IKBENANDERS 24 Geplaatst gisteren om 12:47 Rapport Share Geplaatst gisteren om 12:47 (bewerkt) Almatine Leene, de eerste vrouwelijke predikant van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt in Nederland, haalt in een van haar YouTube video’s (Dogmatiek voor iedereen, afl. 1/12) een uitspraak aan van prof. Abraham ‘Bram’ van de Beek: ‘alleen door Jezus leren wij God kennen’. Ze zegt ook: ‘twijfel kan juist heel gezond zijn’. Als twijfelen heel gezond is – en dat is ook mijn overtuiging – dan trek ik de uitspraak van van de Beek ook graag in twijfel. Is het echt zo dat wij alleen door Jezus God leren kennen? Eerder die dag had ik een korte fietstocht gemaakt en halverwege een pauze ingelast om in de buitenlucht ergens te kunnen mediteren. Net voordat ik op mijn kussen (zafu) ging zitten dacht ik: wat ligt er eigenlijk tussen moeten en willen? Wij moeten zoveel … wij willen zoveel …. Eigenlijk pendelen we voortdurend heen en weer tussen twee uitersten, tussen moeten en willen. Beide hebben niets te maken met de vrije wil, integendeel, al valt dit wel wat meer op bij het moeten dan bij het willen. Toen mijn timer afging kreeg ik een ingeving: 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen. Tussen moeten en willen ligt 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen. Maar, zo vroeg ik mij af, als mensen 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen, doen zij dit dan omdat het moet, omdat het zo hoort of omdat zij dit ook echt willen? En kan ik God zo ook leren kennen, door 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 te doen? Stuk voor stuk goede vragen. Zijn er ook goede antwoorden? Boeddhisten kennen het achtvoudige pad: correct inzicht (oftewel: correct zien), correcte intentie (oftewel correct denken), correct spreken, correct handelen, correcte levensonderhoud, correcte inspanning, correcte opmerkzaamheid en correcte concentratie (ook wel: correcte meditatie). Allemaal zaken waar ik ook waarde aan hecht, maar als het er op aan komt nauwelijks bij stil sta. De dagdagelijkse dingen slorpen mijn aandacht op, in mijn gedachten ben ik vaak elders, mijn aandacht verslapt in een gesprek dat nergens over gaat en ik vergeet het ook vaak om ergens alert op te blijven. Is het niet veel makkelijker om één ding goed te doen in plaats van acht? 𝘛𝘶𝘴𝘴𝘦𝘯 𝘮𝘰𝘦𝘵𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘭𝘪𝘨𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 𝘥𝘰𝘦𝘯. Naarmate de avond vorderde besefte ik mij dat ik eigenlijk nog moest grasmaaien, maar ik had er geen zin in. Niet veel later deed ik het toch. Niet omdat het moest, noch omdat ik het wou, maar omdat ik die dag al te veel uren in mijn stoel had doorgebracht met de laptop op mijn schoot. Voor vandaag was het wel genoeg geweest en dus besloot ik om die avond toch maar te gaan grasmaaien. Voor mij was dat op dat moment 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen. Niemand wist van mijn intentie, elke voorbijganger zag mij aan het werk. Wat maakte dat ik deze avond uit vrije wil die keuze kon maken? Volgens de veelzijdige stichter van de antroposofie Rudolf Steiner zijn hiervoor te dingen nodig: morele fantasie en morele techniek. Beiden hadden in mijn casus geen hoofdrol. Ook noemt hij wat ik deed ethisch-individualisme. Anderen spreken in dit verband liever over de christus-impuls. Het gebeurt niet vaak, maar toch komen het moeten en het willen soms wel erg dicht bij elkaar te liggen. Wegens tijdgebrek verliezen we dan of 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen uit het oog of we worden door de ernst van de situatie ertoe gedwongen om een keuze te maken: wat is in mijn geval 