Spring naar bijdragen

Islamitisch-christelijke dispuut (uit het levensverhaal van Cyrillus en Methodius)


Aanbevolen berichten

Hierbij wil ik onder jullie aandacht brengen het levensverhaal van de apostelgelijken Cyrillus en Methodius. Het meest interessante voor mij hier is hun geloofsgesprekken met moslims en joden (van de Khazaarse kaganaat) en ook hun andere interculturele betrekkingen. Cyrillus en Methodius brachten de geletterdheid en daarmee ook het christendom naar de Slavische volken van Oost-Europa, maar ze worden ook als beschermheiligen van Europa gezien. 

De religieuze debatten tussen moslims en christenen zijn tegenwoordig beschikbaar op YouTube. Het zijn met name de debatten van de christelijke filosoof en apologeet David Wood (in het Engels). Meestal wordt er met moslims gedebatteerd over de Heilige Drie-eenheid, omdat het blijft een grote struikelblok voor moslims, dat hun de aanleiding geeft om het christendom belachelijk te maken. 1000 jaar geleden, in de 9de eeuw was het niet anders. Het debat van Cyrillus (toen Constantijn genoemd) is misschien het eerste geloofsgesprek van de polemieke aard tussen moslims en christenen dat opgetekend werd (gedeeltelijk). Later wil ik hun gesprek met joden en de rest van hun levensverhaal presenteren. Het wordt te veel voor jullie aandachtsvermogen als ik dit in één keer doe.

Maar voor nu het eerste deel: debat met de iconoclasten en moslims.

Cyril_14February.jpg

Ten tijde van de iconoclastische Griekse koningen Leo de Armeniër[1], Michaël Traulos of Psellos[2], en daarna de zoon van Michaël - Theophilus[3], woonde in de stad Thessaloniki, in Macedonië, een nobele en rijke edelman met de titel van een soldaat-centurion genaamd Leo. Zijn vrouw heette Maria. Hij leefde vroom en vervulde alle geboden van God, zoals Job dat ooit deed. Ze hadden zeven zonen: de oudste heette Methodius en de jongste was Constantijn, in het kloosterleven Cyrillus.

Heilige Methodius diende eerst als militair, net als zijn vader. De koning, die hem als een goede krijger had leren kennen, benoemde hem tot gouverneur in een Slavisch vorstendom, Slavinië, dat onder de Griekse rijk stond. Dit gebeurde naar goeddunken van God en zodat Methodius de Slavische taal beter kon leren als een toekomstige geestelijke leraar en herder van de Slaven.

Na ongeveer 10 jaar in de rang van officier te hebben doorgebracht en de ijdelheid van het wereldse leven te hebben begrepen, begon Methodius te verlangen om al het aardse op te geven en zijn gedachten op het hemelse te richten. Bovendien begon de iconoclastische koning Theophilus in die tijd een vervolging tegen de heilige iconen. Deze vervolging toonde aan Methodius nog meer de ijdelheid van het wereldse leven, en, na de militaire dienst en alle geneugten van de wereld te hebben verlaten, ging hij naar het klooster op de berg Olympus[4], waar hij met grote onderdanigheid en gehoorzaamheid de kloostergeloften vervulde, terwijl hij de heilige boeken bestudeerde.

Constantijn

De zalige Constantijn, de jongste van de zonen van Leo, toonde al in de kindertijd iets wonderbaarlijks. Toen zijn moeder hem bij de geboorte aan de verpleegster gaf om hem te voeden, wilde hij zich niet aan andermans melk te voeden, maar alleen aan de melk van zijn moeder. Met de geboorte van Constantijn beloofden de  goede ouders dat ze als broer en zus zouden leven, en zo leefden ze 14 jaar lang tot aan hun dood. Voordat haar man stierf, huilde Maria en zei:

- Ik betreur niets anders dan Constantijn: hoe zal hij zichzelf in het leven houden?

- Geloof me, vrouw, - antwoordde Leo, - ik hoop op God dat de Here God van hem zo'n vader en bouwer zal maken, dat hij alle christenen zal hoeden.

Toen hij zeven jaar oud was, had Constantijn een droom, die hij aan zijn ouders vertelde.

-        Ik droomde, - zei Constantijn, - dat de gouverneur alle meisjes van de stad bij elkaar had geroepen en zei me: kies er één als bruid. Ik onderzocht en koos de mooiste van hen allen, met een stralend gezicht en versierd met veel gouden dingen en edelstenen, genaamd Sofia.

De ouders, hebbend begrepen dat de Heer aan de jongeling Sophia (Wijsheid) schenkt, d.w.z. de wijsheid van God, verheugden zich in de geest en met ijver begonnen ze Constantijn te onderwijzen niet alleen in het lezen van boeken, maar ook de goddelijke moraal - geestelijke wijsheid.

