IKBENANDERS 5 Geplaatst 1 uur geleden Rapport Share Geplaatst 1 uur geleden Inleiding door Inigo Bocken Jean-Joseph Surin (1600-1665) behoort tot de grote spirituele schrijvers van de moderne tijd. Vooral de melancholische ondertoon van zijn Guide Spirituel, die in 1963 door de Jezuït Michel de Certeau werd uitgegeven, maak duidelijk hoe Surin in het vallen en opstaan van het verlangen uiteindelijk de mystieke godsontmoeting vindt. Aan het begin van zijn bijweilen dramatische zoektocht, staat de hier vertaalde brief die Surin in het voorjaar van 1630 aan zijn medebroeders schreef naar aanleiding van een bijzondere ontmoeting in een koets op weg naar Parijs. Deze brief had niet alleen een grote weerklank bij Surens tijdgenoten, maar zou ook verder de geestelijke weg van Surin zelf blijven begeleiden. Het was een donkere psychische verwarring en vertwijfeling die uiteindelijk zou uitmonden in de heldere en lucide onderscheiding in de geschriften op het einde van zijn leven. De ontmoeting met de eenvoudige jongen, die volgens Surin alleen door God zelf onderwezen werd, zou op die weg van vallen en opstaan een oriëntatiepunt blijven. De brief (vertaling: Inigo Bocken) Bordeaux 8 mei 1630, Eerwaarde paters. Ik zou willen dat ik voldoende krachten had om uitgebreid te schrijven en voldoende licht te hebben om uit te drukken hoe gelukkig onze lieve Heer mij opgenomen heeft toen ik mijn land verliet, en dit vanwege de ontmoeting die ik heb gehad met iets dat zo goed is dat ik het niet genoeg kan prijzen. Ik bedoel, met een van de meest zeldzame zielen die ik ooit heb gekend en van wie ik wonderlijke geheimen heb leren kennen. In het rijtuig vlakbij zat een jongen van 18 of 19 jaar, uiterst eenvoudig en ongecultiveerd in zijn manier van spreken. Hij had helemaal niet gestudeerd en had zijn leven doorgebracht in dienst van een priester. Maar voor het overige was hij vervuld van allerlei genade en innerlijke gaven en zo verheven, dat ik nooit iets dergelijks heb gezien. Hij is nooit door iemand anders dan door God onderwezen over het geestelijk leven, en toch heeft hij er mij met zoveel subtiliteit en degelijkheid over verteld dat alles wat ik gelezen of gehoord heb niets is in vergelijking met wat hij mij erover verteld heeft. Zodra ik deze schat had ontdekt scheidde ik mij af van het gezelschap om zoveel mogelijk bij hem te zijn, waarbij ik al mijn maaltijden samen met hem genoot en alle gesprekken met hem voerde. Naast de gesprekken die we samen voerden, was hij voortdurend in gebed. Zijn gebedsleven was zo subliem dat het begon met extases die volgens hem onvolkomenheden zijn waarvan onze lieve Heer hem heeft verlost. De fundamenten van zijn ziel zijn een grote eenvoud, nederigheid, zuiverheid. En dankzij die eenvoud heb ik vele wonderen ontdekt, hoewel zijn nederigheid mij vele andere verborgen. Alle onderwerpen van het geestelijk leven die ik in die drie dagen maar kon bedenken, heb ik aan hem voorgelegd. Zowel wat betreft de praktijk van het geestelijk leven, als de speculatieve kant ervan. Daarbij heb ik antwoorden gekregen, waarvan ik helemaal versteld stond. Zodra hij merkte wat hij mij had gezegd, wilde hij zich aan mijn voeten werpen om zich klein te maken. We zijn inderdaad vaak uit de koets gestapt om rustiger te converseren en minder afgeleid te worden. Hij beschouwde zichzelf als de grootste zondaar ter wereld en smeekte me dit ook te geloven. Bijna een hele ochtend lang sprak hij met mij over de verschillende stadia van de meest volmaakte vereniging met God, over de verkering van