 6e eeuw. In een droom zag zij eens een groot gezelschap van in het wit geklede kleine meisjes rond de heilige Moeder Gods. Ze wilde erheen rennen om bij hen te zijn, maar werd tegengehouden terwijl ze tegen haar zeiden dat zij eerst een goed en ernstig kind moest worden eer zij daarbij kon zijn.
Toen Musa de volgende ochtend ontwaakte was zij geheel veranderd. Ze was geen luchthartig schepseltje meer, maar werd verteerd door het verlangen om bij die witte schare te komen en zij was vervuld van liefde tot God. Enkele weken later werd zij ziek en lag met hoge koorts te bed. Zij verzwakte, maar de vijfde dag leefde zij plotseling op en riep: “Dame, ik kom, ik kom!” En zo ontsliep zij.

Eveneens op deze dag de heilige Gregorios‚ die leefde als asceet aan zee bij Nikomedië, 1240; Urbanus, bisschop van Langres, 450; en Victor, bisschop van Capua, een geleerde.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-453/

Link naar bericht
Deel via andere websites

3 april

De heilige Paulos de Rus was als jongen door de Tataren gevangen genomen en aan de Turken verkocht. Na verschillende omzwervingen kwam hij in Constantinopel terecht, waar hij trouwde met een lotgenote. Toen hij eens bijkwam van een aanval van epilepsie en nog half bewusteloos was, knikte hij ja toen hem gevraagd werd of hij niet vrij wilde zijn en moslim worden. Toen hij geheel bijgekomen was, werd er op aangedrongen dat hij zich moest laten besnijden. Zijn vrouw verzette zich ertegen. Ze bracht hem onder het oog dat hij dan Christus zou afzweren, en zich tot vijand van Christus maken. Dat wilde Paulos niet. Hij werd daarop afgeranseld met de zweep als een onwillige slaaf‚ en tenslotte onthoofd op Goede Vrijdag van het jaar 1683.

De heilige Pancras (Pancratius)‚ bisschop van Taormina op Sicilië, waarheen hij door de heilige Petros was gezonden om het Evangelie te prediken. Hij bracht velen tot het geloof, maar toen hij eens een geliefde afgod in zee wierp, werd hij door woedende heidenen gestenigd, 1e eeuw.

De heilige Ubricius, bisschop van Clermont. Hij was senator van de stad en na zijn bisschopsverkiezing scheidde hij van zijn vrouw en vroeg haar zich te voegen bij een gezelschap van vrome weduwen. Maar op den duur kon zij het daar niet uithouden. Ze kwam naar Ubricius en vroeg waarom hij zich van haar afsloot. De heilige Paulos had immers gezegd: “Onthoud u niet van elkander, tenzij met gemeenschappelijke overeenstemming en slechts voor een bepaalde tijd, besteed aan vasten en gebed.” Ik ben toch je eigen vrouw en ik kom weer bij je. Toen smolt zijn hart in hem, de herinnering aan alle jaren van hun gelukkig samenzijn kwam weer in hem op en hij nam haar weer bij zich. Toch bleef zijn geweten hem kwellen dat hij een gelofte gebroken had; hij nam de vlucht en ging leven in de wildernis. Uit hun omgang werd echter een dochter geboren, die nadat zij was opgegroeid, in een kloostergemeenschap trad. Tenslotte werden alledrie samen begraven in de crypte van Cantobenum, in het begin van de 4e eeuw (312), zoals de heilige Gregorius verhaalt.

De heilige Vulpianos (Ulfianos), een jonge christen uit Tyros, had op het moedige voorbeeld van Amfianos openlijk beleden christen te zijn. Hij werd geslagen en, op de pijnbank gefolterd‚ daarna met een hond en een adder in een leren zak genaaid en vervolgens in zee verdronken.

Ook nog op deze dag de heilige martelaren Evagrius en Benignus te Tomi in Skythië.