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen? Dit komen we vooral tegen in vraagstukken als abortus en euthanasie, maar ook wanneer er acuut moet worden gehandeld. Wat blijkt dan? Het is veel gemakkelijker om – getraind of niet – gewoon te buigen voor het moeten en waar het even kan de lusten te bevredigen. Inderdaad, het gaan van de brede weg is gemakkelijker dan de smalle. Jezus is voor mij het toonbeeld van 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen en God verbergt zich doorgaans voor ons aangezicht. Totdat we 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 gaan doen. Het gaat mij niet om persoonlijke ontwikkeling in de moderne zin van het woord. Het gaat mij om het samenvallen van onze intentie met 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen zodat de Christus in en door ons kan werken. Kan ik zo God ook een beetje beter leren kennen? Ja. En daar hebben we religie geen bij nodig. Wat exclusief geldt voor alle religies – doe vooral goede werken en kom in de hemel – werkt inclusief in en door de mensheid, door alle tijdenronden heen: de christus-impuls. 𝘛𝘶𝘴𝘴𝘦𝘯 𝘮𝘰𝘦𝘵𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘭𝘪𝘨𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 𝘥𝘰𝘦𝘯. Deze mantra kan ons leven verrijken, kan ons leven blijvend van zin en richting voorzien. Niet omdat het moet, niet omdat we er iets voor terug zouden 𝘮𝘰𝘦𝘵𝘦𝘯 krijgen, niet om waardering af te dwingen, maar simpelweg om 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 te doen. De oogst? Het verschil kunnen maken, liefde verspreiden, zelfwaardering incasseren en nog veel meer! Misschien ga je er ook wel heerlijk van ruiken. Allemaal goede dingen dus. God? 𝘛𝘶𝘴𝘴𝘦𝘯 𝘮𝘰𝘦𝘵𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘭𝘪𝘨𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 𝘥𝘰𝘦𝘯. Door 𝘰𝘯𝘴𝘻𝘦𝘭𝘧 leren wij God kennen. gisteren om 13:34 bewerkt door IKBENANDERS Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
TTC 1.582 Geplaatst 17 uur geleden Rapport Share Geplaatst 17 uur geleden 15 uur geleden zei IKBENANDERS: Almatine Leene, de eerste vrouwelijke predikant van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt in Nederland, haalt in een van haar YouTube video’s (Dogmatiek voor iedereen, afl. 1/12) een uitspraak aan van prof. Abraham ‘Bram’ van de Beek: ‘alleen door Jezus leren wij God kennen’. Ze zegt ook: ‘twijfel kan juist heel gezond zijn’. Als twijfelen heel gezond is – en dat is ook mijn overtuiging – dan trek ik de uitspraak van van de Beek ook graag in twijfel. Is het echt zo dat wij alleen door Jezus God leren kennen? Eerder die dag had ik een korte fietstocht gemaakt en halverwege een pauze ingelast om in de buitenlucht ergens te kunnen mediteren. Net voordat ik op mijn kussen (zafu) ging zitten dacht ik: wat ligt er eigenlijk tussen moeten en willen? Wij moeten zoveel … wij willen zoveel …. Eigenlijk pendelen we voortdurend heen en weer tussen twee uitersten, tussen moeten en willen. Beide hebben niets te maken met de vrije wil, integendeel, al valt dit wel wat meer op bij het moeten dan bij het willen. Toen mijn timer afging kreeg ik een ingeving: 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen. Tussen moeten en willen ligt 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen. Maar, zo vroeg ik mij af, als mensen 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen, doen zij dit dan omdat het moet, omdat het zo hoort of omdat zij dit ook echt willen? En kan ik God zo ook leren kennen, door 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 te doen? Stuk voor stuk goede vragen. Zijn er ook goede antwoorden? Boeddhisten kennen het achtvoudige pad: correct