IKBENANDERS 9 Geplaatst 5 mei Rapport Share Geplaatst 5 mei (bewerkt) In De podcast Dick en Daniël geloven het wel (aflevering: ‘Is het avondmaal wel voor mij?, nr. 224) hoorde ik tot mijn verbazing dat er in sommige (gereformeerde?) gemeenten kledingvoorschrift gelden wat betreft de deelname aan het avondmaal. De voorgeschreven kleur aldaar is zwart. Ik denk persoonlijk niet dat Christus een zwerver in zwerverskleding zou weigeren. Toen ik in de inmiddels gepasseerde winter van 2025/2026 een aantal keer bij de Christengemeenschap over de vloer kwam, dit om de (mensenwijding)dienst bij te wonen, kwam ik tot het besef waarom de transsubstantiatie (men noemt het daar overigens verwandeling, een oud Nederlands woord voor verandering) daar een belangrijk onderdeel is van elke dienst en waarom dat ook zo hoort te zijn. Daarom voelt de afwezigheid van deze centrale gebeurtenis/handeling bij de protestanten nu echt als een verarming of het nu wel of niet in een bepaalde dienst wordt ‘gevierd’, want het avondmaal is daar uitsluitend symbolisch en komt niet elke zondag aan bod. In een email aan een geestelijke van de Christengemeenschap heb ik mijzelf de vraag gesteld wat de waarde van een protestantse dienst überhaupt nog is zonder de transsubstantiatie. En ik kom tot de conclusie: eigenlijk niets. Niet veel later bedacht ik mi ook nog het volgendej: ‘Waarom is één of twee keer deelnemen aan de transsubstantiatie in een mensenleven niet genoeg? M.a.w. waarom zou iemand elke week naar toe willen/moeten gaan? Gaat er misschien een bijzondere werking van de ‘echaristie’ uit die te vergelijken is met het nemen van medicatie: per keer (dosis) een klein beetje werkzame stof tot je nemen leidt tot genezing van de mensenkrankheid (een woord dat men bij de Christengemeenschap gebruikt in de context van de transsubstantiatie), niets innemen of juist teveel in één keer leidt dan tot … de dood? Zo iets dan … ik zoek ook maar naar een vergelijking om het te kunnen verklaren. P.S. Het is R.S. ooit opgevallen dat het brood en de wijn tijdens en door de eucharistie een verandering ondergaan. Dit zag hij in/aan de aura van beide middelen (GA 90b). Een ministrant in de Christengemeenschap was iets soortgelijks opgevallen. Ze vertelde me dat zij in haar jarenlange ervaring van het kijken naar de voltrekking van het offer aan de wierook kon zien of de transsubstantiatie wél dan wel niet geslaagd was. 5 mei bewerkt door IKBENANDERS Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Robert Frans 1.669 Geplaatst 6 mei Rapport Share Geplaatst 6 mei In katholiek verstaan is de eucharistie de tegenwoordigstelling van het ene Offer van Christus op Golgotha. Wat daar destijds gebeurde, gebeurt ook in elke mis. Het Offer wordt dus niet herhaald, zoals sommigen denken. De reden dat we regelmatig de mis bijwonen, is simpelweg omdat we graag in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus zijn en Hem regelmatig willen ontvangen. De eucharistie geeft ons kracht en genade om steeds liefdevoller te leven en steeds dichter tot God te komen. Ze is een onderpand van het eeuwig leven, ze is het hemelse manna. Paulus draagt de Korintiërs in zijn eerste brief daarom al op om dikwijls de eucharistie te vieren (vgl. 1 Kor. 11,25-26). Wij doen dat minimaal elke zondag en op de belangrijkste hoogfeesten, maar in veel parochies worden ook doordeweeks missen opgedragen. Je kunt het vergelijken met een huwelijk, waarin man en vrouw zich geheel aan elkaar geven. Als ze eenmaal het huwelijk door de huwelijksdaad hebben bevestigd, zullen ze daarna over het algemeen met elkaar de liefde blijven bedrijven, ook als er geen kinderen (meer) uit voortkomen. Zo worden zij steeds intiemer met elkaar verbonden. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