74e605cfc70cf0b1ae54d999e98c98be--chiche Richard

Eveneens op deze dag de heilige Illyrios‚ monnik op de Myrsionas-berg; Nektarios van Bizjetsk‚ kloosterstichter, 1492; Fara (Bourgondofara), abdis te Evoriac (Meaux), 657; en Richard, bisschop van Chichester.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-454/

Link naar bericht
Deel via andere websites

4 april

De heilige Pherbutha met haar zuster en haar dochtertje in Perzië. Zij stond in dienst van de koningin aan het hof van koning Sapor, en om haar grote schoonheid waren er velen die naar haar hand dongen. Toen zij allen afwees, ontstond er een verbitterde stemming tegen haar, en toen de koningin ziek werd, werd zij ervan beschuldigd de koningin vergiftigd te hebben en daarom gevangen genomen. Bij het onderzoek bleek dat ze christen waren, en dat was onder koning Sapor een nog veel ernstiger misdrijf. Zij werden doormidden gezaagd en voltooiden zo hun bloedgetuigenis in het jaar 340.

De heilige Theonas, metropoliet van Thessalonika, was een van de vele Athos-monniken die tot bisschop zijn benoemd. Hij was ingetreden in het Pantokrator-klooster, maar we vinden hem later terug in de Iberische skite, waar hij zich gesteld had onder de leiding van de heilige monnik Jakobos. Na diens dood werd hij uitgezonden om het klooster van de heilige Anastasia de boeienslaakster (farmakolytria), in Galatschi, bij Thessalonika, te besturen. Tenslotte werd hij bisschop van Thessalonika, de hoofdstad van Noord-Griekenland. Hij is in vrede gestorven in 1544.

De heilige Zosimas van Werbosom. Hij was een leerling van de heilige Kornelios Komelski en stichter van het klooster van de verkondiging op een eiland in het Werbosommeer, in het gouvernement Novgorod. Hij is gestorven in het jaar 1550.

23b42-cebdceb9cebaceb7cf84ceb1cf82.jpgNiketas

De heilige Niketas was een Albaniër van Slavische afkomst Hij werd monnik in het Russische klooster op de Athos, en priester gewijd. Bij een twistgesprek met Turken had hij de onwaarheid van de islam aangetoond en daarom werd hij opgehangen in Serres, in het jaar 1808.

De heilige Georgios van de Maleon-berg (Peloponnesos)‚ waar hij de ascese van het heilige zwijgen beoefende in de 4e eeuw. Maar later verzamelden zich steeds meer monniken rond hem en er ontstond een gemeenschap van kluizenaars aan wie hij geestelijke leiding gaf. Hij gaf aan elk een persoonlijke gebedsregel voor de rest van hun leven. Ook stond hij in schriftelijk contact met veel andere christenen, die hem om zijn raad en gebed vroegen.

De heilige Gwerir was een kluizenaar die leefde in Hamstoke (Cornwall). Over zijn graf werd een kerk gebouwd, bekend door de wonderen die daar geschieden. De tijd van zijn leven is onbekend, maar het moeten de vroege middeleeuwen zijn geweest.

Eveneens op deze dag de heilige Theonas, Simeon en Forbinos, monniken in Egypte; evenals Puplios.

Door de gebeden van deze en al Uw heiligen, Heer Jezus Christus onze God, ontferm U over ons en red ons. Amen.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-455/

Link naar bericht
Deel via andere websites

5 april

De heilige oude diaken Agathopous en de jonge lektor Theodoulos uit Thessalonika verschenen hand in hand voor hun rechters en riepen verheugd: “Wij zijn christenen!” Zij werden door een langdurige gevangenschap op een hongerdieet uitgemergeld en tenslotte met samengebonden handen en een steen om de hals, in zee geworpen en verdronken toen zij Christus niet wilden verloochenen door aan de afgoden te offeren. Zij stierven in 303.