-        Mijn zoon, - zeiden ze tegen Constantijn in de woorden van Salomo, - neem mijn geboden in acht en leef, en neem mijn onderricht in acht als je oogappel. Bind ze aan je vingers, schrijf ze op de tafel van je hart. Zeg tegen de wijsheid: Jij bent mijn zuster, en noem het inzicht je bloedverwant,' (Spreuken 7:1). Wijsheid schijnt helderder dan de zon, en als je haar als je helpster hebt, zal ze je van veel kwaad behoeden.

Ouders stuurden Constantijn voor onderwijs. Hij onderscheidde zich door een goed geheugen en verstand, zodat hij beter presteerde dan al zijn leeftijdsgenoten. Het volgende incident is hem overkomen:

Als zoon van rijke ouders ging Constantijn ooit met zijn kameraden op een valkenjacht. Zodra Constantijn zijn valk losliet, stond er een sterke wind op, die de valk wegvoerde naar niemand weet waar. Constantijn rouwde zo erg om de valk dat hij twee dagen lang niets at, zelfs geen brood. De menslievende Heer, die niet wilde dat de jongeman zo verdrietig was over de dingen van het leven, ving hem op met deze valk, zoals Hij heilige Eustachius ving met een hert. De heilige Constantijn dacht na over de geneugten van dit leven: “Wat voor leven is dit, waar vreugde altijd verdriet oproept? Vanaf vandaag ga ik een andere weg volgen, een betere dan deze, zodat ik de ijdelheid van het leven kan vermijden." Vanaf toen bleef hij bijna altijd thuis, en probeerde hij met grote ijver wetenschappen te bestuderen, vooral de leringen van de heilige Gregorius de Theoloog.

Constantijn had grote liefde voor deze heilige en kende veel van zijn leer uit het hoofd. Nadat hij een afbeelding van het heilige kruis op de muur had getekend, schreef hij een lofzang aan de heilige Gregorius onder dit kruis met de volgende woorden: “O heilige van God, Gregorius de Theoloog! Gij waart met het lichaam een mens, maar met uw leven – een engel, want uw lippen, zoals de lippen van de serafijnen, verheerlijkten God met lofprijzingen en verlichtten het universum met uw orthodoxe leer. Ik bid u, aanvaard mij, die u met geloof en liefde nadert, en wees mijn leraar en verlichter. "

Terwijl hij de boeken ijverig bestudeerde, zag Constantijn hoe onbeduidend zijn kennis was vanwege het gebrek aan een goede leraar, waardoor hij in grote moedeloosheid verviel. In hun stad woonde één persoon (een zwerver) die grammatica kende. Constantijn ging naar hem toe, smeekte hem, viel voor hem op zijn gezicht en zei:

- Doe een goede daad voor me: leer me grammatica.

De vreemdeling antwoordde dit:

- Jongen, vraag het mij niet. Ik heb beloofd niemand meer te onderwijzen.

Weer begon Constantijn hem met tranen te zeggen:

-        Neem het deel van mijn vaders huis dat van mij is, maar leer het mij.

Maar ook dit overtuigde deze man niet. Toen ging Constantijn naar huis en hier begon hij vurig te bidden dat de Heer het verlangen van zijn hart zou vervullen en een leraar voor hem zou vinden. De Heer vervulde al snel zijn verlangen.

Op dat moment stierf koning Theophilus in het Griekse land, en zijn zoon Michaël begon te regeren met zijn moeder, de vrome koningin Theodora. Deze keizer bleef als een minderjarige na de dood van zijn vader, en drie edelen werden aangesteld als zijn opvoeders: de domesticus[5] Manuël, de patriciër[6] Theoctistus en de logothetis[7] Dromi, die de ouders van Methodius en Constantijn goed kende. Logothetis, die op de hoogte was van de successen en ijver van Constantijn, haalde hem op om wetenschappen te studeren samen met de jonge koning Michael, die de inspanningen van Constantijn zou imiteren. De jongeman verheugde zich in de geest en vertrok met vreugde, terwijl hij tot God bad met het gebed van Salomo: "God van de vaderen en Heer van barmhartigheid", - zo bad Constantijn, - "die de mens heeft gemaakt. Geef mij wijsheid die op Uw troon zit, en sluit mij niet uit Uw dienaren, want ik ben Uw dienaar en de zoon van Uw dienares. Laat me alles weten wat U behaagt, zodat ik zou werken mijn hele leven lang omwille van Uw naam. "

In Constantinopel woonde Constantijn óf in het huis van de edelman, óf in de koninklijke paleizen. In 3 maanden leerde hij grammatica, bestudeerde vervolgens Homerus[8] en meetkunde; dialectiek en filosofie leerde hij bij Leo en Photius[9]. Naast deze wetenschappen studeerde hij retoriek, rekenen, astronomie, muziekkunst en in het algemeen alle andere Griekse wetenschappen. Hij kende niet alleen Grieks, maar ook Latijn, Syrisch en enkele buitenlandse talen. Met zijn intelligentie en ijver verbaasde hij zijn leraren, waarvoor hij later de naam van de filosoof / wijsgeer kreeg. Maar hij was niet alleen wijs in de wetenschappen, maar ook in het leven, hij beoefende nederigheid, sprak met degenen van wie hij onderwijs wilde ontvangen en vermeed degenen die tot het kwaad konden verleiden. In één woord, hij trachtte het aardse voor het hemelse te verruilen en bij God te leven.