IKBENANDERS 9 Geplaatst 1 uur geleden Auteur Rapport Share Geplaatst 1 uur geleden (bewerkt) IS HET DAN NOOIT GENOEG? In het televisieprogramma 𝘋𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘸𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘪𝘯𝘨 citeert Herman Finkers een aantal zinnen uit het boek 𝘏𝘦𝘵 𝘯𝘶𝘵 𝘷𝘢𝘯 𝘷𝘳𝘰𝘮𝘦 𝘭𝘦𝘶𝘨𝘦𝘯𝘴 van Arthur Schopenhauer, een geschrift over Godsdienst. Herman vult aan met de woorden: ‘… om te spreken over de dingen an Sich zegt hij (Schopenhauer), heb je leugens nodig en daarom noemt hij dat [boek] 𝘷𝘳𝘰𝘮𝘦 𝘭𝘦𝘶𝘨𝘦𝘯𝘴’, waarop Annemiek Schrijver zegt: ‘En valt daar dan ook zoiets onder als wat je in de vorige show zei van God de Vader is één en hij bestaat uit drie personen?’ Herman: ‘Feitelijk kan dat niet, dat is een leugen, maar je hebt die feitelijke leugen nodig om een grotere waarheid te verwoorden. … Het feit dat je een stuk brood omhoog houdt en zegt ‘dit is het lichaam van Christus’ en ook nog niet symbolisch, maar dat is echt zo!… Het gaat om bij het mysterie zijn. Het is niet een uitleg van het mysterie, dus niet een verklaring, het is een omgangsvorm met het mysterie … Het eindigt … in letterlijke vleselijke gemeenschap omdat je die hostie nuttigt, dus het is een vrij zinnelijk gebeuren in de grond … Als je je toch overgeeft aan die verwondering over dat absurde, kom je in werelden waar je zonder dat niet in terecht komt. Op een gegeven moment dacht ik … ‘ja, maar als het werkelijk, werkelijk vlees is, en niet brood, dan betekent dat … dat onze werkelijkheid symbool is geworden – en volgens de Middeleeuwen leven wij ook in één groot symbool, de werkelijkheid zien we straks pas – dat je eigenlijk, als je zegt ‘dit is het lichaam van Christus‘ als het ware … dat die metafysica in de fysica trekt, dus dat je met je arm door een mouw van een jas gaat en je trekt die mouw binnenstebuiten … en ja, dat vind ik … geweldig.’ Ik heb veel langer dan Herman gewacht met het ter communie gaan. Drieënvijftig jaar om precies te zijn. Toen dacht ik: ‘Waarom volstaat één keer of twee keer niet in één mensenleven? Waarom zou iemand elke week weer opnieuw het Sacrament des altaars willen ontvangen?’ ‘Het was op een zondag, op het octaaf van Pinksteren, dat Christus in de heilige communie in stilte aan mij op mijn bed werd gebracht. … Toen ik Onze Heer ontvangen had ontving Hij mij tot zich, zo dat Hij mij opnam met al mijn vermogens buiten alle aandacht voor iets anders, om van Hem te genieten in eenheid.’ (Uit het eerste visioen van Hadwijch, in de vertaling van Agnes Hoffschulte). Met dit getuigenis van Hadewijch beschouw ik mijn vraag als beantwoord. Soms moeten wij onze partner een poosje missen. Vol verlangen kijken we halsreikend uit naar zijn of haar wederkomst. Zo kunnen we ook uitkijken naar Christus, om Hem opnieuw te ontmoeten in de communie, ‘om van Hem te genieten in eenheid.’ Dat is toch heel wat anders dan het ‘dagelijkse intieme gesprek met Christus’. Telefoneren is ook niet hetzelfde als elkaar even vasthouden. En dat is voor mij de reden waarom één keer of twee keer niet volstaat. 42 minuten geleden bewerkt door IKBENANDERS Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Aanbevolen berichten
Join the conversation
You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.