inzicht (oftewel: correct zien), correcte intentie (oftewel correct denken), correct spreken, correct handelen, correcte levensonderhoud, correcte inspanning, correcte opmerkzaamheid en correcte concentratie (ook wel: correcte meditatie). Allemaal zaken waar ik ook waarde aan hecht, maar als het er op aan komt nauwelijks bij stil sta. De dagdagelijkse dingen slorpen mijn aandacht op, in mijn gedachten ben ik vaak elders, mijn aandacht verslapt in een gesprek dat nergens over gaat en ik vergeet het ook vaak om ergens alert op te blijven. Is het niet veel makkelijker om één ding goed te doen in plaats van acht? 𝘛𝘶𝘴𝘴𝘦𝘯 𝘮𝘰𝘦𝘵𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘭𝘪𝘨𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 𝘥𝘰𝘦𝘯. Naarmate de avond vorderde besefte ik mij dat ik eigenlijk nog moest grasmaaien, maar ik had er geen zin in. Niet veel later deed ik het toch. Niet omdat het moest, noch omdat ik het wou, maar omdat ik die dag al te veel uren in mijn stoel had doorgebracht met de laptop op mijn schoot. Voor vandaag was het wel genoeg geweest en dus besloot ik om die avond toch maar te gaan grasmaaien. Voor mij was dat op dat moment 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen. Niemand wist van mijn intentie, elke voorbijganger zag mij aan het werk. Wat maakte dat ik deze avond uit vrije wil die keuze kon maken? Volgens de veelzijdige stichter van de antroposofie Rudolf Steiner zijn hiervoor te dingen nodig: morele fantasie en morele techniek. Beiden hadden in mijn casus geen hoofdrol. Ook noemt hij wat ik deed ethisch-individualisme. Anderen spreken in dit verband liever over de christus-impuls. Het gebeurt niet vaak, maar toch komen het moeten en het willen soms wel erg dicht bij elkaar te liggen. Wegens tijdgebrek verliezen we dan of 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen uit het oog of we worden door de ernst van de situatie ertoe gedwongen om een keuze te maken: wat is in mijn geval 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen? Dit komen we vooral tegen in vraagstukken als abortus en euthanasie, maar ook wanneer er acuut moet worden gehandeld. Wat blijkt dan? Het is veel gemakkelijker om – getraind of niet – gewoon te buigen voor het moeten en waar het even kan de lusten te bevredigen. Inderdaad, het gaan van de brede weg is gemakkelijker dan de smalle. Jezus is voor mij het toonbeeld van 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen en God verbergt zich doorgaans voor ons aangezicht. Totdat we 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 gaan doen. Het gaat mij niet om persoonlijke ontwikkeling in de moderne zin van het woord. Het gaat mij om het samenvallen van onze intentie met 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen zodat de Christus in en door ons kan werken. Kan ik zo God ook een beetje beter leren kennen? Ja. En daar hebben we religie geen bij nodig. Wat exclusief geldt voor alle religies – doe vooral goede werken en kom in de hemel – werkt inclusief in en door de mensheid, door alle tijdenronden heen: de christus-impuls. 𝘛𝘶𝘴𝘴𝘦𝘯 𝘮𝘰𝘦𝘵𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘭𝘪𝘨𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 𝘥𝘰𝘦𝘯. Deze mantra kan ons leven verrijken, kan ons leven blijvend van zin en richting voorzien. Niet omdat het moet, niet omdat we er iets voor terug zouden 𝘮𝘰𝘦𝘵𝘦𝘯 krijgen, niet om waardering af te dwingen, maar simpelweg om 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 te doen. De oogst? Het verschil kunnen maken, liefde verspreiden, zelfwaardering incasseren en nog veel meer! Misschien ga je er ook wel heerlijk van ruiken. Allemaal goede dingen dus. God? 