Logothetis, die het goede leven van Constantijn en zijn successen in de wetenschap zag, maakte van hem manager van zijn huis en stond hem ook toe de koninklijke kamers binnen te gaan zonder een rapport. Eens vroeg de logothetis aan Constantijn:

- Vertel eens, filosoof, wat heet filosofie?

- Filosofie, - antwoordde Constantijn, - is het begrijpen van goddelijke en menselijke aangelegenheden, die de mens door deugd leren, voor zover het mogelijk is, God te naderen, die de mens heeft geschapen naar Zijn eigen beeld en gelijkenis.

Daarna hield de logothetis nog meer van Constantijn en wilde van hem onderricht in de filosofie ontvangen. Constantijn legde hem in enkele woorden de filosofische leer voort, waarvoor de logothetis voor hem bijzondere respect toonde en zelfs veel goud aanbood, maar Constantijn weigerde dat.

Deze edelman had een peetdochter - een meisje uit een rijke en glorieuze familie. Logothetis was van plan om haar aan Constantijn uit te huwelijken en poogde hem over te halen aldus:

-        Je schoonheid en wijsheid, - zei de logothétis, - zetten een iemand aan van je onopzettelijk te houden. Ik heb een geestelijke dochter, een mooie, rijke jonge vrouw, van goede en nobele familie. Als je wilt, neem haar tot je vrouw. Je zult grote eer en een vorstendom ontvangen van de koning, en binnenkort wordt je ook benoemd tot gouverneur.

- Dit geschenk is geweldig voor degenen die dat wensen, - antwoordde Constantijn, - voor mij is er niets kostbaarder dan onderwijs, waardoor ik rede, ware eer en rijkdom kan verwerven.

Na deze woorden ging de logothétis naar de koningin en zei:

- De jonge filosoof houdt niet van de ijdelheid van dit leven. Laten we proberen hem bij ons in de buurt te houden, en daarom zullen we hem overhalen om priesterschap te aanvaarden en de patriarchale bibliothecaris van de kerk van de heilige Sofia te worden. Alleen op deze manier kunnen we hem bij ons houden.

En dat deden ze ook. Constantijn werd priester en bibliothecaris in de kerk van de heilige Sofia. Maar zelfs in deze rang bleef Constantijn niet lang bij hen. Zonder iets tegen iemand te zeggen, ging hij naar de Gouden Hoorn[10] en verstopte zich daar in een klooster. Ze hebben lang naar Constantijn gezocht en pas na 6 maanden vonden ze hem. Ze konden hem niet overtuigen om de vorige functie op zich te nemen en smeekten hem alleen om leraar filosofie te worden aan de hoofdschool van Constantinopel.

Op dat moment wekte patriarch Johannes[11] vervolging op tegen de heilige iconen. Toen kwam er een concilie, waarop werd besloten deze patriarch van de troon te verwijderen. In reactie op dit besluit van de raad zei Johannes:

- Ik ben verwijderd door geweld, maar ze konden me niet schuldig bevinden, omdat niemand kan mijn woorden weerstaan.

De koning en de nieuwe patriarch stuurden Constantijn naar Johannes met de volgende woorden:

- Als je deze jongeman kunt terechtwijzen, dan zul je je de troon weer innemen.

Toen hij zo'n jonge filosoof zag en zijn sterke geest niet kende, zei Johannes tegen Constantijn en de boodschappers:

- U bent mijn voetsteun niet waard. Hoe ga ik met uw redetwisten?

- Houd je niet aan menselijke gewoonten, - antwoordde Constantijn, - maar kijk naar de geboden van God. Zoals jij, zo zijn wij ook geschapen van de aarde, maar de ziel is van God. Kijkend daarom naar de aarde, o mens, wees niet trots!

- Het is dwaas om in de herfst naar bloemen te zoeken, - zei Johannes, - en ook om de oude man naar de oorlog te sturen.

-        Je wijst jezelf terecht, - antwoordde de filosoof - Vertel eens, op welke leeftijd is de ziel sterker dan het lichaam?

- Op hoge leeftijd, - antwoordde Johannes.