de drie goddelijke personen met de ziel, over de onbegrijpelijke vertrouwdheid van God met de zuivere zielen, over de geheimen die God hem bekend had gemaakt, over zijn eigenschappen en in het bijzonder over zijn oordeel over de zielen die geen volmaaktheid bereiken, hoewel zij daarnaar verlangen en over verschillende rangen van engelen en heiligen. Hij zei mij onder meer dat hij geen enkele mededeling zou prijsgeven die God hem in de vereniging over zichzelf had gedaan, zelfs niet voor wat de engelen in hun staat van heerlijkheid en alle mensen samen hem zouden kunnen geven. Hij vertelde mij dat een ziel, die door zuiverheid goed is voorbereid, zozeer door God in beslag wordt genomen dat ze al haar bewegingen in haar macht houdt, zelfs die van het lichaam, behalve enkele kleine misstappen waarin de ziel zondigt. Dit waren zijn eigen woorden. Hij zei me dat zodra een ziel er overhaast naar streeft om de volmaakheid te bereiken, zij zich geweld aandoet. En dat het hun eigen schuld was dat de religieuzen niet allemaal volmaakt waren, dat men niet volharde in het overwinnen van zichzelf, dat het grootste ongeluk bestaat in het niet goed verdragen van lijden en de zwakheden van het lichaam waarin God grote plannen heeft. En dat Hij zich veel volmaakter met de ziel verenigt in pijn dan in grote genoegens, dat een te grote zorg voor de gezondheid een grote belemmering is. En dat dat echt innerlijke gebed er niet in bestaat van God te ontvangen, maar aan Hem te geven en na te hebben ontvangen uit liefde aan Hem terug te geven. En dat wanneer de innerlijke vrede van de ziel en de brandende liefde in vervoering brengen, de trouw van de ziel erin bestaat zich van alles te bevrijden, zodat God kan naderen om de ziel te vervullen. Ik legde hem alle moeilijkheden van mijn innerlijk leven voor in de derde persoon, want anders zou ik hem niets hebben kunnen ontlokken. Toen stelde hij me zo tevreden, dat ik dacht dat hij een engel was. Dit vermoeden bleef mij volgen, tot hij mij in Pontoise vroeg zijn biecht te horen en hem de communie te geven. De sacramenten zijn immers niet gemaakt voor engelen. Hij heeft me nooit beloofd dat hij voor mij tot God zou bidden. Hij stemde er alleen mee in te doen wat hij kon, dat zou immers niet van Hem afhangen. Ik vroeg hem of hij de Heilige Jozef toegewijd was. Hij antwoordde dat de Heilige al zes jaar lang zijn beschermer was en dat de Heer zelf hem als beschermer had gegeven zonder dat iemand hem op die weg had gebracht. Hij voegde daaraan toe dat hij duidelijk had gezien dat deze heilige patriarch na de maagd Maria de grootste van alle heiligen was, dat hij de volheid van de Heilige Geest op een geheel andere wijze bezat dan de Apostelen, dat hij regeerde over zielen waarvan de deugd in deze wereld verborgen moet blijven zoals het geval was met zijn eigen ziel, dat er zo weinig over hem bekend was dat God om hem tegemoet te komen had gewild dat alleen de meest zuivere zielen verlichting zouden krijgen over zijn grootheid. Hij zei verder dat de Heilige Jozef een man van grote stilte was. Dat hij heel weinig sprak in het huis van onze Heer, dat onze Lieve Vrouw minder sprak en dat onze Heer nog minder sprak dan zij beiden, dat zijn ogen hem genoeg leerde zonder dat onze Heer een woord moest zeggen. Kortom, hij vertelde me zo’n grote hoeveelheid goede gedachten, dat ik ze nooit voldoende zou kunnen beschrijven. En ik ben ervan overtuigd dat die drie dagen voor mij meer waarde hebben dan vele andere jaren van mijn leven. Wat ik bij deze jongen vooral opmerkelijk