𝘛𝘶𝘴𝘴𝘦𝘯 𝘮𝘰𝘦𝘵𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘸𝘪𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘭𝘪𝘨𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 𝘥𝘰𝘦𝘯. Door 𝘰𝘯𝘴𝘻𝘦𝘭𝘧 leren wij God kennen. In dit relatieve korte bestek raak je aan zoveel thema's zodat het quasi onmogelijk wordt om ze allemaal te bespreken, noch grondiger te onderzoeken. 15 uur geleden zei IKBENANDERS: Als twijfelen heel gezond is – en dat is ook mijn overtuiging – dan trek ik de uitspraak van van de Beek ook graag in twijfel. Is het echt zo dat wij alleen door Jezus God leren kennen? Er is op verschillende manieren kritiek geleverd op de methodische twijfel van Descartes. Vooral van mensen uit de hoek van het pragmatisme, zij twijfelden aan de relevantie en de waarde ervan. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Hopper 848 Geplaatst 14 uur geleden Rapport Share Geplaatst 14 uur geleden 18 uur geleden zei IKBENANDERS: Jezus is voor mij het toonbeeld van 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥𝘦 doen Dat lijkt mij uitermate onwaarschijnlijk. Johannes 5 Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De Zoon kan niets van Zichzelven doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen; want zo wat Die doet, hetzelve doet ook de Zoon desgelijks. Als de Zoon niets van Zichzelf kan doen, dan kan de Zoon ook niet het goede doen. Dat klopt ook wel, want Christus zegt in Lukas 18:19 En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Eén, namelijk God. Citaat en God verbergt zich doorgaans voor ons aangezicht. Ik zie dat je geest nog altijd aan de object-kant zit, dat kan ook niet anders als je in reïncarnatie gelooft. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
TTC 1.582 Geplaatst 14 uur geleden Rapport Share Geplaatst 14 uur geleden 8 minuten geleden zei Hopper: Dat lijkt mij uitermate onwaarschijnlijk. Johannes 5 Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De Zoon kan niets van Zichzelven doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen; want zo wat Die doet, hetzelve doet ook de Zoon desgelijks. Als de Zoon niets van Zichzelf kan doen, dan kan de Zoon ook niet het goede doen. Dat klopt ook wel, want Christus zegt in Lukas 18:19 En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Eén, namelijk God. Ik zie dat je geest nog altijd aan de object-kant zit, dat kan ook niet anders als je in reïncarnatie gelooft. Sommige dingen kunnen niet uitblijven, zodat we straks weer van de tegenspraken kunnen genieten. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
IKBENANDERS 24 Geplaatst 13 uur geleden Auteur Rapport Share Geplaatst 13 uur geleden (bewerkt) 4 uur geleden zei TTC: In dit relatieve korte bestek raak je aan zoveel thema's zodat het quasi onmogelijk wordt om ze allemaal te bespreken, noch grondiger te onderzoeken. Ja, dat is het mooie van blogposts. Ze moeten kort zijn, er moet veel in zitten en ze moeten lekker lopen. Ik heb er nog wat aan gesleuteld zodat hij nog wat lekkerder loopt, maar de inhoud is ongewijzigd te gebleven. In essentie draait het verhaaltje om 2 dingen: Waar vinden we tussen het moeten en het willen de vrije wil? Hoe is de vrije wil (noodgedwongen?) verbonden aan ‘het goede’ doen. Wat opvalt aan het uitvoeren van de mantra is dat ze mij bewust maakt van een gebied dat zich blijkbaar tussen het moeten en het willen bevindt en dat ik in die ruimte blijkbaar nóg een andere keuze kan maken. Die keuze kan niets anders zijn dan: doen wat op dat moment voor mij/mijn omgeving of de wereld het goede is. Laat ik dat na, dan zit slinger ik weer terug naar de pool van het (niet) willen. Ik heb met tussenpozen het boek De filosofie