- Voor welke oorlog roepen we je op, - vroeg de filosoof, - voor lichamelijke of geestelijke?

- Voor de geestelijke, - antwoordde Johannes.

- Als je nu de sterkste van geest bent, - zei de filosoof, - maak dan geen zulke vergelijkingen. Wij zoeken geen bloemen buiten zijn tijd, en we roepen je ook niet buiten zijn tijd voor een dispuut.

Daarna begonnen ze het gesprek. De ouderling vroeg:

- Zeg me jongeman: als het kruis breekt, dan vereren we het niet langer en kussen het niet meer. Hoe kunnen jullie, als er maar één gezicht tot aan de schouders is, je niet schamen om hem een iconische eer te bewijzen?

- Het kruis bestaat uit vier delen, - antwoordde de filosoof, - en als er een deel ontbreekt, dan verliest het kruis zijn uiterlijk. De icoon heeft een vorm en gelijkenis als het gezicht van degene die men wilt uitbeelden getekend is. De kijker kijkt niet naar de aanwezigheid van een leeuw of een lynx, maar naar het prototype (van Christus of de heilige dus).

- Jullie buigen voor het kruis, - zei de ouderling, - ook als er geen inscriptie op staat, maar de icoon eren jullie niet, als er geen inscriptie is.

- Elk kruis, - antwoordde de filosoof, - heeft de gelijkenis van het kruis van Christus, terwijl iconen niet één afbeelding hebben, maar verschillend zijn.

Ten slotte zei de ouderling:

- Waarom buigt u voor iconen als God tegen de profeet Mozes zei: "U zult voor uzelf geen beeld maken..." (Ex 20.4)?

- Als de Heer zei: maak geen enkele gelijkenis, - antwoordde de filosoof, - dan zou je correct spreken; maar de Heer zei: “U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is”, d.w.z. behalve vererenswaardige afbeelding.

De ouderling kon hier geen bezwaar tegen maken en zweeg. Rond deze tijd kwamen er ambassadeurs naar Constantinopel van de ongelovige Hagarenen[VM1] [12] of Saracenen, die Syrië hadden veroverd. Ten tijde van de voormalige koning Theophilus belegerden deze Saracenen het Griekse land en verwoestten de prachtige stad Amoria, door Gods toelating vanwege de zonden. Vanaf die tijd begonnen ze zich te beroemen op hun kracht tegenover de christenen en stuurden ze een brief naar Constantinopel met godslastering tegen de Allerheiligste Drie-eenheid.

'Hoe zegt u, christenen', - schreven de Saracenen, - 'dat God één is, terwijl u Hem in drieën verdeelt: u belijdt de Vader, de Zoon en de Geest? Als u dit kunt bewijzen, stuur dan mannen naar ons toe die met ons over het geloof kunnen praten en ons kunnen overtuigen.’ (het was in 851)

Op dat moment was de gezegende Constantijn 24 jaar oud. De koning verzamelde samen met de patriarch een concilie, waarop ze Constantijn riepen en hem vertelden:

'Hoor je, filosoof, wat de akelige Hagarenen zeggen over ons geloof? Als je een dienaar en discipel van de Heilige Drie-eenheid bent, ga ze dan terechtwijzen. En God, de uitvoerder van elk werk, die verheerlijkt wordt in de Drie-eenheid, Vader, Zoon en de Heilige Geest, geeft je genade en kracht in woorden, om je te tonen als een andere David, die met drie stenen Goliath overwonnen heeft (1 Sam. 17), en dan brengt Hij je veilig naar ons terug.

Toen hij zulke woorden hoorde, antwoordde de filosoof:

- Ik ben blij dat ik voor het christelijk geloof ga opkomen. Wat kan er beter voor mij zijn: sterven of blijven leven ter wille van de Heilige Drie-eenheid?!

Ze gaven Constantijn twee klerken en stuurden ze naar de Saracenen. Ze kwamen rechtstreeks naar de hoofdstad van het Saraceense vorstendom - Samara, gelegen nabij de rivier de Eufraat (ten noorden van de huidige Bagdad), waar de Saraceense prins Amirmushna woonde. Hier zagen ze vreemde en gemene dingen die de Hagarenen deden om de christenen, die daar woonden, te bespotten en uit te lachen. Op bevel van de Saraceense autoriteiten werden op de buitenkant van de deuren, waar christenen woonden, afbeeldingen van de demonen gegraveerd. Hiermee wilden de Hagarenen laten zien dat ze christenen verafschuwen alsof ze demonen waren. Zodra Constantijn bij hen aankwam, vroegen de Saracenen hem, wijzend op de demonen:

- Kun je, filosoof, begrijpen wat deze beelden zeggen?