vond, was een bewonderenswaardige verstandigheid en een buitengewone scherpzinnigheid in zijn woorden. Hij vertelde mij, dat het bovennatuurlijke licht dat God in de ziel uitstort hem alles wat de ziel te doen heeft zichtbaarder maakt, dan het licht van de zon de zintuigelijke voorwerpen laat zien. En dat de veelheid van dingen die de ziel innerlijk ontdekt veel groter is, dan alles wat van stoffelijke aard is en dat God met al zijn grootsheid woont en zich laat voelen in een zuiverig, nederig, eenvoudig en gelovig hart. Toen ik er bij hem op aandrong mij te vertellen of iemand hem onderwezen had, ontkende hij dit en zei dat er zielen zijn die door de schepselen alleen maar geschaad kunnen worden. En dat zelfs indien het evangelie verloren zou gaan, God hem voldoende over deze zaken geleerd zou hebben voor zijn redding en dat God altijd aanwezig is bij deze zielen, dat in hen niets woont dan God en dat zij, wanneer zij liefdevol met hun naaste omgaan, zeer hoge innerlijke daden ontvangen, zelfs ’s nachts. Wanneer men moet slapen, verliezen ze niet veel tijd. Ik vroeg hem hoe dat mogelijk was. Daarop antwoordde hij dat ik dat beter wist dan hij, dat hij de meest onwetende van allen is. En hij zei dat God hem vooral dit had geleerd, zijn naasten te vergeven en niet al te snel aanstoot te nemen. Hij vertelde me wonderlijke dingen tot vertroosting en leiding van een ziel, die hoewel zijn zekere neiging tot een levend leven van gebed en verlangen naar deugdzaamheid bespeurt zo gehinderd wordt door de zwakheden van het lichaam. Hij vertelde dat God van haar een na genoeg engelachtig geduld eist, als deze ziel trouw was zou ze daarbij in één uur alles herstellen. Een van zijn meest krachtige verklaringen was hoe God in het binnenste van de zielen werkt door het woord en over de betrekking die de zielen door dit woord tot God moeten hebben, in al hun gesteldheden, zelfs in hun lijden. Hij vertelde me dat mensen van ons beroep, die niet vechten tegen het plezier om door de wereld geprezen te worden, nooit God zullen proeven. Zij zouden volgens hem als dieven zijn en hun duisternis zou alleen maar toenemen. De eerste de beste kleinigheid verduistert hun ziel. En dan zei hij dat wat de vrijheid van het hart belemmert, een zekere door gewoonte opgebouwde hindernis in ons is die deze vrijheid tegenhoudt. Ik gebruik hier opnieuw zijn eigen woorden. Op het laatst nam ik afscheid van hem en hij vroeg mij duizend malen om hem te verontschuldigen, dat hij zo hoogmoedig had gesproken, hij die zo ongeschoold was en in de ogen van de mensen God alleen door nederigheid en niet door woorden zou moeten loven en eren. God verplicht immers de zielen te zwijgen en de vertrouwdheden geheim te houden die hij met hen deelt. Inderdaad, moest ik met wonderlijke subtiliteiten te werk gaan om bij hem de indruk te wekken, dat ik hem niet al te serieus nam en hem ervan overtuigen dat hij uit liefdadigheid verplicht was met mij te spreken, omdat ik zelf niet voortdurend kon spreken. En zo gaf hij toe. En volledig ontvlamd in liefde bedacht hij zich niet meer, maar sprak naar de onstuimigheid van zijn geest. Zodra ik hem de opdracht gaf voor mij te bidden, werd hij voorzichtig en was hij meer op zijn hoede. Maar omdat hij uiterst eenvoudig was en zichzelf als de minste van alle beschouwt, gaf hij meer van zichzelf prijs dan hij dacht. Ik ben geheel de uwe, Jean-Joseph Surin. Citeren Link naar bericht Deel via andere websites
Aanbevolen berichten
Join the conversation
You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.