van de vrijheid van R.S. gelezen en de inhoud daarvan in mijzelf tot rijping laten komen. Af en toe komen er nu fragmenten naar boven waaruit blijkt dat ik er iets van zou snappen. Dat komt dan tot uiting in een verhaaltje zoals Een mantra voor het leven. Het werkt ook verder door omdat ik daarna andere keuzes blijkt te (kunnen) maken, omdat ik mij meer bewust wordt van hetgeen ik heb geschreven en dat ik door beide meer inzicht krijg in het belang, de reikwijdte en de betekenis van wat Steiner noemt het ethisch-individualisme. M.a.w. het boek is mij aan het vormen, aan het kneden tot een welriekend deeg dat klaar gemaakt wordt om te worden afgebakken in de oven. 13 uur geleden bewerkt door IKBENANDERS Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
TTC 1.582 Geplaatst 13 uur geleden Rapport Share Geplaatst 13 uur geleden 24 minuten geleden zei IKBENANDERS: Ja, dat is het mooie van blogposts. Ze moeten kort zijn, er moet veel in zitten en ze moeten lekker lopen. Ik heb er nog wat aan gesleuteld zodat hij nog wat lekkerder loopt, maar de inhoud is ongewijzigd te gebleven. In essentie draait het verhaaltje om 2 dingen: Waar vinden we tussen het moeten en het willen de vrije wil? Hoe is de vrije wil (noodgedwongen?) verbonden aan ‘het goede’ doen. Wat opvalt aan het uitvoeren van de mantra is dat ze mij bewust maakt van een gebied dat zich blijkbaar tussen het moeten en het willen bevindt en dat ik in die ruimte blijkbaar nóg een andere keuze kan maken. Die keuze kan niets anders zijn dan: doen wat op dat moment voor mij/mijn omgeving of de wereld het goede is. Laat ik dat na, dan zit slinger ik weer terug naar de pool van het (niet) willen. Ik heb met tussenpozen het boek De filosofie van de vrijheid van R.S. gelezen en de inhoud daarvan in mijzelf tot rijping laten komen. Af en toe komen er nu fragmenten naar boven waaruit blijkt dat ik er iets van zou snappen. Dat komt dan tot uiting in een verhaaltje zoals Een mantra voor het leven. Het werkt ook verder door omdat ik daarna andere keuzes blijkt te (kunnen) maken, omdat ik mij meer bewust wordt van hetgeen ik heb geschreven en dat ik door beide meer inzicht krijg in het belang, de reikwijdte en de betekenis van wat Steiner noemt het ethisch-individualisme. M.a.w. het boek is mij aan het vormen, aan het kneden tot een welriekend deeg dat klaar gemaakt wordt om te worden afgebakken in de oven. Ja, het is veel vaker een hypergevoelig proces, fragmentarisch inderdaad. Ten diepere gronde menselijk, vreedzaam van signature. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Peter79 291 Geplaatst 11 uur geleden Rapport Share Geplaatst 11 uur geleden Palestijnse kinderen die aan het vliegeren zijn, moeten vrezen voor hun leven: The announcement was coordinated with Hamas authorities, a source in the militant group said. "We are working tirelessly on the ground and doing everything possible to stop this practice, not to restrict the childhood of our children, who have already been deprived of the most basic rights to play and live in safety, but to protect their innocent lives," the statement said. In 2018, Gazans sent incendiary balloons and kites over the border, causing fires across hundreds of acres of open fields and farmlands, in what they said was in protest at the Israeli blockade of the Hamas-controlled enclave. https://www.reuters.com/world/middle-east/gaza-parents-urged-stop-kids-flying-kites-after-israel-warning-hamas-2026-08-25/ Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