- Ik zie een duivels afbeelding, - antwoordde de filosoof, - en ik denk dat hier christenen wonen. De demonen kunnen niet samen met christenen wonen en vluchten van hen (oftewel staan buiten de deur). Waar deze afbeelding niet aan de buitenkant van de deuren bevindt, daar wonen de demonen binnen in het gebouw.

De Saracenen nodigden Constantijn uit voor het avondeten in het vorstelijke hof. Het diner werd bijgewoond door slimme en schoolse mensen die meetkunde, astronomie en andere wetenschappen hadden gestudeerd. Ze beproefden Constantijn en vroegen hem:

- Zie je, filosoof, een wonderbaarlijk iets: de profeet Mohammed bracht goede leer van God en bekeerde veel mensen. We houden ons allemaal in gelijke mate aan zijn wet en veranderen niets. Maar bij jullie, christenen, die zich aan de wet van Christus houden, gelooft de één op deze manier en de ander op een andere en leeft zoals hij wil. Er zijn veel leraren onder jullie die op verschillende manieren leren, en er zijn monniken die zwarte kleding dragen en een bijzondere manier van leven leiden. U wordt echter allemaal christenen genoemd.

- Jullie stelden mij twee vragen, - antwoordde de zalige Constantijn, - over het christelijk geloof en over de christelijke wet, of: hoe christenen geloven en hoe ze hun geloof in het leven vervullen. Allereerst zal ik zeggen over het geloof. Onze God is als de afgrond van de zee - van onmetelijke breedte en diepte, onbegrijpelijk voor de menselijke geest en onverklaarbaar in menselijke woorden, zoals de heilige profeet Jesaja over Hem zegt: "Wie zal Zijn geslacht verhalen?" (Is. 53: 8); op basis hiervan roept onze leraar, de heilige apostel Paulus, uit, zeggende: (Rom. 11:33) “O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!” Velen die God willen zoeken betreden deze afgrond, en degenen onder hen die sterk van geest zijn en de hulp van de Heer Zelf hebben verkregen, drijven veilig op de zee van Gods onbegrijpelijkheid; degenen die zwak zijn van geest en in hun verwaandheid de hulp van God verloren hebben, pogen deze afgrond over te varen in lekkende schepen, verdrinken, vervallen in ketterijen en waanvoorstellingen, of met moeite op één plek blijven, bezorgd door onzekerheid en twijfels. Daarom verschillen veel christenen in geloof, zoals u zegt. Ik zei dit over het geloof, maar over de werken van geloof zal ik het volgende zeggen: de wet van Christus is niet anders, maar diegene die God aan Mozes gaf op de Sinaï (Ex. 20: 1–18), om niet te doden , niet stelen, geen overspel plegen, niet iemands anders bezit verlangen, enz. Onze Heere zei: "Ik ben niet gekomen om de wet af te schaffen, maar om te vervullen" (Matteüs 5:17). Om een meer volmaakte leven te leiden en God beter te behagen, gaf de Heer raad om een zuiverder, maagdelijker leven te leiden en bijzondere werken te doen die naar het eeuwige leven leiden op een nauwe en smartelijke pad. De Heer dwingt dit leven echter niet op, en dit gebeurt niet door geweld. God schiep de mens tussen hemel en aarde: door rede en intellect verschilt de mens van de woordelozen (dieren) , door toorn en lust verschilt hij van de engelen. Toen gaf God de mens een vrije wil zodat hij kan doen wat hij wil en datgene wat hij zou benaderen - hiermee zal hij ook gemeenschap hebben: ofwel een deelgenoot van engelen, door voor God te werken, zoals dat hem zijn door het geloof verlichte intellect leert, of hij zal deel hebben aan het redeloos vee als hij zonder enige onthouding alle lusten van het vlees zou vervullen. En aangezien God de mens met een vrije wil heeft geschapen, wil Hij dat wij niet door dwang, maar volgens onze eigen wil worden gered en zegt: (Mattheüs 16:24) “Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen”; en: “Wie dit vatten kan, laat die het vatten” (Mattheüs 19:12). Sommige van de trouwe christenen gaan door dit leven op een meer gemakkelijke manier en leven in een eerlijk huwelijk op een kuise manier volgens de natuurwetten, terwijl anderen, die ijveriger zijn en volmaakter willen zijn, trachten als engelen te leven en bewandelen het nauwe pad. Daarom leiden christenen verschillende levenswijzen.