De heilige Theodora van Thessalonika had reeds als kind het besluit genomen zich toe te wijden aan Christus, en toen zij opgroeide bleef zij deze gelofte trouw. Ze trad in het klooster en was een voorbeeld voor allen door de vurige wijze waarop zij al haar plichten volbracht, en door de wijsheid van haar woorden. Zij stierf toen zij nog jong was en rond haar was een sfeer van wonderbare verwachting. Dit komt mooi tot uiting in het verhaal over de begrafenis van de abdis, die enkele weken later stierf. Hetzelfde graf werd toen opengemaakt en de zusters zagen hoe het lichaam van Theodora zich klein maakte en opzij schoof om plaats te maken voor haar geliefde geestelijke moeder. In het jaar 892.

De heilige Markos uit Athene trok na de dood van zijn ouders naar Ethiopië. Daar leefde hij 95 jaar aan de voet van de Tratsjaberg in de open lucht, zonder enige beschutting tegen hitte of koude. Na enkele jaren vielen de laatste resten van zijn kleding van zijn lichaam en hij leefde verder naakt als de heilige Maria van Egypte. Als voedsel diende de karige plantengroei van dat woestijnklimaat. Er was een volstrekte eenzaamheid, nooit zag hij enig mens. Eerst op het einde van zijn leven kreeg de oudvader Serapion de gedachte om op zoek te gaan in de binnenste woestijn, en deze vond hem nog juist op tijd om getuige te zijn van zijn afscheid uit deze wereld, rond het jaar 400. De bewondering van het nageslacht blijkt uit het verhaal dat aan Markos’ naam verbonden is.
Tijdens het gesprek met Serapion vroeg hij of er in de wereld nog christenen waren die tot een berg konden zeggen: “Hef jezelf op en werp je in zee”, zoals onze Heer dat over het geloof gezegd had. Op datzelfde ogenblik begon de berg te golven, maar Markos klopte hem als het ware op de rug als een startklaar hondje en verzocht hem kalm te blijven, daar het bevel niet tot hem gericht was.

EU348SJXYAY_70n.jpgGeorgios

De heilige Georgios de nieuwe martelaar te Efese. In een balorige bui toen hij in onvrede leefde met zijn omgeving, zwoer hij het christelijk geloof af en keerde zich naar de islam. Maar langzamerhand besefte hij wat hij had gedaan. Hij kreeg berouw en keerde tot het geloof terug. Dat werd door de Turken niet geduld: hij werd gevangen genomen en aan langdurige kwellingen onderworpen om hem zo niet goedschiks dan toch kwaadschiks te overtuigen dat hij bij de islam moest blijven. Toen niets hem kon overhalen, werd hij tenslotte onthoofd in 1801.

De heilige Tighernach, bisschop van Clones, was een Ier van vorstelijke geboorte, maar in zijn jeugd werd hij door een rovende troepenmacht meegenomen en als slaaf verkocht aan de koning van Brittannië. Deze had medelijden met de jongen en voedde hem op met zijn eigen kinderen. Later werd hij door de heilige Mowen, een vriend van de familie‚ meegenomen naar het klooster van Rosneath vanwaar hij, na zijn opleiding, werd uitgezonden naar Ierland. Daar wist hij velen tot het geloof te brengen en hij stichtte in 506 het klooster van Clones, waar hij later ook zijn bisschopszetel vestigde. In zijn ouderdom verloor hij het licht van zijn ogen. Hij trok zich terug in een afgelegen cel, en bracht de tijd van de lichamelijke duisternis door in het geestelijk licht van onafgebroken gebed en meditatie tot hij stierf in het jaar 550.

https://orthodoxasten.nl/evenementen/heiligen-van-de-dag-456/

Link naar bericht
Deel via andere websites

Join the conversation

You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.

Gast
Antwoord op deze discussie...

×   Plakken als rijke tekst.   Opmaak herstellen

  Er zijn maximaal 75 emoticons toegestaan.

×   Je link is automatisch geïntegreerd.   In plaats daarvan als link tonen

×   Je voorgaande bijdrage is hersteld.   Tekstverwerker leegmaken

×   Je kunt afbeeldingen niet direct plakken. Upload of voeg afbeeldingen in vanaf URL.


×
×
  • Nieuwe aanmaken...

Belangrijke informatie

We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat. Lees ook onze Gebruiksvoorwaarden en Privacybeleid