TTC 1.582 Geplaatst 11 uur geleden Rapport Share Geplaatst 11 uur geleden 6 minuten geleden zei Peter79: Palestijnse kinderen die aan het vliegeren zijn, moeten vrezen voor hun leven: The announcement was coordinated with Hamas authorities, a source in the militant group said. "We are working tirelessly on the ground and doing everything possible to stop this practice, not to restrict the childhood of our children, who have already been deprived of the most basic rights to play and live in safety, but to protect their innocent lives," the statement said. In 2018, Gazans sent incendiary balloons and kites over the border, causing fires across hundreds of acres of open fields and farmlands, in what they said was in protest at the Israeli blockade of the Hamas-controlled enclave. https://www.reuters.com/world/middle-east/gaza-parents-urged-stop-kids-flying-kites-after-israel-warning-hamas-2026-08-25/ Misschien per ongeluk in het verkeerde topic geplaatst? Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
TTC 1.582 Geplaatst 5 uur geleden Rapport Share Geplaatst 5 uur geleden (bewerkt) 8 uur geleden zei IKBENANDERS: M.a.w. het boek is mij aan het vormen, aan het kneden tot een welriekend deeg dat klaar gemaakt wordt om te worden afgebakken in de oven. Als het maar niet te warm wordt, laat ons hopen. Weet niet of je tussendoor nog met geometrie bezig bent, misschien dat de allegorie van Abott je wel kan interesseren. Je merkt het nog maar zelden, dat christenen ook over een portie humor kunnen beschikken. Toegegeven, het is te lezen binnen het tijdsgewricht van schrijven, een aantal zaken geldt vandaag nog steeds. 5 uur geleden bewerkt door TTC Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
IKBENANDERS 24 Geplaatst 19 minuten geleden Auteur Rapport Share Geplaatst 19 minuten geleden (bewerkt) 5 uur geleden zei TTC: Als het maar niet te warm wordt, laat ons hopen. Weet niet of je tussendoor nog met geometrie bezig bent, misschien dat de allegorie van Abott je wel kan interesseren. Je merkt het nog maar zelden, dat christenen ook over een portie humor kunnen beschikken. Toegegeven, het is te lezen binnen het tijdsgewricht van schrijven, een aantal zaken geldt vandaag nog steeds. Uit Vrijheidsinzicht en vrijheidsverwezenlijking – geesteswetenschappelijke achtergrond van Rudolf Steiners 'De filosofie van de vrijheid' (1981) van Johan Theissen. Citaat Erover peinzend hoe ik deze beschouwing het beste zou kunnen beginnen, hoorde ik onverwachts in mijn geest een dialoog, die duidelijk de voortzetting is van het door Plato in zijn geschrift over De staat weergegeven gesprek, dat plaats vindt tussen Socrates en zijn leerling Glauco (De staat, 7de boek, reg. 514a-517c). Zo goed en zo kwaad als mij dat uit mijn herinnering mogelijk is, zal ik trachten hier deze dialoog aan mijn lezers door te geven. Ik kan mij namelijk nauwelijks een betere inleiding voorstellen tot een uiteenzetting over ‘mensheidsontwikkeling en vrijheid’. Socrates: Ben je daar nog, Glauco? Glauco: Voorzeker ben ik er nog, mijn Socrates! S.: En kun je me verstaan? G.: Hoe zou ik mijn oude, wijze leraar niet meer kunnen verstaan? S.: Goed dan, Glauco; want ik wilde je nog verder inlichten omtrent de grot – G.: Over de grot, zeg je? S.: Ja, herinner je je niet hoe ik – nu al haast vierentwintig eeuwen geleden sprak over het vuur, dat slechts de schaduwen van het bestaande werpt op de wanden van een grot; en over de daarin gevangenen, die alleen deze schaduwen zien en ze voor werkelijkheid houden – G.: O ja zeker, Socrates, ik herinner mij die treffende gelijkenis nog als de dag van gisteren. En hoe je mij uitlegde, dat die schaduwen het beeld bedoelen te zijn voor wat wij in de wereld om ons heen als werkelijkheid menen waar te nemen. En dat het vuur staat voor de kracht van de schaduwwerpende zon. Was het