Uw geloof en wet, - vervolgde Constantijn, - hebben echter geen ongemak; ze zijn niet als de zee, maar als een beekje, dat iedereen, groot en klein, zonder moeite overheen kan springen. Er is niets goddelijks en door God geïnspireerd in uw geloof en uw wet, maar alleen menselijke gewoonten en vleselijke wijsheid die gemakkelijk kunnen worden uitgevoerd. Uw wetgever Mohammed heeft jullie tenslotte geen gebod gegeven dat moeilijk te vervullen is: hij keerde u niet eens af van woede en wetteloze lust, maar stond alles toe. Daarom vervullen jullie allemaal op dezelfde manier jullie wet, die gegeven is volgens jullie lusten. Onze Heiland Christus deed dat niet. Hij Zelf, de Zuiverste en de bron van alle zuiverheid, wil dat Zijn dienstknechten heilig leven, weg van alle lust; en dat de reinen zouden zich alleen bij de reinen invoegen, aangezien 'niets onreins Zijn koninkrijk zal binnengaan' (Openbaring 21: 27).

Toen vroegen de Saraceense wijzen aan Constantijn:

- Waarom verdeelt u, christenen, één God in drie: u noemt het Vader, Zoon en Geest? Als God een Zoon kan hebben, geef Hem dan een vrouw, zodat er veel goden zijn.

- Laster niet de goddelijke Drie-eenheid, - antwoordde de christelijke filosoof, - die we hebben leren belijden van de oude profeten, die u ook erkent door zich met hen te besnijden. Ze leren ons dat de Vader, de Zoon en de Geest drie hypostasen zijn, maar dat hun essentie één is. Deze gelijkenis is ook te zien in de hemel. In de zon, door God geschapen naar het beeld van de Heilige Drie-eenheid, zijn er drie dingen: een cirkel, een lichtstraal en warmte. In de Heilige Drie-eenheid de zonnecirkel is de gelijkenis van God de Vader. Net zoals de cirkel geen begin en geen einde heeft, zo is God zonder begin en zonder einde. Zoals uit de zonnecirkel komt een lichtstraal en zonnewarmte, zo wordt van God de Vader de Zoon geboren en de Heilige Geest uitgegaan. En de zonnestraal, die het heelal verlicht, is dus een gelijkenis van God de Zoon, geboren uit de Vader en verschijnend in deze wereld, terwijl de zonnewarmte, die samen met de straal uit dezelfde zonnecirkel komt, de gelijkenis van God de Heilige Geest is, Die, samen met de geboren Zoon, eeuwig is, komt van de Vader, hoewel Hij in de tijd door de Zoon naar de mensen gezonden wordt[13]! Zoals bijvoorbeeld Hij werd naar de apostelen gestuurd in de vorm van vuurtongen. En net als de zon, bestaande uit drie objecten, - een cirkel, een lichtstraal en warmte, - wordt niet verdeeld in drie zonnen, - hoewel elk van deze objecten zijn eigen kenmerken heeft, de ene is een cirkel, de andere is een straal, de derde is warmte, doch niet drie zonnen, maar één, - zo ook de Heilige Drie-eenheid, hoewel Hij drie Personen heeft: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, wordt in Zijn goddelijkheid niet in drie goden verdeeld, maar is Eén God. Herinner je je nog hoe de Schrift zegt hoe God aan de voorvader Abraham verscheen bij de eik Mamre, van wie u de besnijdenis bewaart? God verscheen aan Abraham in drie personen. Genesis 18:2 “Hij sloeg zijn ogen op, en keek, en zie, er stonden drie mannen voor hem. Toen hij hen zag, liep hij hun snel uit de ingang van de tent tegemoet en boog zich ter aarde. En hij zei: Mijn heer, als ik nu genade gevonden heb in uw ogen, ga dan uw dienaar toch niet voorbij.” Let er op: Abraham ziet drie Mannen voor zich en praat als met Eén, zeggend: “Mijn heer, als ik nu genade gevonden heb in uw ogen." Het is duidelijk dat de heilige voorvader één God in drie personen heeft beleden.

De Saraceense wijzen, die niet wisten wat ze moesten zeggen over de leer van de Allerheiligste Drie-eenheid, zwegen en vroegen toen:

- Hoe zeggen jullie, christenen, dat God uit een vrouw werd geboren? Kan God geboren worden uit de baarmoeder van een vrouw?

- Niet uit een eenvoudige vrouw, - antwoordde de filosoof, - maar uit de ongehuwde, meest zuivere Maagd werd God de Zoon geboren door de werking van de Heilige Geest, die in de meest zuivere, maagdelijke schoot op onuitsprekelijke wijze het vlees voor Christus God maakte en de bovennatuurlijke incarnatie en de geboorte van het Woord van de Vader tot stand bracht. Daarom bleef de Verwekster, die door de Heilige Geest de Zoon heeft verwekt, zowel vóór de geboorte, als tijdens en na de geboorte, zuivere Maagd, volgens de wil van God, aan wie elk geschapen schepsel gehoorzaamt, volgens de kerkelijke lied: "waar God het wil, wordt de orde van de natuur overwonnen”.

En dat Christus door de Heilige Geest uit een zuivere Maagd werd geboren, getuigt ook uw profeet Mohammed, die het volgende schrijft: "De Heilige Geest werd naar de zuivere Maagd gezonden, zodat Zij door Zijn wil een zoon zou baren."

- We betwisten niet, - zeiden de Saracenen, - dat Christus werd geboren uit een zuivere Maagd, alleen noemen we Hem geen God.

- Als Christus een eenvoudige mens was, en niet God tegelijkertijd, waarom zou dan Zijn conceptie van de Heilige Geest plaatsvinden? Een gewone mens wordt geboren uit een getrouwde vrouw, en niet uit een ongetrouwde Maagd, en wordt van nature verwekt door een echtgenoot, en niet door een speciale komst en werk van de Heilige Geest.

Hierna vroegen de Saracenen:

- Als Christus uw God is, waarom doet u dan niet wat Hij u zegt? Er staat tenslotte in het evangelie geschreven: bid voor je vijanden, doe goed aan degenen die je haten en onderdrukken, en keer je wang toe naar degenen die je slaan. Dit doen jullie niet: jullie slijpen de wapens tegen jullie tegenstanders.

Hierop antwoordde de filosoof als volgt:

- Als in een wet twee geboden worden geschreven en aan mensen worden gegeven ter vervulling, wie van de mensen zal dan de ware uitvoerder van de wet zijn: degene die één gebod vervult of degene die twee vervult?

- Natuurlijk zal de beste uitvoerder degene zijn die de twee geboden zal vervullen, - antwoordden de Saracenen.

- Christus, onze God, - zei de filosoof, - gebood ons te bidden voor degenen die ons beledigen en goed aan hen te doen, maar Hij zei ook dit: "Er is geen grotere liefde dan wanneer iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden" (Johannes 15:13). We verdragen grieven als ze alleen tegen iemand afzonderlijk zijn gericht, maar we komen op en leggen zelfs onze zielen neer als ze op de samenleving zijn gericht, zodat onze broeders niet in gevangenschap komen, waar ze verleid kunnen worden tot goddeloze en slechte daden.

Weer zeiden de Saracenen:

- Uw Christus bracht een belastinggeld voor Zichzelf en voor anderen (voor de apostel Petrus). Waarom doen jullie het niet en willen jullie geen belasting betalen? Als je echt voor elkaar opkwam, zou je zeker belasting betalen voor jullie broeders aan zo'n groot en machtig volk van de Ismaëlieten.

- Als iemand in de voetsporen van zijn leraar treedt en dat altijd wil blijven doen, - antwoordde Constantijn, - en iemand anders hem van dit pad afleidt, is zo iemand dan zijn vriend of vijand?

-        Ongetwijfeld de vijand, - antwoordden de Saracenen.

-        Toen Christus de belasting gaf', - vroeg Constantijn toen, - welke koninkrijk was er toen: Ismaëltische of Romeinse?

-        Romeinse, - antwoordden de Saracenen.

-        Daarom, - antwoordde de filosoof, - geven wij in navolging van Christus belasting aan de koning die in het nieuwe Rome (Constantinopel) verblijft en het oude Rome bezit. Maar als u belasting van ons zoekt, misleidt u ons van het pad van Christus en bent u onze vijanden.

Daarna kreeg Constantijn vele andere vragen aangeboden uit de wetenschappen die ze kenden. Constantijn beantwoordde alle vragen zodat de Saracenen niets ertegen konden zeggen. Toen vroegen ze hem:

- Hoe weet je dit allemaal?

Toen gaf Constantijn de volgende vergelijking:

-        Eén man, - zei hij, - nam water uit de zee en droeg het in een zak. Hij liep ver van de zee vandaan, wees naar een zak met water en zei tegen iedereen: "Zien jullie het water dat niemand anders heeft dan ik?" Een kustbewoner kwam naar hem toe en zei: 'Schaam je je niet om over een zak water op te scheppen, terwijl we de hele zee hebben?' Dat doet u dus als je vragen stelt uit de wetenschappen die u van ons (de Grieken) hebt geleerd.

Toen lieten de Saracenen aan Constantijn een wijngaard zien, als iets wonderbaarlijks ooit geplant met werklust en goed gegroeid. Constantijn legde uit hoe dit wordt gedaan. Toen lieten de Saracenen hem al hun rijkdom zien: paleizen versierd met goud, zilver en edelstenen en zeiden:

- Zie je, filosoof, welke macht en rijkdom heeft Omar, de heer van de Saracenen?

- Hier is niets wonderbaarlijks aan, - antwoordde de filosoof. - Voor dit alles moet men God verheerlijken die deze rijkdom heeft gegeven voor het plezier van de mensen. Dit alles behoort God toe en niemand anders.