niet zo? S.: Ja, Glauco, zo had ik dat inderdaad bedoeld. Maar, mijn vriend, er is sindsdien veel veranderd in de mensenwereld. G.: Ik weet, Socrates, dat veel van wat wij toen om ons heen zagen, er nu niet meer is. En ook dat veel van wat toen nog niet te zien was, thans zichtbaar is geworden. Maar is er daarmee iets aan het wezenlijks van de dingen veranderd? S.: Toch wel, Glauco. Er heeft iets heel wezenlijks plaats gevonden, iets dat in geen van de oude mysteriën zijn evenbeeld kent, iets dat de wereld totaal vernieuwd heeft. G.: Wat mag dat wel zijn, Socrates? S.: Ik zal je opnieuw over de grot vertellen, Glauco; maar nu zó, dat ik rekening houd met wat inmiddels in de wereld veranderd is. G.: Ik hoop, Socrates, dat ik je toch zal kunnen volgen in wat je me duidelijk wilt maken. S.: Welnu dan – Misschien heb je vernomen, Glauco, dat de mensen tegenwoordig op aarde rondlopen met kleine, donkere kastjes – fotocamera’s, camerae obscurae, donkere kamers noemen ze die – waarin zij, op een daarvoor gevoelige plaat, door een heel nauwe opening heen lichtinscripties opvangen omtrent de dingen, zoals zij die in het licht van de zon om hen heen met hun ogen kunnen waarnemen. Zij hechten blijkbaar vaak aan deze star-geronnen licht-schrijfsels een haast nog grotere, waarde dan aan de dingen zelf – G.: Ja, ik heb hen tot mijn verbazing daarmee bezig gezien. S.: Goed, ik ga verder. Stel je nu eens voor dat het een wezen is die deze beelden vastlegt, een Lichtschrijver, bovenmenselijk van aard. En stel je dan voor, dat de mens, die daar over de aarde gaat en de zon als zijn trouwe metgezel heeft, plotseling zelf, door het ingrijpen van die overmoedige Lichtschrijver, ertoe gedwongen wordt door een uiterst nauwe opening (want de lange lichttoegang over de hele breedte van de spelonk heeft zich inmiddels samengetrokken tot weinig meer dan één enkel punt!) binnen te gaan in een enorm grote ‘camera obscura’ en daar neergeworpen wordt met zoveel geweld, dat hij zijn ware bestaan in de lichtwereld, daarbuiten, vergeet en zich geheel één voelt met het eigen afbeeldsel, dat in een moment van de tijd daar in die duistere spelonk ontstaat. Denk je niet Glauco, dat hij zich dan bedroefd zal voelen, omdat hij het leven in het licht derft? G.: Ik denk, dat hij zich zeer bedroefd zal voelen. S.: Ja, Glauco, en hij zal zich des te meer bedroefd voelen, omdat alles wat hem in de licht-wereld zo nabij en vertrouwd was, bij die ruwe ingreep van de Lichtschrijver van hem weggerukt werd en slechts als vrijwel onbeweeglijke beeld-afdruk op de maar flauwtjes zichtbare wanden om hem heen verschijnt, als had het nauwelijks meer iets met hem te maken. G.: Dat moet inderdaad een heel treurig stemmend beleven zijn. S.: Zo is het, Glauco – Maar, er is ook een keerzijde aan dit smartelijk gebeuren. G.: Dat zal wel zo zijn; want alles heeft – meen ik – zijn keerzijde? S.: Juist. En kun je bevroeden waaruit die keerzijde bestaat? G.: Niet zo dadelijk, moet ik bekennen – S.: Nu, luister dan. Door – wat ik nu maar zal noemen – zijn gescheiden raken van de dingen gaat het afbeeldsel in de donkere kamer zich hoe langer hoe meer in zichzelf gecentreerd voelen, zich als iets zelfstandigs beleven, tegenover wat hem nu voorkomt als een aparte ding-wereld. G.: Zeg mij, Socrates, zou in dat zich zelfstandig gaan voelen niet een kiem van waarachtige vrijheid schuil kunnen gaan? S.: Dat was het nu juist, mijn Glauco, waarvan ik hoopte dat je het op zou merken! G.: Maar, geliefde Socrates, als hij zich dan zo gescheiden beleeft van de dingen, hoe kan hij dan ooit iets waardevols over hen vernemen? S.: Dat zou inderdaad heel moeilijk zijn, Glauco, ware het niet zo, dat hij toch bij de ingreep van de Lichtschrijver iets van wat hem in de lichtwereld nog levend, scheppend doordrong, in zichzelf had kunnen bewaren. G.: Wat is dat voor een iets, Socrates? S.: Dat is een soort afschaduwing binnenin zich van het grote licht buiten hem; een afschaduwing, waarmee hij in de donkere spelonk de op de wand geworpen dingschaduwen kan aftasten, kan begrijpen. G.: En kan hij daardoor dan tot ware kennis omtrent de dingen komen? S.: Nee, dat kan hij niet. Het blijft slechts een schijn, die hij betast. Zoals ook de betastende zelf niet meer dan een schijn is van het ware wezen, dat hij daarbuiten in het licht was. G.: Is dat dan niet een troosteloos bestaan; zo als schijn temidden van schijn te moeten leven? S.: In zekere zin, ja, Glauco. Maar toch ook weer niet helemaal. Want in dit voortdurend tastend begrijpen wint hij gestaag aan eigen-kracht. G.: Maar wat heeft hij daaraan, zolang hij gedoemd is in dat duister te blijven rondtasten? S.: Door die vraag van je, o mijn Glauco, zijn wij aan het punt aangekomen, waarop ik daarstraks al doelde. G.: Aan wat je toen noemde: het wereldvernieuwende, het mysterie dat groter is dan al de vroegere mysteriën? S.: Dat is het inderdaad, waarover ik nu met je zou willen spreken. G.: Ik luister met volle aandacht – S.: Dat is ook wel nodig, Glauco, want het is een diep, niet gemakkelijk te verstaan mysterie, dat ik je ga onthullen. Maar iets van dit mysterie kun je misschien toch vatten, als je je het volgende voorstelt. Denk je dan in, dat de zon zelf, die nooit aflatende bron van licht en warmte, het ingrijpen van de Lichtschrijver ten goede weet te keren door nu ook zelf zich zo klein en nietig te maken, dat hij door die uiterst geringe opening de ‘camera obscura’ vermag binnen te gaan. G.: Dan moet het ineens wel geheel licht worden daarbinnen? S.: Nog niet dadelijk, Glauco. Want hij verbergt zich helemaal binnenin het afbeeldsel; dat hij vervolgens van binnenuit doordringt met diens levende oerbeeld, dat hij bij zijn binnentreden in de duistere spelonk uit de licht-wereld ook met zich meevoerde. Zo ontvangt dan het afbeeldsel de innerlijke zonnekracht die het in staat stelt om, met behulp van de licht-afschaduwing, die hij al in zich droeg, de dunne plekken in de rotswand te vinden, waardoorheen het zich een weg kan banen naar de wereld van het ware licht buiten de spelonk. G.: Het komt mij inderdaad voor als een groot mysterie, Socrates, wat zich aldus in die ‘camera obscura’ voltrekt; en ik zal er zeker nog lang over na moeten nadenken voor ik het ten volle vat. Maar iets ervan kan ik me, meen ik, toch eigenlijk nu meteen al enigszins voorstellen. Want is niet het oog in ons lichaam ook een soort ‘camera obscura’, die niet alleen licht van buitenaf door zich heen laat binnenstromen, maar het ook weer als zielelicht naar buiten wegschenkt? S.: Ja, ja, mijn Glauco, dat heb je voortreffelijk gezegd! Want dat wilde ik je juist door mijn gelijkenis laten zien: dat wij als gehele mens lichtdoorlatend en -doorgevend ‘oog’ moeten worden, waardoor wij zelf aan een nieuw te scheppen wereld nieuw leven, nieuw licht, nieuwe warmte zullen vermogen te schenken uit het diepst van onze ziel. Het is mogelijk, dat deze laatste woorden van Socrates al wat gekleurd zijn door hetgeen, tijdens het luisteren naar deze dialoog, als respons uit mijn eigen innerlijk opkwam. Zeker is, dat in het zelf verwerken van het beluisterde het vervolg van de dialoog wegebde. 19 minuten geleden bewerkt door IKBENANDERS Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Aanbevolen berichten
Join the conversation
You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.