Uiteindelijk lieten de Saracenen zichzelf zien zoals ze werkelijk zijn. Ze gaven gif aan de gezegende Constantijn in zijn drankje. Maar de Heer, die aan iedereen die in Zijn naam werkt beloofde, "als ze iets dodelijks drinken, zal het hun niet schaden" (Marcus 16:18), bewaarde zijn dienstknecht veilig en wel. De Saracenen, die dit wonder zagen, stuurden Constantijn samen met anderen naar hun land terug met eer en geschenken van hun vorst.

 

[1] Leo V de Armeniër regeerde van 813 tot 820.

[2] Michaël II Traulos regeerde van 820 tot 829.

[3] Theophilus regeerde van 829 tot 842.

[4] Olympus is in dit geval een berg in Klein-Azië, op de grens van Phrygië en Bithynië.

[5] Domesticus is de hoogste militaire hoogwaardigheidsbekleder die constant aan het koninklijk hof woonde en het was zijn taak om de persoon van de keizer te beschermen.

[6] Mensen van adellijke afkomst werden in de oudheid patriciërs genoemd.

[7] Logothetis (functie) was verantwoordelijk voor de keizerlijke post, diplomatie en inlichtingen. In de 10e-11e eeuw fungeerde de houder ervan vaak als de eerste minister van het Byzantijnse rijk.

[8] Homerus is een beroemde oude Griekse schrijver, auteur van de Ilias en Odyssee, die 3000 jaar geleden leefde.

[9] Latere patriarch.

[10] De Gouden Hoorn is een lange, smalle baai die de inham van de Bosporus vormt.

[11] Johannes VII regeerde als patriarch van 832 tot 842.

[12] Hagarenen, Saracenen en ook Ismaëlieten zijn de bijnamen voor moslims.

[13] Dat wil zeggen door de verdiensten van Christus aan het kruis: “want de Heilige Geest was nog niet op hen, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was” (Johannes 7:39).

Bron

istanbul-hagia-sophia-700x447.jpg 

De overblijfsel van de kathedraal van de heilige Sofia in wat nu Istanbul is. Het gebouw is omgezet nu naar een moskee met 4 minaretten als bijgebouwen.

bewerkt door Modestus
Link naar bericht
Deel via andere websites
36 minuten geleden zei Modestus:

Hierbij wil ik onder jullie aandacht brengen het levensverhaal van de apostelgelijken Cyrillus en Methodius.

Hoezo zijn zij gelijk aan apostelen ? 

36 minuten geleden zei Modestus:

Meestal wordt er met moslims gedebatteerd over de Heilige Drie-eenheid, omdat het blijft een grote struikelblok voor moslims, dat hun de aanleiding geeft om het christendom belachelijk te maken.

En andersom, er zijn toch ook aspecten aan de Islam die jou aanleiding geven om de Islam belachelijk te maken ? 

Link naar bericht
Deel via andere websites
1 minuut geleden zei Dat beloof ik:

Hoezo zijn zij gelijk aan apostelen ? 

Ze zijn niet per se gelijk aan apostelen, maar het is gewoon een eretitel uit dankbaarheid voor hun bijdrage aan het werk van de apostelen. 

Link naar bericht
Deel via andere websites
Zojuist zei Modestus:

Ze zijn niet per se gelijk aan apostelen, maar het is gewoon een eretitel uit dankbaarheid voor hun bijdrage aan het werk van de apostelen. 

In dat geval begrijp ik niets van de eretitel 'apostelgelijken' ; de titel suggereert dus iets wat het niet is ?

 

@Modestus. Het is een mooi verhaal. Maar ben je er werkelijk van overtuigd dat het zo gegaan is? 

Link naar bericht
Deel via andere websites
57 minuten geleden zei Dat beloof ik:

In dat geval begrijp ik niets van de eretitel 'apostelgelijken' ; de titel suggereert dus iets wat het niet is ?

 

@Modestus. Het is een mooi verhaal. Maar ben je er werkelijk van overtuigd dat het zo gegaan is? 

Nou, ik heb die titel niet bedacht, maar ik ben wel overtuigd dat hun bijdrage inderdaad groot was.

Link naar bericht
Deel via andere websites

Join the conversation

You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.

Gast
Antwoord op deze discussie...

×   Plakken als rijke tekst.   Opmaak herstellen

  Er zijn maximaal 75 emoticons toegestaan.

×   Je link is automatisch geïntegreerd.   In plaats daarvan als link tonen

×   Je voorgaande bijdrage is hersteld.   Tekstverwerker leegmaken

×   Je kunt afbeeldingen niet direct plakken. Upload of voeg afbeeldingen in vanaf URL.

×
×
  • Nieuwe aanmaken...

Belangrijke informatie

We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat. Lees ook onze Gebruiksvoorwaarden en Privacybeleid